Venetië - The Bad Batch en Monte

Ana Lily Amirpour (1980) debuteerde op het Sundance Film Festival in 2014 met een film die ze zelf omschreef als een Iraanse vampier spaghettiwestern: A Girl Walks Home Alone at Night. Ze werd meteen bestempeld als de nieuwe, vrouwelijke Tarantino. Als je de eerste twintig woordloze minuten van THE BAD BATCH (foto) ziet, weet je waarom. De jonge Arlen (Suki Waterhouse) wordt de USA uitgezet. Ze is gebrandmerkt in de hals tot een ‘bad batch’ en wordt de Mexicaanse woestijn ingestuurd. Zal ze belanden in The Bridge of The Comfort? Ontvoerd door de kannibalistische Bridgeresidenten kan ze nog net zien hoe haar arm en been worden afgezaagd om op de barbecue te belanden. Terug bij bewustzijn merkt ze dat in The Bridge geketende, verminkte lotgenoten als permanente verse vleeswaren worden gebruikt. Suki Waterhouse, even geloofwaardig geamputeerd als Marion Cotillard in De rouille et d'os, ontsnapt liggend op een skateboard en via het winkelwagentje van een stomme hobo (een cameo van een onherkenbare Jim Carrey) wordt zij in The Comfort afgeleverd. Vijf jaar later blijkt het daar niet veel beter te zijn: alles en iedereen staat in dienst van de hedonistische, pedofiele communegoeroe (Keanu Reeves) die, omringd door een harem bezwangerde vrouwen met een veelzeggend T-shirt ‘The Dream is inside me’, een nieuwe sekte wil stichten. 

Is dit een post-apocalyptische dystopie à la Mad Max of een nabij toekomstbeeld van Trumps delinquentenpolitiek en Mexicaans grensbeleid? Met een frisse soundtrack (van Ace of Base's  All That She Wants tot Darkside) en Lyle Vincents knappe cinematografie spreekt deze uiterst pessimistische kruising tussen een bizarre Jodorowskyfilm en een romantische chickflick wel aan. Toch schiet THE BAD BATCH te kort qua diepgang. Vooral door de oppervlakkige flutsymboliek à la ‘You can’t enter the Dream, the Dream enters you.’   

Wil je diepgang en prachtige symboliek dan kan je beter terecht bij de Iraanse veteraan regisseur-scenarist Amir Naderi ( 1946, Abadan) , bekend van films als Harmonica (1973), Waiting (1974),  The Winner (1979), The Runner (1985), Water, Wind, Dust (1989) en meer recent Marathon (2002), Sound Barrier (2005), Vegas: Based on a True Story (2008), Cut (2011), 60 Seconds of Solitude in Year Zero (2011) en last but not least,  het scenario van Ramin Bahrani's 99 Homes (2014). Dit jaar kreeg de bekende Iraanse kineast de Jaeger-LeCoultre Glory to the Filmmaker prijs voor zijn bijdrage aan de hedendaags cinema. De uitreiking van die prijs, voorheen gewonnen door Kitano Takeshi en Al Pacino, werd gevolgd door de wereldpremière van MONTE, een prachtig uitgewerkte metafoor voor de moed en het doorzettingsvermogen zowel van de filmmaker zelf als van de familie in de film, die aan de voet van een gigantische Alpenberg woont in Noord Italië in de 14de eeuw. De hoge pieken beletten de zon op hun akkers te schijnen, zodat niets er nog groeit. Alle andere bewoners zijn elders gaan wonen maar vader (Andrea Sartoretti), moeder (Claudia Potenza) en zoon willen de begraafplaats van hun voorouders en hun net gestorven dochtertje niet achterlaten. Een heroïsch gevecht met de berg om de zon te laten schijnen, kan beginnen. Uiteindelijk is een verjongde familie getuige van die titanenstrijd met de berg, door Alberto Barbera, directeur van het filmfestival van Venetië bestempeld als "a larger-than-life metaphor of a struggle for survival prevailing over the dividing lines, intimidations and insults that can sometimes make human existence miserable.”

Geschreven door KAREL DEBURCHGRAVE
 
onomatopee