So Long, My Son wint BRIFF

Terwijl Brussel zich opmaakt voor een Tourstart en bijbehorende ode aan wielerlegende Eddy Merckx, trachtte de tweede editie van het Brussels International Filmfestival (20-29 juni) de bijna gerenoveerde Anspachlaan om te toveren tot een hub voor filmliefhebbers.

Vorig jaar liet de eerste editie van het BRIFF, op vrij korte termijn in elkaar gestoken door het team achter het Brussels Short Film Festival, een mix van sterren (Claudia Cardinale, Gérard Depardieu) en festivalfilms (vooral uit Cannes) los op de Brusselse binnenstad. De aankondiging van het nieuwe festival baadde toen in het ondiepe water van citymarketing, maar slaagde er toch in enkele industry-evenementen te organiseren en boeiende films en makers uit te nodigen (zoals openingsfilm The Man Who Killed Don Quixote van Terry Gilliam en Plaire, aimer et courir vite van Christophe Honoré).

De festivalopener dit jaar had opnieuw humor, maar heel wat minder sterren op de affiche. Al zegt dat niets over de kwaliteit van de film, de komedie IT MUST BE HEAVEN van Elia Suleiman (zie hier). Het wijst wel op de teneur van het BRIFF dit jaar: meer van hetzelfde, maar met minder sterrengedruis. Na filmdiva Cardinale was de eregast dit jaar de Franse regisseur Michel Hazanavicius, die zijn plaatsje in het filmpantheon verdiend heeft met de stillefilmkomedie The Artist, veel meer dan met zijn andere metafilmische werk (de spionagespoofs OSS 117 en de Godardpastiche Le redoutable).

De masterclass die hij gaf in UGC De Brouckère werd druk bijgewoond, net als die met Abel Ferrara in Galeries. Deze naar Italië verhuisde New Yorker had behalve zijn eigenzinnigheid ook een nieuwe film bij, het autobiografische TOMMASO. Daarin neemt Willem Dafoe de rol van fulminerende filmmaker op zich en worden zijn gezinsleden vertolkt door Ferrara’s echtgenote en dochter, gefilmd in diens appartement in Rome. Hoewel revelerend over de psychologie van de cineast van onder meer The King of New York en Bad Lieutenant, sleept het onevenwichtige portret van een kunstenaar die een huwelijkscrisis doormaakt behoorlijk aan. Kwetsbaarheid en navelstaren lopen elkaar voor de voeten.

Dan heeft de film van een andere festivalgast, ZOMBI CHILD van Bertrand Bonello, een veel bredere visie; van hedendaags Frankrijk naar het slavernijverleden van Haïti (zie hier). De masterclasses werden, net als de openings- en slotfilm (LES PLUS BELLES ANNÉES D'UNE VIE van Claude Lelouch), druk bijgewoond. Minder kijklustigen vonden hun weg naar de andere vertoningen, die verdeeld waren in thematische luiken en drie competities: een internationale, een Europese en een Belgische. Al moet gezegd dat die nationale competitie vooral bestond uit Belgische coproducties als DIRTY GOD van de Nederlandse Sacha Polak (vanaf 10/7 in de bioscoop) en OLEG van Juris Kursietis, waarin een Letse slager aan de slag gaat in een Brusselse vleesfabriek en in contact komt met de criminele onderwereld.

Prijzen

In de internationale competitie ging de hoofdprijs naar SO LONG, MY SON van Wang Xiaoshuai (de coverfilm van ons juli-augustusnummer). Die terugblik op een snel veranderende Chinese maatschappij vanaf begin jaren 80 tot de eeuwwisseling was een van de sterkhouders van de matig ontvangen hoofdcompetitie op de Berlinale dit jaar (zie hier). Kwamen ook van Berlijn naar Brussel vorige week: GOD EXISTS, HER NAME IS PETRUNYA van de Macedonische Teona Strugar Mitevska (zie hier) en het grimmige dorpsdrama RÉPERTOIRE DES VILLES DISPARUES van de Canadees Denis Côté. Beide films hanteren een soms wrange humor tegenover, respectievelijk, religieuze rigiditeit in de Balkan en verlies en verveling in een sneeuwwit Canadees platteland. De Juryprijs in de internationale competitie ging evenwel naar een ander heftig verhaal met donker humoristische toetsen. RAY & LIZ is de debuutfilm van fotograaf en videokunstenaar Richard Billingham, die zich voor deze terugblik op zijn jeugd inspireerde op zijn fotoboek Ray's a Laugh (1996) en kortfilm Ray (2016) over zijn alcoholische vader.

De Europese competitie, volgens het festival voor “films die de vorm van cinema onderzoeken, in vraag stellen en vernieuwen”, komt over als de erfgenaam van de Europese focus waar het verdwenen Brussels Film Festival (tot 2017 in Flagey) zich op richtte. De jury gaf haar Grand Prix aan de documentaire ANIMUS ANIMALIS (A STORY ABOUT PEOPLE, ANIMALS AND THINGS) van de Litouwse debutant Aistė Žegulytė, een reflectie over dood en leven aan de hand van taxidermie. Ook bij de winnaar van de prijs die de Jongerenjury in deze competitie uitdeelde, KOKO-DI KOKO-DA van Johannes Nyholm, spelen dieren (zoals een witte kat) en de dood een rol. Al maakt Nyholm niet echt duidelijk wat de fabelachtige dieren uit het bekende kinderrijmpje precies te maken hebben met het uit elkaar vallende koppel dat in het midden van een bos keer op keer wordt vermoord door een sinistere circusdirecteur en zijn groteske gezelschap. KOKO-DI KOKO-DA is speels, maar graaft tegelijkertijd diep in de menselijke overlevingsdrang.

Hoewel het BRIFF nog altijd op vele paarden wedt, heeft het bij deze editie zijn fluïde identiteit ‘filmischer’ ingekleurd dan bij de eerste jaargang. Uitkijken hoe het festival volgend jaar zal bevestigen.

Palmares

Internationale Competitie

Grand Prix: SO LONG, MY SON van Wang Xiaoshuai
Juryprijs: RAY & LIZ van Richard Billingham

Europese Competitie

Grand Prix: ANIMUS ANIMALIS (A STORY ABOUT PEOPLE, ANIMALS AND THINGS) van Aistė ŽegulytėJuryprijs (ex aequo): SOPHIA ANTIPOLIS van Virgil Vernier
Juryprijs (ex aequo): LIGHT AS FEATHERS van Rosanne Pel
Prijs van de Jongerenjury: KOKO-DI KOKO-DA van Johannes Nyholm

Publieksprijs Internationale en Europese Competitie: SHOOTING THE MAFIA van Kim Longinotto

Nationale Competitie

Grand Prix: OLEG van Juris Kursietis
Publieksprijs: GOOD FAVOUR van Rebecca Daly

Beeld: So Long, My Son

Geschreven door BJORN GABRIELS
 
onomatopee