Peter Strickland over The Duke of Burgundy

“De Europese cinema was de eerste cinema waar ik me echt toe aangetrokken voelde. De Europese look van filmmakers als Herzog, Tarkovsky en Parajanov is de 'default look' in mijn hoofd. Daar hou ik gewoon van.” THE DUKE OF BURGUNDY-regisseur Peter Strickland vertelde in Brussel, waar hij te gast was op Filmfestival Offscreen, over zijn invloeden en zijn nieuwe kijk op een oud genre.

PETER STRICKLAND: De Europese erotische films uit de jaren 70 waren een vertrekpunt voor mijn inspiratie. Het is het enige genre in de exploitation- en B-film dat mensen proberen te verdringen omdat het een beetje gênant en smerig is. Omdat niemand daar iets mee te maken wil hebben, trok het me wel aan. Het voelde ook aan als een onafgewerkte zaak. Er waren nog dingen niet gedaan met het theatrale element van sadomasochisme. Ik wou het ideaal van de dominante vrouw van naderbij bekijken. Waarom zien we haar niet buiten de rol die ze speelt? Waarom zien we ze niet als ze slaapt? Ze zal waarschijnlijk niet slapen in haar jarretelles, maar in een gewone pyjama, of ze snurkt misschien. Ik wou de echte persoon achter de rol laten zien. Er zijn heel goede films, maar ook heel slechte films uit de jaren 70. De goede films zijn echt prachtig op een vreemde manier. De seksepolitiek is wel een beetje gedateerd, dat is nu niet meer relevant. De meeste van die films werden, voor zover ik weet, gemaakt door mannelijke heteroseksuele regisseurs. Ze eigenen zichzelf lesbische erotica toe en hun films zijn dan ook nog eens bedoeld voor een mannelijk heteroseksueel publiek. En hier kom ik dan als mannelijke regisseur die ook een film over lesbische erotica maakt. Dat schept een rare sfeer. Maar ik wil net kijken wat er gebeurt als je dat bepaalde genre in een totaal andere context zet, als je het in een zeer huiselijke sfeer brengt. Akkoord, de wereld in de film ziet er sprookjesachtig uit, maar ik zie het eerder als een huiselijk drama.

Welke rol heeft het werk van de Spaanse cultregisseur Jess Franco gehad in de film?

P. STRICKLAND: Jess Franco was een startpunt. Hij heeft meer dan 200 films gemaakt. De meesten mensen kennen hem niet, maar hij was eigenlijk de meest politieke cineast ter wereld. Hij heeft heel slechte films gemaakt, maar zijn goede films zijn iets wat ik nooit eerder gezien had. Ik heb een aantal elementen van hem gebruikt zoals het sadomasochisme, de lesbische liefde en Monica Swinn als buurvrouw, een Belgische actrice die in 23 Franco-films heeft meegespeeld. Toch heb ik niet echt inspiratie geput uit zijn werk. Er zijn misschien een paar shots die erop gebaseerd zijn, maar de sfeer is niet echt dezelfde. Franco was veel psychoseksueler en gebruikte veel horrorelementen. In mijn film is het een tedere wereld. Ze zijn geliefden en willen elkaar niet vermoorden. Ze gedragen zich natuurlijk allebei slecht, maar er is nog altijd een groot vertrouwen in hun wereld. Als je zo’n spelletjes speelt en iemand in een kist opsluit, moet je wel verantwoordelijk zijn en elkaar vertrouwen. Voor mij gaat de film over compromissen sluiten in een relatie. Dat is iets wat elk koppel vroeg of laat ervaart. Uiteindelijk maak het niet uit over welke activiteit het juist gaat. In THE DUKE OF BURGUNDY is het probleem dat ze zich allebei op een manier uiten op seksueel vlak, maar het kan evengoed over bijvoorbeeld carrière gaan. Daar kan je een miljoen films over maken. Je kan ook een miljoen films over sadomasochisme maken, maar ik heb nog geen film gezien waarbij de onderdanige alles controleert. Ik vind het heel fascinerend hoe Evelyn alles controleert en de straffen bepaalt. Het draait allemaal rond de dynamiek in de relatie en niet om het opsluiten of dat soort dingen.

Het verhaal van deze film is helemaal anders dan die van je vorige films. Probeer je elke keer te experimenteren met een nieuw genre?

Dat hangt er vanaf. Ik kies elke keer gewoon iets wat me enthousiast maakt en probeer me er niet teveel zorgen om te maken. Na drie films begin je na te denken: zou ik verder hetzelfde type films moeten maken of zou ik iets anders moeten doen? Maar doe ik dan iets anders om de juiste redenen of enkel en alleen maar om anders te zijn? Zo kan je blijven twijfelen dus probeer ik gewoon te doen wat voor mezelf natuurlijk aanvoelt. Het is belangrijkste voor mij is om te kunnen werken met een klein budget. Zo kan je een film maken op de manier waarop hij gemaakt zou moeten worden zonder je zorgen te maken om comités en al die dingen. Het gevaar bij grote budgetten is dat je sterren moet casten. En wanneer je je daarmee bezig gaat houden wordt het een heel politiek dansje waar ik niet erg goed in ben.

Je hebt gekozen voor een volledig vrouwelijke cast. De vrouwen lijken allemaal ook opvallend op elkaar door hun kledingstijl en hun zwarte haar.

P. STRICKLAND: Die keuze ging eerst en vooral terug op het genre. De film gaat over twee vrouwelijke geliefden. Als mannelijke regisseur wou ik het zeker niet sensationeel in beeld brengen. Twee lesbiennes in een sm-relatie, big deal, so what? Door de hele film met vrouwen te bevolken, is alles normaal. Je stelt je ook er geen vragen bij dat de meesten van hen graag aan bondage en sadomasochisme doen. Het is natuurlijk een heel neppe wereld. Ik wou iets helemaal onzinnig en belachelijk. Hoe kunnen ze bijvoorbeeld in godsnaam kinderen krijgen als er enkel vrouwen zijn? Hoe komen ze aan geld als ze enkel een hobby hebben en naar lezingen gaan? Hoe wonen ze dan op deze prachtige plek? Ik wou dat het leek op een sprookjesverhaal. Hopelijk concentreer je je daardoor enkel op de dynamiek van de relatie. Dat was het enige waar ik echt om gaf. Niet om het feit of ik realistisch bezig ben of niet. Ik heb overwogen om het volledig met mannen te doen, maar dat bewaar ik voor een andere film die ik hopelijk nog zal maken.

Insecten en hun geluiden spelen een belangrijke rol.

P. STRICKLAND: De reden daarvoor was het soort sensuele, surreële sfeer die de vlinders en motten gaven. De diertjes hebben een esthetische kwaliteit. Dat heeft veel te maken met het sensuele karakter van de vleugels. We hebben de film ook opgenomen in de herfst, de periode waarin de meeste insecten sterven, naar een warmer klimaat gaan of een winterslaap doen. De scène met de laatste lezing over de veenmollen die inslapen in een graftombe onder de grond weerspiegelt Evelyn die onbeweeglijk in de kist ligt. We hebben veel kleine grapjes gemaakt met de namen van de motten, bijvoorbeeld ‘old lady’ en ‘true lover’s knot’, hoewel ik niet verwacht dat iemand ze zal opmerken. Ik ben al blij als de sfeer wordt bepaald door de vlinders en motten. Ik wou vooral iets heel intens en dat hoeft niet per se een betekenis te hebben. Ik maak liever films die je kan ervaren en ben niet echt een plotpersoon. Het gaat vooral over de ervaring en de sfeer van een film, die moet een soort elektrische lading meedragen. De motten die heel het scherm overnemen zijn een verwijzing naar Stan Brakhage, maar ze brengen ook de intensiteit en angst van het personage over zonder enige dialoog. In de film zit een geluidsopname van een mot door Michael Prime die ik heel lang geleden al eens had gehoord en waar ik compleet weg van was. Ik wou respectvol zijn ten opzichte van de opnames en heb geprobeerd niet te veel effecten te gebruiken. We wilden de insecten laten horen zoals ze in het echt ook klinken.

Tijdens de lezingen die de personages bijwonen zitten er enkele vrouwelijke mannequins in het publiek. Wat is daar de betekenis van?

P. STRICKLAND: Er is geen betekenis. Veel van deze dingen doe je omdat het een zekere look geeft, een zekere spanning en textuur. Sommige regisseurs uit de jaren 70 gebruikten mannequins, zoals Alain-Robbe Grillet of Jess Franco in een aantal van zijn films. En Chiara, die Evelyn speelt, herinnerde me eraan dat er ook mannequins voorkomen in Fassbinders The Bitter Tears of Petra von Kant, een van mijn favoriete films. Dat was ik compleet vergeten dus misschien was dat een onbewuste reden. Ik heb ze in ieder geval niet gebruikt om het publiek aan te vullen want ze zijn duurder dan figuranten, wat een beetje deprimerend is als je erover nadenkt.

Als locatie koos je voor een oud statig huis in Hongarije. Je eerste film, Katalin Varga, speelt zich ook af op het Europese platteland. Wat trekt je aan in dit soort locaties?

P. STRICKLAND: Ik woon in Hongarije dus ken ik die regio. Ik ben eerst en vooral al blij als ik in mijn comfort zone ben en niet te veel moet reizen. Daarbovenop was de Europese cinema de eerste cinema waar ik me toe aangetrokken voelde wanneer ik jonger was. Het was de eerste cinema waar ik echt enthousiast over was. Ik denk dat de Europese look van Herzog, Tarkovsky en Parajanov de default look in mijn hoofd is. Daar hou ik gewoon van. Ik zeg nu niet dat ik dat altijd ga blijven doen. Je probeert steeds te zoeken naar de juiste situatie voor elke film. Een naam die deze keer telkens bleef opduiken was Buñuel. Er hing een heel Europees gevoel over wat hij deed in bijvoorbeeld Tristana en Viridiana. Ik kon deze film gewoon niet situeren in Londen. Het moest dit soort Europese decadentie en opulentie hebben, zoals de films van Luchino Visconti ook.

Je hebt ook alle scènes in het echte huis in Hongarije opgenomen. Waarom?

P. STRICKLAND: Ik film niet graag in studio’s. Ik heb dat eerder geprobeerd het lukt me niet. Ik wil iets kunnen aanvoelen en het huis kwam voor mij echt tot leven. Het was wel moeilijk want het zag er vreselijk uit. Het dak kwam naar beneden en de muren zaten vol met vocht waardoor het ook stonk. We hadden een geweldige production designer, Pater Sparrow, die alles heeft opgekuist en goedkope manieren vond om het er goed uit te doen zien. We hadden bijvoorbeeld geen geld om tegels te laten maken voor de badkamer dus heeft hij stickers uitgeprint. Hetzelfde met het behangpapier, dat zijn gewoon computer print-outs. Het is belangrijk om te kunnen werken met een klein budget. Zo kan je een film maken op de manier waarop hij gemaakt zou moeten worden zonder je zorgen te maken om comités en al die dingen. Het gevaar bij grote budgetten is dat je sterren moet casten. En wanneer je je daarmee bezig gaat houden, wordt het een heel politiek dansje waar ik niet erg goed in ben.

Sidse Babett Knudsen heeft weinig ervaring met acteren in het Engels en Chiara D’Anna heeft voor THE DUKE OF BURGUNDY nog maar in twee films meegespeeld. Toch voelt de evolutie in hun relatie heel natuurlijk aan. Hoe heb je dat bereikt?

P. STRICKLAND: Dat zijn de acteurs zelf en hoe zij het aangepakt hebben. Ik stuur ze natuurlijk wel bij wanneer iets niet juist zit, maar als ze het script volgen ben ik al blij. Als regisseur heb ik de neiging niet veel te zeggen. Mijn belangrijkste sturing is altijd om een paar versnellingen terug te schakelen als dat nodig is. Ik heb het meer voor underacting. Cinema is op zich al zo groot, je moet niet meer doen. Sidse is heel goed op dat vlak en begrijpt het helemaal. Ze speelt nogal minimaal van nature, wat geweldig is voor mij. Ik ben meer geïnteresseerd in het gelaat en ik wil de emoties zien die vanbinnen verborgen zitten. Wat ik wel vaak doe is muziek spelen op de set voor de acteurs. Wanneer er scènes zonder dialoog zijn brengt dat hen in de juiste stemming. Zoals je zegt was het voor Sidse haar eerste echte Engelstalige film. Het was heel dapper om dat te doen met dit soort onderwerp en een andere actrice die ze nooit eerder ontmoet heeft. Daarom hebben we alle ruziescènes in de eerste week gedraaid, zodat de seksscènes niet te vroeg kwamen. Op die manier konden ze elkaar leren kennen en waren ze wat meer relaxed tegen de week erop.

Wie is het eigenlijke hoofdpersonage, Cynthia of Evelyn?

P. STRICKLAND: Voor mij zijn het de vlinders (lacht). Nee, het maakt niet uit wie het centrale personage is. Voor mij is het een two-hander. Ik bekijk het vanuit de twee perspectieven. In het begin volgen we Evelyns perspectief. Tot en met de eerste badkamerscène krijgen we haar visie van hoe Cynthia moet zijn. Ze is perfect als de typische dominante heerseres uit het genre die zich ijzig gedraagt. Pas na de badkamerscène krijgen we Cynthia’s perspectief. De pruik komt af en ze is teder en liefdevol. Ik wissel dus de perspectieven af en voor mij is dat heel fascinerend. De film draait om het verschil tussen het ideaal van een seksuele fantasie en dan de realiteit ervan. Hoe er teleurstelling bij komt kijken voor iedereen. Zo wil Cynthia helemaal geen dominante heerseres zijn maar simpelweg in bed liggen en bij haar geliefde zijn. Ik heb erg hard mijn best gedaan om beide perspectieven weer te geven. Wat ik vooral wou was dat het publiek zou weggaan en over de oorsprong van het conflict zou discussiëren. Ik wil dat je de zaal uitkomt en praat over wie zou moeten toegeven. Het is zo zeldzaam om twee mensen te vinden die exact dezelfde noden hebben op het vlak van carrière, familie en seks. Dat is voor mij de fascinatie met relaties over een langere periode. Hoe dat werkt en hoe toestemming overgaat op compromis en compromis dan weer overgaat op emotionele chantage of dwang, dat is het grijze gebied dat mij interesseert. En ik heb er bovendien geen antwoord op. Iedereen zal er op een andere manier over discussiëren en er een andere mening op nahouden. Dat is net het mooie aan film.

Filmfestival Offscreen, 24 juni 2015

Geschreven door NANA VAN DE POEL & SIEBE NICOLAÏ
 
onomatopee