Rossellini & the Shady Eighties: Zomerfilmcollege 2019

Het programma van het Zomerfilmcollege 2019 leest opnieuw als een bevestiging van zijn eclectische aanpak: zoals meestal wordt er, naast een segment over klassieke cinema en/of genrefilms, toegespitst op een kernfiguur van het modernisme. Na Chantal Akerman en Abbas Kiarostami is dit jaar Roberto Rossellini aan de beurt.

De term modernisme krijgt echter een uitgesproken ambigu kantje wanneer we die in verband brengen met Rossellini. Hoewel de Italiaanse cineast te boek staat als de uitvinder van het neorealisme en de stichter van de moderne film, was de unanieme lof over het innoverende karakter van zijn werk van korte duur en beperkte die zich toentertijd tot Roma: Città Aperta (1945) en Germania Anno Zero (1948). De cinefiele goegemeente beschouwde Rossellini al snel als lichtjes reactionair, zo blijkt uit de tekst ‘De trois films et d’une certaine école’, die Éric Rohmer in 1953 publiceerde in Cahiers du cinéma. Daarin probeert hij een lans te breken voor Stromboli in een gesprek met progressieveling Pierre Kast, die de film wegzet als neoclassicisme. Zelf was Rossellini evenmin erg trots op zijn erfenis, aangezien hij al snel radicaal zou afwijken van hoe filmisch modernisme vanaf de jaren 60 ingevuld werd. Hij sprak openlijk zijn walging uit over de “verderfelijke estheten” Resnais en Antonioni, die volgens hem dweepten met neurose, vervreemding en andere symptomen van een navelstaarderig tijdperk waar Rossellini – met zijn wortels in het katholicisme en de romantiek – geen voeling mee had. In zijn latere films focuste Rossellini dan ook op klassieke thema’s als heldenmoed (Viva l’Italia, 1961) en superieur vernuft (Socrates, 1971; Blaise Pascal, 1972), in vaak nogal opportunistische lowbudgetproducties, waarvan een gedeelte in het kader van schooltelevisie.

Rossellini bleef trouw aan zijn overtuigingen en spaarde niemand, ook niet zijn grootste aanbidders. Jean-Luc Godard, Rossellinifan van het eerste uur, probeerde tevergeefs de Italiaanse grootmeester te overtuigen om zijn films eens een kans te geven. Via hun gemeenschappelijke vriend Jean Gruault wist JLG op een gegeven moment Rossellini toch naar een voorstelling van Vivre sa vie (1962) te leiden. Na de vertoning bracht JLG Rossellini met de wagen terug naar de luchthaven van Orly. Gruault herinnert zich dat er een gespannen sfeer heerste tijdens de rit, tot Rosellini plots de stilte doorbrak met de plechtige woorden: Jean-Luc … Je staat op de rand van het … antonionisme.” Compleet verbouwereerd verloor JLG haast de controle over het stuur en reed ei zo na een ravijn in.

Lessen uit de jaren 80?

Wie na dit alles op zoek is naar nog meer tegendraadsheid, zal op het Zomerfilmcollege zijn gading vinden in het segment ‘Shady eighties’, een programma met Amerikaanse counterculture-cinema uit de jaren 80. Naast echte undergroundcinema (van Lizzie Borden, Jim Van Bebber en Bette Gordon, die dit jaar te gast is) bevat dit luik passieprojecten van gevestigde regisseurs (Martin Scorsese’s The King of Comedy, 1982; John Carpenters Prince of Darkness, 1987; William Friedkins Cruising, 1980).

Het valt niet te ontkennen dat in de jaren 80 met de populariteit van franchises als Star Wars of Indiana Jones de kiem gelegd werd voor het steriele, geïnfantiliseerde filmlandschap van vandaag. Aan de andere kant behoort auteurscinema haast per definitie tot de counterculture en bestaat er onder cinefielen een haast unanieme verering van marginaliteit en transgressie. In die zin is het soms wat ergerlijk hoe bepaalde films worden gezien als ‘daad van verzet’ tegen het ‘heersende discours’ en hoe commercieel Hollywood van de jaren 80 gemakkelijk wordt weggezet als een propagandamachine van Ronald Reagan en zijn shining city upon the hill. Onschuldig vermaak als Back to the Future (1985) wordt dan plots gezien als een repressiemiddel dat de hegemonie van een traditioneel-burgerlijke WASP-deugdzaamheid moet bestendigen.

Toch moet zelfs de grootste scepticus erkennen dat er een zekere ideologische kloof bestond in het Hollywood van de jaren 80, iets wat vandaag ver zoek is. We zouden bijna gaan verlangen naar een trumpiaans Hollywood dat uitgedaagd wordt door een écht militante cinema, of een populistische, door Steve Bannon geleide schaduwindustrie die het liberal establishment Hollywood bekampt. Alles zou beter zijn dan de verstikkend corporatistische consensus waarin we op heden verzeild geraakt zijn.

Het Zomerfilmcollege vindt plaats in De Studio, Antwerpen, van 7 tot 13 juli. Meer info op de website van Cinea.

Voor het juli-augustusnummer van Filmmagie hebben filmcritici en vaste ZFC-gasten Cristina Álvarez López en Adrian Martin een achtergrondartikel geschreven over vrouwelijke filmmakers in de 'shady eighties'. Het nummer is te bestellen met een mailtje naar info@filmmagie.be.

Beeld: Lost in America (Albert Brooks, 1985)

Wil je kans maken op een duoticket? Mail dan naar info@filmmagie.be.

Geschreven door TOBIAS BURMS