Opvallende Oost-Aziaten in Rotterdam

Sinds jaar en dag, alvast sedert het begin van de jaren 80 toen Chen Kaige met zijn meesterwerk Gele aarde de ‘Vijfde Generatie’ van Chinese filmers op een kordate manier op de wereldkaart zette, biedt het Filmfestival van Rotterdam (IFFR) een forum aan de Aziatische film. Ook in de eerste dagen van deze editie vielen Oost-Aziaten op dankzij een pientere keuze van onderwerpen en een krachtige beeldtaal.

In de nieuwste van de in Tanzania geboren en in Inda opgegroeide Anup Singh THE SONG OF SCORPIONS vertelt hij het wel en wee van Nooran, een jonge vrouw die niet alleen de natuurgeneeskunde beheerst maar zelfs de dodelijke beet van een schorpioen kan bezweren door het zingen van een lied. Die liedjes heeft ze geleerd van haar moeder en oefent ze meestal 's nachts, bij de zandheuvels van Rajasthan, het begin van de Gobiwoestijn. Ze wordt lastig gevallen door de weduwnaar Aadam, die een huishoudster zoekt voor zijn kinderen omdat hij als kameelverkoper vaak op pad is. Vooral de oogverblindende fotografie die met weemoed doet terugdenken aan de Vijfde Generatie in het algemeen en de films van Zhang Yimou of Chen Kaige in het bijzonder. De hoofdrolspelers zijn geen onbekenden. De Iraanse Golshifteh Farahani (About Elly, Paterson) speelt Nooran, terwijl Irrfan Khan (The Lunchbox) de complexe rol van tegenspeler Aadam voor zijn rekening neemt.

In China zelf worden vandaag heel andere films opgenomen. Zhang Miaoyan (A Corner of Heaven) fileert in SILENT MIST de Chinese samenleving vrij subtiel. Hij laat de camera door een rivier waden zonder meteen een hoofdpersonage te volgen. Wel groeit het besef dat er in feite nooit iets gebeurt. Of toch? Een verkrachting en een paar gluurders – waarvan een de agent van het nooit genoemde plaatsje is – veroorzaken de nodige commotie onder de bewoners. Een belangrijke rol is weggelegd voor de gebouwen aan de rand van het water, waarvan de grijze tinten de afwezigheid van menselijke warmte beklemtonen. Een enkele keer staart een vrouw met de rug naar de kijker naar een vuilgele muur. Een metafoor voor een maatschappij waar iedereen de andere kant uitkijkt en niemand bereid is om zijn nek uit te steken. Een ontluisterend beeld kortom.

THE ASHES AND GHOSTS OF TAYUG 1931 werpt een licht op het ingewikkelde koloniale verleden van de Filipijnen. Christopher Gozum heeft het zich echt niet gemakkelijk gemaakt. Een deel van de film oogt zoals een oude zwart-witfilm met tussentitels in beeld en spetters op de soundtrack. Daarin worden scènes van een boerenopstand onder leiding van Pedro Calosa opgevoerd en versneden met een interview met de volksheld van toen. Een een blitse, modern ogende fotoreportage legt een link naar de actualiteit. Uit de reportage blijkt dat Filipijnse jongeren vandaag niet eens meer weten wie de leider van de opstand toen was. Geschiedenis wordt niet meer als leerstof op school aangeboden. Dé vraag die spontaan naar boven borrelt, is dan ook wie er belang bij heeft dat het verleden van revolutie en emancipatie zo vlug mogelijk wordt vergeten ...

Beeld: THE SONG OF SCORPIONS

Geschreven door ALFONS ENGELEN