Torino Filmfestival (slot): een bevreemdende wereld

Het 34ste Torino Filmfestival (18-26 november) in het noorden van Italië bleek een plek vol bevreemdende werelden. De juryprijs voor de beste film in competitie ging naar het Chinese THE DONOR, dat gedefinieerd kan worden met Abba’s “It’s a rich man’s world”: de rijken denken zich alles te kunnen veroorloven, ook een stuk leven van minder begunstigden.

In THE DONOR (Qiwu Zang, 2016) wil een simpele mecanicien zijn kleine familie vooruithelpen door in het geheim een nier af te staan aan de zus van een rijkaard die zowel op menselijk als op financieel gebied donor en begunstigde wil verzoenen. Wanneer de transplantatie mislukt, oefent de rijkaard een steeds grotere druk uit op de donor om diens compatibele 18-jarige zoon tot een transplantatie over te halen. Een thema dat in scène wordt gezet tussen de bescheiden woonomstandigheden van de kleine man, bedreigd door de afbraak van zijn wijk op de rand van een metropool ten voordele van woonblokken, en de rijkdom zonder verklaring over de oorsprong van de nieuwe Chinese elite. Maar het onderwerp is zeker niet beperkt tot China, zoals bij de bekroning verwoord wordt: “Een universele film die, vertrekkend van China, het heeft over de hedendaagse samenleving die een sociaal, politiek en economisch weefsel beschrijft die eigen is aan welke plaats en tijd dan ook.”

De publieksprijs ging naar het Duitse WIR SIND DIE FLUT (Sebastian Hilger, 2016), een als minimalistische thriller verpakte metaforische omzetting van wat er overblijft van, of wat er kan gebeuren als de volwassenen de idealen en dromen van hun kinderen verwaarlozen. Een soort “magisch realisme”, een vervreemdingseffect tussen een toeristische Baltische Zee en wat er zich onverwacht afspeelt, of beter: wegvalt op een stuk van zijn kust.

Heeft iemand bij ons opgemerkt dat in de begingeneriek van het degelijke op-en-top Amerikaanse/hollywoodiaanse FREE STATE OF JONES (Gary Ross, 2016 – een Italiaanse première op het TFF) het frame van de Chinese coproducent H. Brothers secondenlang op het scherm blijft plakken? Niks op tegen. Ook een van Kurosawa’s laatste films DREAMS (1990) werd (omgekeerd) mogelijk dankzij de Amerikaanse inbreng van Steven Spielberg. Zolang de geldschieters/producenten als mecenaten optreden en alle vrijheid laten aan de makers om zich te uiten ... Maar het verrassingseffect blijft. Een dergelijke bevreemdende invalshoek merkte ik ook op tijdens de visie van PERSONAL AFFAIRS (Maha Haj, 2016): ik moest me mentaal even op Google maps verplaatsen om me ervan te vergewissen dat deze Israëlische film het heeft over Palestijnen. Palestijnse ouders die in Nazareth wonen hebben blijkbaar niks meer te delen met elkaar, met de jongste (ongehuwde) zoon en de (gehuwde) dochter in Ramallah, en de oudste zoon in Zweden. In tegenstelling tot de bijna bivakkerende Palestijnen in BEYOND THE MOUNTAINS AND HILLS (zie eerder) hebben de familieleden het ieder op zich materieel goed; het zijn de menselijke relaties onderling die voor wrevel zorgen. In deze overwegend lichte komedie komt het echter als een stomp in de maag over dat de jongste zoon en zijn would-be-liefje bij een Israëlische wegversperring door een misverstand gearresteerd worden als mogelijke terroristen. Is het dichterlijke vrijheid of een verwijzing naar de “normaliteit” van een dergelijke behandeling dat deze laatste twee, lang alleen in de Israëlische militaire verhoorkamer, uiteindelijk hun danspassen oefenen voor de tangowedstrijd in Jeruzalem waarnaar ze op weg waren? De film laat alle hypothesen open over het verdere verloop voor elk van de protagonisten.

Evengoed een opdoffer is die andere film uit het Midden-Oosten (Egypte om precies te zijn) CLASH (Mohamed Diab, 2016 – coproductie Arte), die de rellen in Caïro tussen aanhangers en tegenstanders van de pas afgezette Egyptische Muslim Brothers-president Morsi heel menselijk verbeeldt: in een arrestatiewagen van de politie (het enige gezichtspunt van de hele film) worden militanten van beide strekkingen bij elkaar gezet, samen met politiek niet direct geëngageerde burgers die tijdens die gevangenschap heen en weer geslingerd worden tussen de ene sectie en de andere. Tussen uitgestalde ideologie, intiem menselijke ontboezemingen en noden en komische situaties eindigt de film - die in januari in België te zien is - in een dramatisch open einde.

Experimenteel qua vorm, want niet rechtlijnig verteld met moeilijk te situeren flashbacks is de Cambodjaanse (met USA- en Zuidkoreaanse inbreng) TURN LEFT TURN RIGHT (Doug Seok, 2016), opgedeeld in twaalf korte hoofdstukken over een meisje dat wég is van dansmuziek (westerse maar niet minder van eigen bodem) en dat om die reden haar dubbele baan verliest, maar evengoed vanwege haar bezorgdheid om haar terminale vader. Geënsceneerd tussen details van de ruïnes van de Angkor-tempels, de moderne grootstad en de zee is de documentaireachtige film een evenwichtsoefening tussen verleden, heden en zoektocht naar een toekomst.

Ook Aziatisch, want met Singaporese invalshoek (maar ook internationaal geproduceerd) is THE APPRENTICE (Junfeng Boo, 2016). Vrij klassiek maar goed geconstrueerd trekt de film de ware bedoelingen in twijfel van een jonge gevangeniscipier die zowel aangetrokken als afgestoten wordt door de kans om de beul te worden van om diverse redenen ter dood veroordeelde gevangenen.

Zwart Afrika blijft bijzonder zwak vertegenwoordigd op het TFF. Een opening op dit continent was dan toch de Duits-Burkino Faso-coproductie PANKE (Alejo Franzetti, 2016) over het onderhuidse thema van de Afrikaanse inwijking in West-Europa/Duitsland: een jonge homeopatische dokter uit Burkino Faso die neergestreken is in Marseille gaat terug naar Berlijn om zich te ontfermen over de laatste wilsbeschikkingen van zijn daar overleden broer en vooral over hun moeder die het lijk thuis begraven wil zien. In zijn Berlijnse isolement ontmoet de man een Franciscaanse novice die, ook al deelt hij zijn geloof niet, een zekere gemoedsrust weet op te roepen.

Italië roept Italië. In competitie I FIGLI DELLA NOTTE, de eerste eigen lange speelfilm van Andrea De Sica, zoon van componist Manuel De Sica. Maar de kleinzoon van Vittorio De Sica beweegt zich op een heel ander terrein dan zijn grootvader wat genre betreft (SciusciàLadri di bicicletteIl giardino dei Finzi Contini) of van zijn oom Christian De Sica (lichte komedies tot grollenfilms die bij ons nooit zijn uitgebracht): zijn opera prima is een sobere maar goed uitgebouwde thriller over middelbare-schoolkinderen in een afgelegen elitecollege die zonder begeleiding van hun ouders de weg naar de volwassenheid moeten vinden.

BEELD: THE DONOR  (Qiwu Zang, 2016)

Geschreven door MARCEL MEEUS
 
onomatopee