Terence Davies te gast op Film Fest Gent

Behalve Ken Loach hield nog een andere Brit Film Fest Gent enkele dagen geleden in de ban. Twee films van good old Terence Davies zijn er te zien op Film Fest Gent. Afgezien van A QUIET PASSION, de film die hier in competitie loopt – en waaraan al eerder aandacht is besteed – loopt in de sectie Global Cinema SUNSET SONG.

Vorige week nam Terence Davies uitgebreid de tijd voor een Q&A. Alle aanwezigen waren onder de indruk van de voornaamheid en de gevoeligheid die hij uitstraalde en de oprechtheid van zijn antwoorden. Een neerslag van deze opmerkelijke happening, die anders van start ging dan kon worden voorspeld.

T. Davies: We hadden een wonderbaarlijke tijd hier in België toen we met de crew en de acteurs aan A QUIET PASSION werkten. Hoofdzakelijk omdat al die mensen zo goed Engels spraken. Dat is de enige taal namelijk die ik zelf ken.

Een duidelijk van zijn melk zijnde moderator had chronologisch een volgorde opgesteld en vroeg bijgevolg naar de verfilming van SUNSET SONG, zijn vorige film.

T. Davies: Och, daar is zoveel over te vertellen, laat ik me beperken tot de scène met de schapen. Eén goede raad voor alle regisseurs hier aanwezig: werk niet met schapen, het is verschrikkelijk, ze volgen geen regieaanwijzingen en ze zijn niet zo lief als ze eruitzien.

Je vroegere films waren autobiografisch, de twee laatste zijn boekverfilmingen, vanwaar deze ommezwaai ?

T. Davies: Het gebeurde gewoon. Het was niet gepland. Het begon met THE DEEP BLUE SEA en de laatste twee gaan over vrouwen en de volgende twee zullen over mannen gaan. De dichteres Emily (Dickinson) was een zeer speciale vrouw. Vermoedelijk is A QUIET PASSION de meest autobiografische film die ik al gemaakt heb.

Soms is er geen direct verband tussen beeld en voice-over ...

T. Davies: Dat hoeft ook niet. Belangrijk is om de dingen te voelen, het maakt niet uit of het een eigen scenario is dan wel de adaptatie van een boek. Weet je, ik ben wel goed in het verfilmen van dood en miserie. Ik groeide op in een groot gezin en we hadden het dus niet breed, maar we hadden wel gevoel voor humor. 

Is er een link tussen de twee films?

T. Davies: Het gaat om twee totaal verschillende vrouwen. Voor SUNSET SONG heeft het 18 jaar geduurd om de financiering rond te krijgen. Ach, we willen wedijveren met de VS in de UK, maar we hebben het geld en de acteurs niet om dat te kunnen. Ze hebben me verteld dat arthousecinema er niet toe doet en de Britse cinema wordt zonder meer niet ernstig genomen. 

In beide films zijn de hoofdpersonages vrouwen die lijden ...

T. Davies: Mijn eigen moeder stond model voor die personages. Ik wil er wel op wijzen dat een hard personage niet hetzelfde is als een sterk karakter. Voor mij was dat van belang. Ook de manier waarop ze door bleef gaan, haar lot aanvaardde ontroerde me.

En ze hebben allebei een harde vader ?

T. Davies: Hij was de patriarch in SUNSET SONG; je werd verondersteld te doen wat hij vroeg. Terwijl Keith Carradine in A QUIET PASSION een veel zachtaardigere vaderfiguur is.

Is het waar dat je hun hebt gevraagd om niet te acteren ?

T. Davies: Ja, ze moeten de persoon zijn, ze moeten kunnen aanvoelen hoe het personage dat ze vertolken zich voelt. Zelf moet ik open staan voor de wonderlijke momenten die cinema soms in petto heeft, en soms heb je aan één scène genoeg. Goede acteurs openbaren wat zich tussen hun ogen afspeelt. Je moet hun compleet vertrouwen schenken, want zij geven alles wat ze hebben en, wat ook belangrijk is, je moet de figuranten bedanken. Anders is het onbeleefd. Acteurs kiezen om hun populariteit op tv of zo … Ik weet het niet, ik kies vanuit een ander oogpunt. In de jaren 50 had je acteurs die hielden van hun publiek. Dat is nu verdwenen. Mijn acteurs lezen eerst het scenario, dan gaan we naar de set, passen de kleren, de repetities worden herleid tot een strikt minimum. Te veel voorbereiding maakt de scènes saai.

Nostalgie?

T. Davies: Op het eind van de oorlog waren we bankroet, er was geen ‘primary color’. De mensen konden zich niks permitteren, zelfs niet midden de jaren 50. De films van toen waren gewoon veel origineler. De omstandigheden waren aanwezig en het gevoel zat juist. 

De poëzie klinkt soms als muziek?

T. Davies: Ik hou ontzettend van muziek … Toen ik jong was had je een pub op elke hoek van de straat. Op een kerstavond – ik was toen nog te jong om al uit te gaan – wandelde ik over straat en in elke kroeg waar ik voorbij kwam werd er gezongen. Dat was toen heel gewoon. Zoals ik in SUNSET SONG laat zien.

Kan je iets vertellen over je stijlvolle manier van filmen?

TD: Ooit zei een dame tegen me: “Waarom zijn je films zo traag en vervelend?” Daarop heb ik geantwoord: “Het is een gave, mevrouw.” (gelach in de zaal)

Hoe sta je tegenover de moderne ontwikkelingen?

T. Davies: Digitaal is fabuleus, maar ik kan niks van die moderne technologie persoonlijk hanteren en ik kan het narcisme dat ermee gepaard gaat ook al niet begrijpen. Iemand neemt een foto aan tafel terwijl hij aan het eten is bijvoorbeeld. Maar digitaal is fantastisch. Je hoeft je over pellicule geen zorgen meer te maken. Jonge mensen kunnen er wonderlijke dingen mee doen. 

Digitaal monteren ...

T. Davies: ... heeft voor- en nadelen. Soms moet je kunnen nadenken over een bepaald fragment van de film en daar kan je dan een paar dagen mee bezig zijn. Soms is snelheid dodelijk.

Hoe denk je over vertalingen?

T. Davies: Wanneer je iets vertaalt is het eerste dat teloor gaat de humor. Je kan niet anders dan blijven vasthouden aan het origineel, want er is geen andere weg.

Denk je dit niveau nog lang te kunnen aanhouden ?

T. Davies: In verhouding met David Lean, Peter Greenaway, Ken Loach en anderen ben ik een mislukkeling. Ik ben even ijdel als zij, maar op een gegeven moment moet je aanvaarden dat je nooit dat niveau zult halen. Ooit is een van mijn films voor een lege zaal vertoond, dat maakt je klein en dan vraag je jezelf af: waarom doe ik het ? Maar daar staat tegenover dat ik ooit van een meisje – ik ken niet eens haar naam – een doos bonbons kreeg na een vertoning. Dan weet je weer waarom je films maakt.

SUNSET SONG, de voorlaatste van Terence Davies, is “like a picture book”, een zin die ook voorkomt in de film. Met een variabel palet van groen en geel en bruinige okerkleuren wordt het dramatische verhaal van Chris Guthrie verteld, een figuur uit de klassieke roman van Lewis Grassic Gibbon met model Agyness Deyn in de hoofdrol. Het harde boerenleven in een glooiend Schots landschap blijkt volgens de eindgeneriek zich ergens in Nieuw-Zeeland opgenomen te zijn. De voice-overtekst verschijnt deze keer niet op het scherm zoals bij A QUIET PASSION, maar hier is ook weer sprake van een sterke vrouw, die rebelleert tegen haar dominante vader, in haar eentje een boerderij bestiert, halsoverkop verliefd wordt en trouwt. Haar man gaat als vrijwilliger naar het front: vechten op Vlaamse grond in WO I, want de Schot wil niet voor lafaard worden uitgescholden. Emotie druipt bijgevolg geregeld van het scherm; na de Q&A weten we dat dat ook de bedoeling was.

Foto: Terence Davies tijdens de director's talk. Bron: filmfestival.be. Copyright: Jerroen Willems. 

Geschreven door ZENO CORNELIS