Op de set van Booster

Er heerst een zeer relaxte sfeer wanneer ik in Brussel de filmset van BOOSTER opwandel, de nieuwe langspeelfilm van filmer Daniel Lambo (bekend van onder meer de films Dry Branches of Iran en Los Flamencos).

In BOOSTER, een adaptatie van het boek Wolken en een beetje regen van Dirk Dobbeleers & Marc Hendrickx, dagen BMX-er Brent en streetracer Jimmy elkaar uit tot een waar hanengevecht op hun opgefokte brommertjes. Zo hopen ze niet alleen de liefde van ‘het meisje’ te winnen, maar trachten ze ook hogerop te geraken op de sociale ladder en hun andere pijnen te vergeten. “Het is een actiefilm met diepgang, zo vertelt Daniel Lambo, vol BMX-ers, racers en skaters. Maar verwacht je niet aan een Vlaamse Fast & Furious.” Tot een uur voor de opnames had hoofdacteur Maurits De Baets (Brent) nog nooit op een BMX gezeten. ‘Ik hou niet zo van sporten. Gelukkig heb ik een stuntman die echt vree wijze dingen kan. En hij is maar even oud als ik!’ Lambo daarentegen herinnert zich nog wel hoe het voelde om zijn eerste Suzuki in gang te trappen. Skaten echter doet hij liever niet: “Eén keer zwaar onderuitgegaan volstaat.”

Het was niet zozeer de actie, wel het ingrijpende van de naweeën van een tragisch verlies dat Lambo uiteindelijk deed besluiten tot een filmbewerking van het boek. Om deze tragiek nog meer tot leven te brengen, werden de rollen van de volwassenen uitgebreid. Wat zij meemaken wordt gezien vanuit het standpunt van de jongeren. “En de jongeren moeten echt niet onderdoen voor de volwassenen,” stelt Lambo. Het is de eerlijkheid in hun spel, in hun acteren dat de regisseur zo boeiend vindt. Deze authenticiteit tracht hij dan ook in zijn regie mee te nemen. De jonge cast en hun vinnigheid is bovendien bevrijdend voor de meer ervaren volwassen acteurs, onder wie Joke Devynck en Jurgen Delnaet, die volgens Lambo zo opnieuw leren improviseren.

Improviseren is een kunst die Lambo zelf heel duidelijk onder de knie heeft. Hij functioneert als een duizendpoot op en naast de set; wat hij kan, doet hij zelf. Zo kan hij doen wat hij wil en bespaart hij geld. Low-budget filmen, films maken met heel weinig geld, is een bewuste keuze: “Het is een bevrijding! Alles kan vinniger en vlotter. Ik heb het geprobeerd, de set met alles erop en eraan, maar daarin functioneer ik niet.” Het is de flexibiliteit en het feit dat met weinig geld toch veel haalbaar is die Lambo net zo aanspreken. Hij kiest voor kleine filmploegen, herleidt deze soms zelfs tot één iemand met een gsm als camera. Een kleine crew en een klein budget ontspannen, “want iedereen is er dan omdat hij het graag doet.” En dat voel je. Zonder aan momentum te verliezen, weet Lambo een zekere rust over de set te brengen, wat het werk en de samenwerking alleen maar ten goede komt.

Als alle partijen zo gedreven en zo gepassioneerd blijven voortwerken als vandaag, ziet het ernaar uit dat de film in het voorjaar, eind april, al in de bioscoop mag worden verwacht. Hij zal ongetwijfeld niet alleen een extra boost geven aan het imago van de regisseur, maar ook een aantal bijzonder energieke en beloftevolle acteurs op de juiste racetrack doen belanden.

Geschreven door ELINE DURT
 
onomatopee