Traditie en provocatie in Karlovy Vary

Het Internationaal Filmfestival van Karlovy Vary (KVIFF) in Tsjechië bestaat al ruim 70 jaar en is het belangrijkste filmfestival in het oosten van Europa, zeg maar de vitrine van de Oost-Europese film. In zijn voorwoord in de festivalcatalogus haalde artistiek directeur Karel Och aan dat de programmatie tot stand is gekomen “met respect voor traditie en tegelijk met een geest van openheid voor wat vernieuwend dan wel provocerend is”.

Radu Jude, de bekende Roemeense filmmaker – een van de velen – van onder meer Everybody in Our Family (2012) en Afirim (2015), heeft met zijn jongste film-met-de-ietwat-uitdagende-titel (inclusief aanhalingstekens) “i do not care if we go down in history as barbarians” de Grote Prijs gewonnen op de 53ste editie van het KVIFF. In deze gelaagde collagefilm waarin nogal wat wordt gediscussieerd, poogt een artieste een verdrongen historisch voorval – een massamoord door het Roemeense leger in Odessa in 1941 – in open lucht te reconstrueren. Een onmogelijke opdracht, zo mag blijken, want hoe evoceer je in godsnaam een massamoord? Het uitgangspunt van de cineast is dat “het Roemeense leger, op de nazi's na, tijdens de Tweede Wereldoorlog de meeste joden en Roma hebben omgebracht: 380.000 namelijk”. Tot 1944 stond Roemenië aan de kant van nazi-Duitsland en had het de Sovjet-Unie de oorlog verklaard – de minister voor Buitenlandse Zaken Mihai Antonescu moet toen de zin hebben uitgesproken die dienst doet als titel van de film. Na de oorlog, tijdens het communistische regime, werd in Roemenië in alle talen over de massamoord gezwegen. Een onthutsende brok geschiedenis met resonanties tot vandaag.

Om het groeiende fascisme in Italië te counteren maakte Paolo Taviani – zijn broer Vittorio was tijdens de opnames al ziek, bekeek de rushes dag na dag en zou later overlijden – de intens mooie en lyrische antioorlogsfilm una questione privata, naar een heel bekend boek van Beppe Fenoglio. Milton, lid van het Italiaanse verzet in de Tweede Wereldoorlog, komt in de heuvelachtige regio van Piëmont voor een verlaten villa te staan waar de partizaan als adolescent verliefd werd op Fulvia, een vriendin van zijn beste vriend Giorgio, van wie hij vermoedt dat hij door de fascisten is gevangengenomen. Tijdens zijn zoeken naar Giorgio (en via Giorgio uiteraard ook naar zijn Fulvia) in de chaos van een meedogenloze oorlog dwarrelen de herinneringen aan het bloedmooie meisje door zijn hoofd.

Van de Tweede Wereldoorlog naar het oorlogsfront vandaag: de bevrijding van (het door het wrede Daesh bezette) Mosul, de tweede grootste stad van Irak, door Iraakse elitesoldaten van de Golden Division die huis na huis moesten doorzoeken. Zij verloren 40% van hun manschappen bij deze maandenlange minutieuze operatie. De Tsjechische journaliste Jana Andert – ooit was ze modefotograaf – volgde gedurende acht maanden onder een loden zon en bij 55° in het kielzog van het onverschrokken bataljon soldaten. In het knappe, razend spannende document inside mosul schetst zij een onthutsend sfeerbeeld van de schrijnende gevolgen van deze woeste barbarij met soldaten die doodmoe zijn, tot puin vernielde, leeggehaalde huizen, boobytraps, Daesh-sluipschutters, ontredderde vrouwen, hospitaalscènes, stervende kinderen, verdachte mannen tot en met enkele gevangengenomen Daesh-aanhangers en/of strijders. Een film als een shocktherapie.

Spelen deze soldaten met hun leven voor de goeie zaak, dan is dat voor de jongeren in jumpman van de Rus Ivan I. Tverdovsky (Speciale Vermelding van de Jury) een oplichterspraktijk. Ze trainen hard om voor aanrijdende auto’s in te springen zodat de bestuurder (liefst een zakenman) kan worden vervolgd. De 16-jarige Denis, die door een zeldzame aandoening geen pijn kan voelen, is de speelbal in een complot tussen zijn moeder, de politie, rechter, openbare aanklager, de dokters van het ziekenhuis, en de advocaat van de beschuldigde. Ontnuchterend als tijdsdocument van het Rusland onder Poetin, al graaft de film niet diep.

In de luchtige, lome vakantiefilm sueno florianopolis (Speciale Prijs van de Jury) laat de Argentijnse cineast Ana Katz een doorsnee gezinnetje (pa, ma, dochter en zoon) vanuit Buenos Aires in een aftandse Renault afreizen naar een vakantieoord in het Braziliaanse Florianopolis. Gegidst door een snuifje humor en een tikkeltje weemoed beleeft elk lid van het gezin zijn avontuurtje, van een eerste liefde tot een vluchtige ontmoeting.

De even fascinerende als sensuele vrouwenfilm nina van de Poolse Olga Chajdas heeft als vertrekpunt de ongewilde kinderloosheid van Nina, docente Frans aan een hogeschool. Om haar huwelijk te redden vraagt ze Magda, die ze toevallig leert kennen, of zij draagmoeder wil zijn. Magda weigert categoriek, maar deze vrijgevochten vrouw maakt nogal wat gevoelens los bij Nina. In het Polen van vandaag een statement dat kan tellen. Niet verwonderlijk dat de Poolse film dit jaar zo sterk voor de dag komt.

Mooi dat voor de competitie van het A-filmfestival dat Karlovy Vary toch is een kleine film uit de Dominicaanse Republiek zoals miriam lies van Natalia Cabral & Oriol Estrada kan worden geselecteerd, een coproductie met Spanje (Pavo Poch voor Mallerich Films). Het timide mulatmeisje Miriam leert dansen in afwachting van haar 15de verjaardag – het meisje wordt dan vrouw. Ze doet dat (alsnog) zonder partner, ook al wordt ze danig daartoe aangepord door haar witte moeder en beste vriendin. Miriam chat wel met Jean-Louis, een jongen met een Franse naam die ze uiteindelijk op haar feest wil uitnodigen. Een integere, discrete, een pracht van een coming-of-agekroniek over liefde, vriendschap, de onzekerheid van de pubertijd, de problematiek van te leven met een donkere huidskleur, bewust en onbewust racisme enzoverder. Goed voor een Speciale Vermelding van de Oecumenische Jury, die het Israëlische geula (Redemption) van Joseph Madmony & Boaz Yehonatan Yaacov bekroonde.

En zo belanden we bij de overheerlijke kroniek vol vertederende levenswijsheden lucky, het regiedebuut van theater- en filmacteur John Carroll Lynch dat in België al in februari in de zalen verscheen. Lucky is de bijnaam voor het personage dat good old Harry Dean Stanton speelt, zijn allerlaatste rol, want de acteur overleed vorig jaar. lucky pikt Lucky op – hij komt steevast erg geestig uit de hoek – wanneer het routineuze leventje van de eenzaat ineens wordt verstoord en hij vrij bruusk zijn eigen vergankelijkheid onder ogen moet zien.

Rechtstreeks van Cannes kwamen behalve de amusante, verrassende gangsterfilm le monde est à toi van Roman Gavras ook parels zoals pájaros de verano (Birds of Passage) en troppa grazia. Een schitterende, kleurrijke legende is pájaros de verano van Ciro Guerra (Embrace of the Serpent) & Cristina Gallego, een dramatisch, gewelddadig verhaal, ingebed in de zeden en gebruiken van de in Colombia levende indianen van de Wayuustam. Wanneer de geest uit de fles is, aangestuurd door een drugsdeal met een louche Amerikaan die danig uit de hand loopt, trekt het individu dat zich heeft ingetrouwd in een familie en de vredespijp wil roken aan het kortste eind. Alleen een van zijn tienerdochters ontspringt de vicieuze dodendans.

In het tegen een komedie aanschurende troppa grazia portretteert de Italiaanse filmer Gianni Zanasi op een zeer lucide manier Lucia, een landmeter, die met haar dochter in een dorp in de regio Veneto woont en die met zowat iedereen ruzie maakt. Tot haar de Heilige Maagd verschijnt in een open veld (in de gedaante van een vluchteling?) die haar opdraagt een kerk te bouwen op de plek waar een groot winkelcentrum in opbouw is. Lucia, die niet al te religieus is, gelooft haar eigen ogen niet, denkt dat ze waanbeelden heeft en gaat vervolgens de boodschap letterlijk interpreteren terwijl er veel meer van de vrouw wordt gevraagd. De boodschap? Doe wat met je leven! De ene roeping is evenwel de andere niet. De documentaire the best thing you can do with your life van de Duits-Mexicaanse Zita Erffa is de zeer persoonlijke zoektocht van de regisseur naar haar broer László die is ingetreden in een strenge, conservatieve, aan het rechtse Opus Dei verwante rooms-katholieke orde, de Legioensoldaten van Christus. Zo mag hij maar een keer per jaar bezoek ontvangen in een klooster in het Amerikaanse Connecticut. Het maken van deze film was voor de maakster een voorwendsel voor een boeiende bespiegeling over het leven in het algemeen en religie in het bijzonder, wat leidt tot een confrontatie met haar wat wereldvreemde broer en achteraf tot een ontroerende verzoening, ook al krijgt de jonge vrouw niet echt een antwoord op haar vele vragen.

BEELD: “i do not care if we go down in history as barbarians

Geschreven door FREDDY SARTOR
 
onomatopee