TIFF18: Clowns aan de macht

Terwijl Paolo Sorrentino in zijn recentste film LORO een portret van Silvio Berlusconi aflevert dat niet iedereen kan bekoren, blijft Michael Moore zijn gebruikelijke provocatieve zelve in FAHRENHEIT 11/9 door onder andere te insinueren dat de huidige Amerikaanse president een incestueuze pedofiel is. Activisme van een heel andere kaliber vinden we dan weer terug in THE PUBLIC.

“Welke goede films zag je nog?” is een weinig verrassende doch gebruikelijke vraag in de wandelgangen van filmfestivals. Ik kan er doorgaans niet echt op antwoorden. Mijn brein percipieert de vraag als een onoplosbaar mathematisch probleem. Een dubbele kortsluiting schroeit mijn laatste neuronen en ik kan plots op geen enkele filmtitel meer komen. Maar toen een barman vroeg “What is the most obnoxious film you’ve seen so far?”, kwam LORO van Paolo Sorrentino moeiteloos over mijn lippen. In het mooie Elgin Theatre in Toronto gedroeg de filmmaker zich bovendien op de Q&A na de eerste vertoning van de internationale versie van zijn film als een onhebbelijk personage; misschien omdat de negatieve kritieken toen al binnenstroomden?

In Italië kwam de film eerder dit jaar uit in twee delen. In Cannes werd hij niet opgenomen in het programma. Caleidoscopische beelden begeleiden de in drugs benevelde escapades en ondernemingen van cokehead Sergio Morra (La meglio gioventù) die de maatschappelijke ladder wil opklimmen. De drukke beelden maken vervolgens plaats voor een focus op haast uitsluitend het personage van Berlusconi (Toni Servillo), op één scène na waarin de MDMA op een zwembadfeestje uit de lucht komt gevallen. Bunga bunga-liedjes dreunen uit de luidsprekers en beelden kabbelen voort op de dreunende discobeat van onder andere ‘King of My Castle’, de populaire hit van Wamdue Project uit de jaren 90. De retorische vraag in dat lied – “Must be a reason why I’m king of my castle” – beantwoordt Berlusconi zelf meermaals in de film: “Sono io il più bravo!” Zijn ego druipt ervan af. Sorrentino zelf zegt geen film te hebben gemaakt over de president. Hij wou een film maken over de Italianen. En wat is er meer Italiaans dan Berlusconi?

De eindgeneriek breekt wat met de rest van de film, maar is toch een mooi moment: een travelling shot portretteert traag de heldhaftige brandweer- en politiemannen die tijdens de aardbeving in L'Aquila de stad uit puin en miserie helpen. In tegenstelling tot de Italiaanse president die in nasleep van de natuurramp traag reageerde en weinig voeling toonde met zijn burgers. Hij bouwde dan wel in allerijl een nieuw dorp, maar het enige waar de diepgelovige dorpsbewoners echt om gaven was ‘hun’ Christus: het standbeeld dat de brandweermannen met een kraan uit het puin halen en met veel zorg neerlaten op een fluwelen, bloedrood doek op de ruïne van een vernielde kerk.

“Do they have any weapons? Michael Moore is here.”

Al haalt ook hij een bekend recept boven, wordt Michael Moore wel opnieuw bedolven onder de superlatieven. In FAHRENHEIT 11/9 is hij hard voor de democratische partij, de media, Obama en Gwen Stefani, die volgens hem allemaal verantwoordelijk zijn voor Trumps presidentschap. Maar Moore is ook optimistisch. Hij focust op de nationale stakingen van het onderwijspersoneel in februari, toen in enkele staten het werk werd neergelegd om bij beleidsmakers voor betere werkomstandigheden te pleiten. We gaan ook op bezoek bij de #neveragain-campagne, opgericht door de leerlingen van een school in Parkland, Florida, die zich hebben georganiseerd na een schietpartij begin dit jaar. We zien hoe zij gehoord willen worden in het verhitte wapendebat in de VS en hoe jongvolwassenen zoals David Hoog en Emma Gonzalez zichzelf opwerpen als geëngageerde activisten.

Intussen neemt Moore ook de tijd om ‘real America’ ter herdefiniëren, een term zo vaak misbruikt door de conservatieven. Vandaag zou men bij het noemen van Texas bijvoorbeeld eerder moeten denken aan een doorsnee lesbienne dan aan de dikke, hamburger vretende blanke man met cowboylaarzen, suggereert Moore. Nieuwe alternatieven dienen zich aan: een nieuwe democratische revolutie met opkomende kandidaten zoals Alexandria Ocasio-Cortez en Rashida Tlaib. Of nog, de vele andere jonge vrouwen die zich voor het eerst kandidaat hebben gesteld in de politieke nasleep van de Women’s March, door Time Magazine omgedoopt tot ‘The Avengers’.

Moore besteedt terecht veel aandacht aan het waterschandaal in Flint, waartoe zijn provocatief-journalistieke stijl zich goed leent. Zo spuit hij in een hilarische scène de villa en de tuin van verantwoordelijke gouverneur Rick Snyder vol met Flint-water. De documentaire vergelijkt Trump met Hitler en waarschuwt voor een nieuwer, discreter fascisme. Ironisch genoeg staat Moores guerrillastijl echter bijzonder dicht bij die van Trump: provocatief, polemisch en … angstaanjagend.

Naar de bib voor een ander soort activisme

Tussen de zware emotionele geladenheid van de bepaalde films en de drukte van het festival zorgt THE PUBLIC voor een aangename verpozing, met luid geschater in de zaal. Deze pretentieloze, hilarische televisiefilm voelt onze welmenende, schijnbaar progressieve maar helaas passieve houding als burgers aan de tand. Deze opzet wordt snel duidelijk wanneer de ex-dakloze en ex-drugsverslaafde bibliothecaris Stuart Goodson (Emilio Estevez, van de Sheenfamilie) zijn fashionably green assistente lief plaagt: “activism isn’t an internet meme”, de voorbode voor de ontwikkelingen die zullen volgen in de stadsbib van Cincinnati.

Tijdens een bijzonder koude winter schuilen daklozen tussen de rijen van de hoofdbibliotheek. Op een avond weigert een zootje ongeregeld geleid door Jackson (Michael Kenneth Williams) te vertrekken bij sluitingstijd. Ze worden snel bijgestaan door Stuart. Wanneer de bibliotheekdirecteur (Jeffrey Wright) eindelijk de politiemacht en beleidsmensen confronteert (“Do you know how to do anything without the use of excessive force?”) en zelf ook de kant van zijn personeel en ‘zijn’ daklozen kiest, is het hek al lang van de dam en wordt de openbare bib weer opgeëist door … de burgers.

THE PUBLIC opent met archiefbeelden uit een beroepsbegeleidingsvideo uit 1947. De film is dan ook een hulde aan het nobele beroep van de bibliothecaris, die bezoekers niet alleen aan kennis helpen maar hen tout court helpen en daarmee zowat de verantwoordelijkheden van een sociaal werker op zich nemen. Het is voor voorts een eerlijke, zeer luchtige kritiek op een bedenkelijk smartphone-activisme en op een systeem dat ongelijkheden in stand houdt. Bepaalde verhaallijnen worden niet helemaal uitgewerkt en cinematografisch brengt THE PUBLIC niet veel nieuws, maar de lachsalvo’s die volgen op de onverwachte en hilarische ontwikkelingen tijdens de bezettingsactie maken veel goed.

BEELD: LORO

Geschreven door INGE COOLSAET
 
onomatopee