Slotbalans van het Filmfestival van Torino

In tegenstelling tot de gerenommeerde filmmanifestaties wordt er tijdens het Torino Filmfestival niet gespeculeerd over mogelijke winnaars. Al is er aan prijzen in de diverse categorieën – fictie, documentaire, kort, lang – hoegenaamd geen gebrek. In de officiële langspeelfilmafdeling gingen drie producties, die het over kinderen hebben, met de hoogste eer lopen.

Beste film werd de Mexicaanse CLUB SÁNDWICH (foto) van Fernando Eimbcke (van het weergaloze, droogkomische maar dieptragische ‘Lake Tahoe’, minimal cinema in zijn meest pure vorm), een ontwapend humorische kijk op een ongewone driehoeksrelatie: de eerste liefde tijdens een zomervakantie tussen twee tieners en de reactie van de moeder van de jongen, alleenstaand en tot dan toe de enige, onafscheidelijke vriendin van haar zoon. Uit Venezuela kwam PELO MALO van Mariana Rondòn, geprezen voor het scenario en de vertolking van de hoofdactrice als jonge weduwe in een woonkazerne van Caracas die de kost poogt te verdienen voor haar gezinnetje. De 9-jarige zoon is het centrale personage; zijn drang om op de schoolfoto over te komen als popzanger en zijn grote bewondering voor een jonge kraamhouder zorgen voor verdenking en tegenstand over zijn aard bij z’n moeder. Het publiek koos voor de home-made tragikomedie LA MAFIA UCCIDE SOLO D’ESTATE, het filmdebuut van de Palermitaanse striptekenaar Pif (Francesco Diliberto, onder meer assistent bij Giordana’s ‘I cento passi’). Geboren in de Siciliaanse hoofdstad groeit Arturo op met twee vanzelfsprekendheden: zijn liefde voor zijn klasgenootje Flora en de verwevenheid van de mafia met het dagdagelijkse leven. En het zijn net door die twee dingen dat hij als jonge volwassene tot andere inzichten komt.

De Canadese LE DÉMANTÈLEMENT van Sébastien Pilote – al enige tijd onderweg in het filmfestivalcircuit - ontving de Fipresci-prijs en de acteursprijs voor de vertolking van Gabriel Arcand (broer van de Canadese filmregisseur Denys) als de vaderfiguur die zijn hebben en houden opoffert om zijn familie samen te houden. In de docu-afdeling ging de prijs van de jury naar het met België gecoproduceerde STOP THE POUNDING HEART van Roberto Minervin; bij de jonge Sara, een van de dochters in een streng religieus Texaans farmersgezin, groeien twijfels over de tot dan toe overgedragen leefregels wanneer ze een jonge rodeo-dilettant ontmoet. Familiewaarden staan ook al centraal in de Zuid-Koreaanse THE RED FAMILY, een ogenschijnlijk hechte maar fake familie van Noord-Koreaanse spionnen die onder de 38° parallel naar het Zuiden overgelopen landgenoten moet uitschakelen, ontdekt op een dramatische manier wat een echte hoewel ruziënde Zuid-Koreaanse (buren)familie betekent.

Nog te vermelden uit het Aziatische continent. De Japanse A WOMAN AND WAR van Junichi Inoue heeft wat enscenering betreft de intimiteit/geslotenheid van een Kammerspiel, neergezet in de laatste WO II-oorlogsjaren en met trekjes van ‘L’Empire des senses’; een prostituée en een oorlogsinvalide zoeken elk een uitlaatklep voor hun seksuele trauma’s. Geen zang en dans in de Bollywoodprent UGLY van Anurag Kashyap. Het overaanbod van thema’s – ontrouw, geweld, corruptie, de vrouw in de Indiase samenleving, horror… - wordt in deze policier met vaste hand en stuwende actie aaneengeregen.

En voor de late uurtjes. Op de internationale filmmarkt moet Oostenrijk het stellen met Michael Haneke en met de titel van “world capital of feel-bad cinema” (NYT enkele jaren geleden). BLUTGLETSCHER van Marvin Kren krikt je gemoedsrust niet op, maar als je genoegen neemt met een conventionele horror waarin onder de Alpen-edelweiss mutant-bloed tot leven komt , krijg je een ontspannend filmavondje opgediend. Spanje heeft intussen in Europa als thriller-producent de plaats ingenomen die Groot-Brittannië jarenlang bekleedde. Behalve Eugenio Mira’s nadrukkelijk Hitchcockiaanse GRAND PIANO (cfr. ‘Stage Fright’, ‘The Who Knew Too Much’ etc.) is CANÌBAL van Manuel Martin Cuenca een sluipende psychologische thriller, met als hoofdpersonage Carlos, een kleermaker die van in de eerste scène ja …kannibaal is maar voor de gemeenschap van Granada een gerespecteerde burger én katholiek. De komst en de verdwijning van een Roemeense masseuse en de hulp die haar ongeruste tweelingzus bij Carlos gaat inroepen brengen diens sociaal referentiekader aan het wankelen.

Geschreven door MARCEL MEEUS