Tobe Hooper te gast op Offscreen in Brussel

Dé film waarmee de Amerikaanse filmmaker Tobe Hooper (°1943) bij het brede publiek bekend werd, 'The Texas Chain Saw Massacre' (1974), was een onafhankelijke lowbudgetfilm die uitgroeide tot een van de meest succesvolle en invloedrijke horrorfilms van de voorbije halve eeuw. Zijn film maakte alvast duidelijk dat er nieuwe regels werden gehanteerd; het was meteen gedaan met Christopher Lee die uit zijn graf herrijst.

The Texas Chain Saw Masscre kende lang niet bij iedereen evenveel bijval, toch werd de film het handelsmerk van Hoopers lange carrière. Nadien zou hij nog de succesvolle tv-film Salem’s Lot (1979) regisseren, scoorde hij met Poltergeist (1982) zijn grootste hit voor producent Steven Spielberg, en maakte later nog films zoals Lifeforce (1985), Invaders from Mars (1986, remake van de klassieker uit 1953) en de sequel The Texas Chain Saw Massacre 2 (1986).

Hooper was als eregast van het Offscreen Filmfestival in Brussel bijna twee volle weken in Brussel. Een van de hoogtepunten van deze 8ste editie waarmee Offscreen een ware primeur binnenhaalde, was een kristalheldere en digitaal gerestaureerde high definition versie van The Texas Chain Saw Massacre die onder grote belangstelling en in het gezelschap van Tobe Hooper in de prestigieuze Henry le Bœufzaal van Bozar werd vertoond. Ooit bestempeld als gratuite horror, werd de film ruim vier decennia na zijn release in een gloednieuw jasje gestoken. Naast de digitale herwerking van de film werd eveneens het superieure Dolby Surround 7.1 toegevoegd. De film klinkt alsof hij gisteren is gemaakt, zodat de low-cost ‘look’ van de film nu zo goed als verdwenen is. Of zoals Hooper het zelf verwoordde: “Nu zie je meer en hoor je meer, zodat je nauwer betrokken bent bij de emoties van de personages.”

FILMMAGIE: Stoort het je niet dat je onafgebroken vragen moet beantwoorden over The Texas Chain Saw Massacre [1974], alsof dat de enige film is die je ooit hebt gemaakt?

TOBE HOOPER: Er horen heel wat films thuis in het universele en tijdloze filmgeheugen, meestal films die om een of andere reden van betekenis zijn. Ik prijs me gelukkig dat een van mijn films daarbij hoort. Het is goed om een film te hebben gemaakt die de tand des tijds blijft doorstaan.

The Texas Chain Saw Massacre kostte minder dan 100.000 dollar en bracht in de VS meer dan 30.000.000 dollar op. Easy Rider [1969] was een gelijkaardige onafhankelijke trendsetter. Met een budget van 400.000 dollar haalde hij een omzet van ruim 41.000.000 dollar. Wanneer besefte je dat The Texas Chain Saw Massacre een succes, zelfs een cultfilm kon worden?

T. HOOPER: Toen ik de film had afgewerkt, waren er leden van de crew die tegen elkaar zeiden: “This thing is awesome.” Ik vermoedde dat hij wel uit de kosten zou raken, ik was er nerveus over om de film in een zaal met publiek te zien. Dus koos ik voor een drive-in, zoals die toen nog bestonden. Ongeveer halverwege de film zag ik bij heel wat auto’s vóór mij voortdurend de stoplichten branden. Ik dacht toen: “Jongens, dat ziet er niet goed uit, die mensen gaan dadelijk allemaal vertrekken.” Dat bleef zich maar herhalen, totdat het me opviel dat ik ook onbewust met mijn voet op mijn rempedaal duwde. De film had blijkbaar een grote invloed op mijn beenspieren die zich voortdurend opspanden. Ik herinner me nog dat Ridley Scott met een hamburger en een beker cola naar een visie van de film kwam. De lichten gingen uit, de film begon, en toen de film was afgelopen zat hij er nog altijd met zijn hamburger en zijn cola. Dat waren dus goede voortekens.

Frank Capra en Preston Sturges zijn bekend om hun screwball comedies, Hitchcock om zijn thrillers en jij bent iemand van het horrorgenre. Was dat een bewuste keuze of puur toeval?

T. HOOPER: Voor mij was het blijkbaar de enige manier om uit mijn geboortestad Austin, Texas, weg te raken en in Los Angeles aan de slag te kunnen; daar staat nog altijd een grote microfoon om de rest van de wereld te bereiken. Dus wat mij betreft was dat slechts een poging om daar te geraken. Mijn eerste film, Eggshells (1969), was een enorme flop. Die film heeft me geen stap vooruitgeholpen, maar ik wist dat ik nog genoeg geld bij elkaar kon krijgen om een kleine, goedkope film te maken. Ik opteerde daarom voor het horrorgenre, omdat het misschien meer perspectieven bood, waardoor ik als filmmaker aan het werk kon blijven. Dat is de reden waarom ik toen The Texas Chain Saw Massacre heb gemaakt. Hopelijk zouden ze me dan in Los Angeles opmerken en zou het mijn toegangsticket worden voor de filmbusiness, zonder mijn eigen integriteit te verliezen. Uiteindelijk is het een business waarin je terechtkomt en wanneer je een film maakt waarvan je wil dat hij op grote schaal wordt vertoond, dan moeten al die kosten ook worden gerecupereerd. Dat is een zekerheid die de studio’s nastreven, dus ik had een eigen experimentele filmtaal, die lichtjes Europees getint was, en wilde het gedrag van filmpersonages nog uitdiepen, want dat boeide me: de personages, hun gedrag, waarom ze zich zo gedragen en welke indruk ze op jou als kijker achterlaten, de ‘sound of truth’, weet je. Zo kwam ik stilaan tot het inzicht van wat je precies nodig hebt om een goede genrefilm te maken. Vanuit die achtergrond is The Texas Chain Saw Massacre dus tot stand gekomen.

Veel van je films heb je niet alleen geregisseerd, je was ook producent en monteur, je schreef mee aan de score en aan het scenario. Heb je met al die ervaring achteraf iets kunnen doen?

T. HOOPER: Zeer zeker. Ik wilde en moest met al die zaken vertrouwd raken, want maakte ik bijvoorbeeld een reclamespot voor tv, dan waren al die skills zeer handig als je ze onder de knie hebt. Het was gemakkelijk om niet altijd te moeten terugvallen op een monteur, een cameraman of een componist. Ik deed dat al als jonge snaak, van toen ik de 8mm-camera van mijn ouders voor het eerst in mijn handen kreeg. Kwam ik van school thuis, dan pakte ik de camera en begon te filmen. Het was voor mij toen bijna dagelijkse kost: ik filmde, dan volgde het knippen en plakken, zo maakte ik mijn eerste eigen filmpjes. Als opgroeiende tiener leerde ik in de plaatselijke bibliotheek filmpublicaties zoals American Cinematography en Sight and Sound kennen; dat was voor mij helemaal het einde. Er waren toen overigens nog niet zoveel tijdschriften over film en over hoe een film werd gemaakt. Dus ja, het was voor mij een voordeel om zo goed mogelijk vertrouwd te zijn met film in al zijn facetten.

Ook toen je in het Hollywood van vooral de jaren 80 dure studiofilms maakte?

T. HOOPER: Jawel, want ik blijf altijd bij een film totdat hij helemaal klaar is, ik ben dus ook altijd zeer nauw betrokken bij de postproductie. In de tijd van de oude studio’s gebeurde het vaak dat een filmregisseur zijn film opnam en hem dan integraal overdroeg aan het postproductieteam, terwijl hij meteen aan zijn volgende film begon. Van bij het begin had ik een zekere affiniteit met de Europese cinema waar de regisseur vaak als auteur werd beschouwd en hij veel controle had over zijn film: de filmregisseur stond in de spotlights. In de dagen van Frank Capra hadden vooral topregisseurs in Hollywood een elitaire status. Toen ik daar arriveerde, was het de periode van ‘a film by’ met de naam van de filmregisseur boven de titel, wat ik een goede zaak vond. Het sloot aan bij mijn visie, al had ik liever films had gemaakt vóórdat ik was geboren.

Koesterde je zo’n grote bewondering voor je voorgangers uit de tijd van de zwart-witfilms?

T. HOOPER: Absoluut. In de States hebben we een tv-zender die de klok rond oude films vertoont: Turner Classic Films, we hebben ook Time Warner met zijn talloze kanalen, veel VoD, enz. Het aanbod is bijna eindeloos en grandioos.

In welke mate hebben die filmregisseurs je, al dan niet bewust, aangezet om zelf films te gaan regisseren?

T. HOOPER: Ik ben opgegroeid met films. Mijn vader was gek van film, altijd nam hij me mee naar de bioscoop. Voetbal of sport interesseerde me niet, ik nam zijn passie gewoon over en bracht dus ook enorm veel tijd door in de cinema. Ik heb, bij wijze van spreken, tot mijn vijfentwintigste bijna elke dag een film gezien, soms zelfs twee of drie per dag. Toen ik mijn eerste eigen auto had, trok ik naar de drive-in, want daar had je vaak B- en C-films, van die echte throwaways, niemendalletjes zeg maar. Die waren op z’n minst even leerrijk omdat je zag hoe je het níét moest doen. Dus film is altijd mijn leven geweest, het was en is mijn manier van leven, en tot op vandaag is het moeilijk voor mij om een dag door te komen zonder een film te hebben gezien.

Met in het achterhoofd de remake van Poltergeist die binnenkort wordt uitgebracht, hoe ben je terechtgekomen bij Steven Spielberg voor jouw versie van die succesfilm uit 1982?

T. HOOPER: Ik kende Steven al van toen ik voor het eerst in Los Angeles aankwam. Op een dag zei ik hem dat ik graag ooit een ghost story wilde maken. Hij vond het een geweldig idee en toen ik The Haunting (1963) van Robert Wise ter sprake bracht en hem zei dat het altijd een van mijn favoriete films was geweest, bleek dat hij er ook altijd veel bewondering voor had gehad. Meteen zaten we op dezelfde golflengte, zo is het allemaal begonnen.

Hoeveel van Poltergeist kunnen we aan jou toeschrijven? Want er is over gezegd en geschreven dat Spielberg zelf ook heel wat van de film heeft geregisseerd.

T. HOOPER: Dat is begonnen met een artikel in The Los Angeles Times. De eerste twee weken draaiden we buitenopnames, vooral van het huis van de familie. Ik was op een dag achterin de tuin aan het filmen met Oliver Robbins (de zoon van de familie uit de film, nvdr), terwijl Steven de opnames met de raceautootjes maakte. The Los Angeles Times bracht toen een bezoek aan de filmset en schreef nadien: “We weten niet precies wie de film uiteindelijk regisseert.” Zo is deze anekdote een eigen leven gaan leiden. Zo herinner ik het me: En nadat hij was afgewerkt, hoorde ik die verhalen. Poltergeist heeft mijn carrière hoe dan ook een nieuwe impuls gegeven, waardoor ik opnieuw hoger kon mikken.

Offscreen Filmfestival – Brussel, 12 maart 2015

Beeld: Tobe Hooper (© foto Leo Verswijver)

Geschreven door LEO VERSWIJVER