Terugblik IFFR: tussen aanwezigheid en absentie

Met THE HUMMINGBIRD PROJECT van Kim Nguyen (‘Rebelle’) kwam een einde aan tien volle dagen filmgenot. Rotterdam toonde zich wederom een bruisend centrum voor de levende diversiteit van cinema. In het hart van zo’n gevarieerd programma is er de onmogelijke opgave om een handjevol titels van extra lof te voorzien. Waar stoppen de hoogtepunten en waar beginnen de prijzen?

De programmeurs van de prominente Tigercompetitie staan jaarlijks voor een straffe uitdaging: ze moeten zich niet alleen verzekeren van wereldpremières, maar ook inzetten op een relevante symbiose van stijl en inhoud. De winnaar van dit festivaljaar belichaamt dat uitgangspunt op een treffende manier. De Chinese filmmaker Shengze Zhu hoefde haar huis niet uit voor het caleidoscopische filmportret PRESENT.PERFECT., waarin ze op sympathieke wijze inzoomt op online streamingregistraties van gemarginaliseerde Chinese burgers. De uitputtende montageslag “breidt de filmtaal uit met een nieuwe grammatica door het gebruik van found footage uit het huidige millennium”, meldt het juryrapport. De vorm is tegelijk ook de essentie.

De eenzame zielen in PRESENT.PERFECT. bleven filmen in de hoop dat iemand hen zou zien. Nu, een grove twee jaar later, ziet heel de wereld hen. “De titel is niet ironisch bedoeld”, zei Zhu tijdens de prijzenceremonie. “Het hier en nu is perfect zolang je de imperfectie omarmt.”

Nachtelijke magie

Het IFFR is een prachtige gelegenheid om dicht(er) bij huis titels te bekijken die hun wereldpremières al beleefden in Cannes of Venetië. LONG DAY’S JOURNEY INTO NIGHT is een niet te missen filmdroom, waarin de melancholie van een nachtelijk avontuur op onnavolgbare wijze gecombineerd wordt met de magie van licht en camera. De long take uit Kaili Blues (2015) bleek bij nader inzien een generale repetitie te zijn voor het huzarenstukje dat de Chinese cineast Bi Gan hier uitzet. Rimpelingen van Tarkovsky en Wong Kar-Wai vermengen zich met de emotie van een verloren herinnering; dichterbij de schijnwaarheid van de droomfantasie kan cinema haast niet komen. Drie films nestelden zich in de dichte schaduw van dit eenzame hoogtepunt. Spookachtige lichtjes in het bos kleuren de onvergetelijke ervaring MANTA RAY, een mateloos beloftevol debuut van Phuttiphong Aroonpheng uit Thailand. Claire Denis maakte met HIGH LIFE een ultieme film over het gekooide lichaam en de ongrijpbare hoop van het transcendente. De ruimtelijke setting tilt aardse thema’s naar grote hoogtes. NUESTRO TIEMPO ten slotte toonde zich de best denkbare oeuvrefilm voor een inspirerende masterclass met Carlos Reygadas (zie ons eerder verslag hier).

Echo’s van het lange festivalcircuit vinden we ook in het palmares. Zo bekroonde de jongerenjury Alice Rohrwachers LAZZARO FELICE, waarvan in Cannes al het scenario werd gelauwerd. De publieksprijs ging naar Nadine Labaki’s Juryprijswinnaar CAPHARNAÜM. De viering van Labaki’s sociaal-realistische drama spreidt een sterke consensus tentoon tussen het publiek en het gros van de pers. Ook TARDE PARA MORIR JOVEN, de favoriet van de Nederlandse filmcritici (KNF), kon op hoge publieksscores rekenen. De Chileense regisseur Dominica Sotomayor klemde haar lichtvoetige coming-of-agedrama tussen de val van Pinochet en de opkomst van de democratie in 1990. De schoonheid van de film zit hem met name in de soepele filtering van politieke referenties, waardoor de twee uur cinema een meanderende registratie wordt van een idyllische boslocatie en de jongeren die daar opbloeien.

De conventie voorbij

De laatste akte van Philippe Lesages GENÈSE doet iets soortgelijks: ze vangt de dartele gevoelens van een opgroeiende generatie, ergens tussen kampvuur en laaghangende boombladeren. Tijdens de Q&A na de festivalpremière overheerste door dat fragmentarische slotstuk toch wel wat verwarring. Hadden we in eerste instantie niet anderhalf uur lang zitten kijken naar het verhaal van twee tieners, dat na een heftige climax was uitgegaan als een nachtkaars? Waarom had Lesage de nood gevoeld om een nieuw verhaal te beginnen? In de bescheiden reacties van de Canadese filmmaker (Les démons) weerklonk impliciet een verfrissende wens: kunnen we scriptconventies onderzoeken, veranderen, bevragen? Misschien is dat wel de belangrijkste sleutel tot verrijkende festivalcinema: filmmakers aantrekken die geijkte formules uitrekken en van een nieuw elan voorzien.

In dat kader waren de marathonvertoningen van Mariano Llinás LA FLOR een groot succes. Na afloop van het derde en laatste deel bleef het publiek enthousiast zitten voor een Q&A die een uur in beslag zou nemen. Het zal ongetwijfeld niet de enige reden zijn waarom uiteindelijk het tweede deel de publieksprijs van het Hubert Bals Fonds (de drijvende subsidiekracht achter veel IFFR-titels) in de wacht sleepte. De massale waardering voor de inventieve cinema van Llinás is een van de meest hoopgevende wapenfeiten van het festival. De bezoekers die zich hebben laten uitdagen lieten hun stem horen en hebben er zo mee aan bijgedragen dat de producenten momenteel kunnen werken aan verdere distributie.

De armoede van absentie?

Het IFFR spant zich er zo op verscheidene manieren toe in het publiek te bedienen met spraakmakend festivalmateriaal. Anna Eborns TRANSNISTRA, de winnaar van de VPRO Big Screen Award (gekozen door een publieksjury), krijgt landelijke distributie en een televisievertoning. Op streamingplatform IFFR Unleashed kijk je daarnaast exclusief naar Albert Serra’s Roi soleil, een uitgebeende epiloog van La mort de Louis XIV (2016), en naar de prachtige recente restauratie van Sergei Parajanovs The Color of the Pomegranates (1969). De schilderachtige outtakes van die laatste film werden tijdens het festival tentoongesteld in een remonstrantse stadskerk.

In een digitaal landschap moet ook de festivalwereld zich hoognodig oriënteren: hoe vertonen we ons materiaal? Accepteren we dat een visie in een hotelkamer onvermijdelijk samenhangt met absentie? En is die absentie dan een vorm van ontwikkeling of van verval? Gelukkig was er in de filmzalen van dat alles niet al te veel te merken. Daar overheersten twee begrippen die cinema mee rijk maken: immersie en interactie. Van daaruit blijven en vertrekken we. Op naar vele, vele jaren.

Palmares

Tiger Award: Present.Perfect. van Zhu Shengze
Special Jury Award: Take Me Somewhere Nice van Ena Sendijarević
Bright Future Award: A volta ao mundo quando tinhas 30 anos van Aya Koretzky
Eervolle vermelding: Historia de mi nombre van Karin Cuyul
VPRO Big Screen Award: Transnistra van Anna Eborn
Audience Award: Capharnaüm van Nadine Labaki
Hubert Bals Fund Audience Award: La flor (Parte 2) van Mariano Llinás
Voices Short Award: Casa de vidro van Filipe Martins
FIPRESCI Award: End of Season van Elmar Imanov
NETPAC Award: Last Night I Saw You Smiling van Kavich Neang
KNF Award: Tarde para morir joven van Dominga Sotomayor
IFFR Youth Jury Award: Lazzaro felice van Alice Rohrwacher
Found Footage Award: Kodak van Andrew Norman Wilson

Meer over PRESENT.PERFECT, digitalisatie en internetcultuur op het IFFR in onze terugblik op het festival in het maartnummer.

Beeld: Present.Perfect.

Geschreven door TIM BOUWHUIS