Venetië: Everest, Beast of no Nation & The Family

Met de film EVEREST van de IJslandse filmmaker Baltasar Kormákur is de 72ste editie van het Filmfestival van Venetië wel spectaculair begonnen, al kon de film de steile verwachtingen helemaal niet inlossen. EVEREST reconstrueert de fatale expeditie van een tiental bergbeklimmers in mei ’96 naar de 8.848m hoge bergtop in Nepal. De makers hebben verklaard dat ze op een minimum van speciale effecten beroep hebben gedaan. Jammer genoeg blijft het bij EVEREST een gevecht van de mens tegen de natuurkrachten. Op geen enkel moment krijgen we meer inzicht in de drijfveren van de hoofdrolspelers waardoor de film af en toe in de mist verdwijnt. Een gemiste kans.

Dan pakt Cary Fukunaga’s BEAST OF NO NATION (foto) het helemaal anders aan met zijn visie op kindsoldaten ergens in een anoniem Afrikaans land. Of hoe een jongen met grote dromen door omstandigheden in een meedogenloze kindsoldaat verandert. Deze Netflixproductie is een kleurrijke film over indoctrinatie, manipulatie en hoop. Maar dé film van de eerste dagen is THE FAMILY van Liu Shumin, een innemende familiekroniek van vijf uur lang (die geen seconde verveelt) over een oma – de draaischijf van de film –, opa en hun (klein)kinderen. Meer nog dan een eigentijdse kijk op de problematiek van het China van vandaag, is de film een hommage aan de generatie van de ouders van de filmmakers. Het is dankzij het Filmfestival van Venetië dat de film kan bestaan in een versie van 280 minuten.

Het Filmfestival van Venetië loopt nog tot 12 september.

Geschreven door FREDDY SARTOR
 
onomatopee