Palmares Cannes 2019: Gouden Palm voor Parasite

Voor het tweede jaar op rij wint een oosterse dissectie van de klassenmaatschappij de hoofdprijs op het meest mondaine festival ter wereld. Na het Japanse ‘Shoplifters’ gaat de Gouden Palm nu voor het eerst naar Zuid-Korea, met de satire PARASITE.

De filmbubbel aan de Croisette werd opgeblazen met openingsfilm THE DEAD DON’T DIE, een zombiepastiche van Jim Jarmusch, en sloot af met de Gouden Palm voor een van de boeiendste genrefilmers, Jong Boon-ho. De Mexicaanse juryvoorzitter Alejandro González Iñárritu en zijn collega's hebben gezorgd voor een van de meest geografisch diverse palmaressen uit de geschiedenis van het festival. De Gouden Palm voor PARASITE betekent de eerste hoofdprijs voor een Zuid-Koreaanse film, maar daar houdt het niet op. De Frans-Senegalese Mati Diop, met ATLANTIQUE de eerste zwarte vrouwelijke filmmaker in de hoofdcompetitie, won de Grand Prix voor haar stemmig gefotografeerde, intrigerende reflectie op het verlangen van jonge inwoners van Dakar om zich een plek te veroveren in het globale kapitalisme. Een jongeman kiest voor de oversteek naar Europa, zijn geliefde blijft achter en behoort tot een groep jonge vrouwen die zich helemaal overgeven aan “afrokapitalistisch neofeminisme”, zoals Diop het zelf beschrijft.

De in Nazareth (!) geboren Palestijnse cineast Elia Suleiman ontving een Speciale Vermelding voor zijn Tati-eske komedie IT MUST BE HEAVEN, waarmee hij stelt dat de hele wereld – en onze natuur – 'gepalistineerd' wordt. De Juryprijs ging ex aequo naar het potige fictiedebuut LES MISÉRABLES van Parijzenaar Ladj Ly en naar BACURAU, dat net als PARASITE een klassenstrijd weergeeft met behulp van genre-elementen. In zijn dankwoord toonde Kleber Mendonça Filho, de helft van het regisseursduo van BACURAU, zich verguld dat zijn genrefilm werd bekroond, aangezien “dergelijke films gewoonlijk onder de radar van festivals blijven”. Mendonça Filho en zijn regiepartner Juliano Dornelles leveren niet de enige sterke Braziliaanse film in deze editie van Cannes. In nevencompetitie Un Certain Regard ging de hoofdprijs naar Karim Aïnouz' melodramatisch meeslepende THE INVISIBLE LIFE OF EURIDÍCE GUSMÃO.

Uiteraard kan ook de fine fleur van de Europese cinema niet op het palmares ontbreken. Pedro Almodóvar greep met DOLOR Y GLORIA opnieuw naast een eerste Palm, maar hoofdrolspeler Antonio Banderas, die een alter ego van de Spaanse cineast vertolkt, heeft wel een erkenning als Beste Acteur ontvangen. De broers Dardenne bevestigen ondertussen hun status als 'Cannesadel', met een regieprijs voor hun radicaliseringsdrama LE JEUNE AHMED. De slotceremonie kleurde verder nog Belgisch met een Caméra d'or voor de majoritair Belgische coproductie NUESTRAS MADRES van de Guatemalteek César Díaz. Hij studeerde onder meer in Brussel en ontving via het productiehuis Need Productions (Fortuna, Félicité) steun van de Fédération Wallonie-Bruxelles. In Díaz' fictiedebuut trekt een jonge antropoloog op onderzoek uit naar zijn vader, een guerrillastrijder die verdween tijdens de decennialang aanslepende Guatemalteekse burgeroorlog.

Naast die Caméra d'or voor de beste debuutfilm ontvingen nog andere (relatieve) nieuwkomers een prijs. Grand Prixwinnaar ATLANTIQUE is de eerste lange film van Diop, LES MISÉRABLES (ex aequo Juryprijs) is het fictiedebuut van de 39-jarige Ladj Ly en met PORTRAIT DE LA JEUNE FILLE EN FEU haalde ook Céline Sciamma een prijs binnen bij haar eerste selectie in de hoofdcompetitie. Zij kreeg de Scenarioprijs voor een film die nog eens een Franse Gouden Palm deed verhopen. Want behalve een doorwrocht geschreven scenario heeft PORTRAIT DE LA JEUNE FILLE EN FEU ook een sterk acteursduo (Noémie Merlant en Adèle Haenel) en een begeesterende fotografie (Claire Mathon) in huis.

De nevencompetitie Un Certain regard bulkte dit jaar van de debutanten (negen op achttien), maar ze ontvingen naar verhouding weinig bekroningen. Vooral (West-)Europese cineasten met enkele films achter de rug waren aan het feest. De jury met onder anderen Lukas Dhont deelde haar Juryprijs uit aan Galiciër Oliver Laxe, voor zijn bosbranddrama O QUE ARDE (Fire Will Come), waarin een traditionele boer én pyromaan een outsider is in zijn eigen dorpsgemeenschap, die zelf onder druk staat van oprukkend toerisme. De spectaculair in beeld gebrachte vlammenzee is niet de enige oorzaak van vernietiging. Laxes land- en generatiegenoot Albert Serra – winnaar van de Speciale Juryprijs – zet zijn literair-historische reflecties over de moraal van de moderne mens voort met het op Markies de Sade geïnspireerde LIBERTÉ, dat een nacht lang de seksuele uitspattingen van de Franse adel in een bos in beeld brengt. De jury had ook nog een Speciale Vermelding over voor Bruno Dumonts JEANNE, een in literaire teksten, humor en musicalnummers gedrenkt vervolg op Jeannette.

De Oecumenische Jury schatte niet deze reflectie op martelaarschap het hoogste in, maar verkoos Terrence Malicks A HIDDEN LIFE. De FIPRESCI-jury viel dan weer voor de aardse zeemanmythomanie van THE LIGHTHOUSE (in de nevensecties Quinzaine des Réalisateurs en Semaine de la critique). Uit de Un Certain Regard-selectie bekroonde ze het historische revisionisme van BEANPOLE (Kantemir Balagov), dat de rol van vrouwelijke ex-soldaten ('oorlogsechtgenoten') belicht in het naoorlogse Leningrad. De FIPRESCI-prijs voor de hoofdcompetitie ging ten slotte naar IT MUST BE HEAVEN van Elia Suleiman.

Voor Cannes-chouchou Quentin Tarantino was er alleen een Palme Dog weggelegd, waarmee pitbull Brandy uit ONCE UPON A TIME ... IN HOLLYWOOD de voetsporen drukt van de honden uit Dogman vorig jaar.

Palmares
(*in vet: aangekocht voor Belgische verdeling)

Officiële Competitie

Gouden Palm: PARASITE (Bong Joon-ho)
Grote Prijs: ATLANTIQUE (Mati Diop)
Beste Regie: LE JEUNE AHMED (Luc & Jean-Pierre Dardenne)
Beste Scenario: PORTRAIT DE LA JEUNE FILLE EN FEU (Céline Sciamma)
Juryprijs: LES MISÉRABLES (Ladj Ly) en BACURAU (Kleber Mendonça Filho & Juliano Dornelles)
Beste Actrice: Emily Beecham in LITTLE JOE
Beste Acteur: Antonio Banderas in DOLOR Y GLORIA
Speciale Vermelding: IT MUST BE HEAVEN (Elia Suleiman)
Erepalm: Alain Delon

Un Certain Regard

Hoofdprijs: THE INVISIBLE LIFE OF EURÍDICE GUSMÃO (Karim Aïnouz)
Juryprijs: O QUE ARDE (Oliver Laxe)
Beste Vertolking: Chiara Mastroianni in CHAMBRE 212
Beste Regie: BEANPOLE (Kantemir Balagov)
Speciale Prijs van de Jury: LIBERTÉ (Albert Serra)
Coup de Coeur van de Jury: LA FEMME DE MON FRÈRE (Monia Chokri) & THE CLIMB (Michael Angelo Covino)
Speciale Vermelding: JEANNE (Bruno Dumont)

Caméra d'or: NUESTRAS MADRES (César Díaz)

Prijs van de Oecumenische Jury: A HIDDEN LIFE (Terrence Malick)

Prijs van de FIPRESCI-jury (hoofdcompetitie): IT MUST BE HEAVEN (Elia Suleiman)
Prijs van de FIPRESCI-jury (Un Certain Regard): BEANPOLE (Kantemir Balagov)
Prijs van de FIPRESCI-jury (Quinzaine des Réalisateurs & Semaine de la critique): THE LIGHTHOUSE (Robert Eggers)

Semaine de la critique

Grand Prix: J’AI PERDU MON CORPS van Jérémy Clapin
Prix Fondation Louis Roederer de la Révélation: Ingvar E. Sigurðsson in A WHITE, WHITE DAY

Lees alle verslaggeving uit Cannes op filmmagie.be/nieuws. 

Beeld: Parasite

Geschreven door BJORN GABRIELS