Venetië: het woord aan de macht

Een praatfilm hoeft geen slechte cinema te zijn. Woorden kunnen begeesteren, bedriegen en overtuigen. Toch tonen twee competitiefilms in Venetië, NON-FICTION van Olivier Assayas en PETERLOO van Mike Leigh, elk een nadeel van cinema waarin het gesproken woord de hoofdrol opeist.

Tussen het slagveld van Waterloo in 1815 en het neerslaan van een volksbijeenkomst in Manchester die vier jaar later pleit voor parlementaire hervormingen schetst het historische drama PETERLOO een kantelpunt in de strijd om de rechten van de Britse arbeidersklasse. Vooraan in deze strijd staan begiftigde sprekers en volksmenners die via hun oratorische kwaliteiten aangeven dat elke burger (op dat moment nog louter mannen) een stem hoort te hebben: "one vote for each and all free men". De toespraken van de arbeidersvertegenwoordigers moeten op geen enkel vlak onderdoen voor de hoogdravende betogen van de machtige magistraten die, zwaaiend met Bijbel en wetboek, de werkende klasse onder de knoet willen houden.

Volksgezangen en een opeenvolging van speeches in pubs, op pleinen en in velden maken (over)duidelijk dat het volk mondiger wordt. De boodschap van politieke hervorming is daarbij van het allergrootste belang, maar ook de vorm van de voordrachten en discussies is belangrijk voor de deelnemers. Net als de spanning tussen praten over actie en werkelijk actie ondernemen. Mike Leigh is vertrouwd met het in beeld brengen van de arbeidersklasse - denk maar aan Vera Drake, in 2004 Gouden Leeuwwinnaar in Venetië - maar gaat hier wel demonstratief te werk. Om te verklaren wat de opschorting van het 'habeas corpus'-principe inhoudt, plaatst hij enkele revolutionairen rond een tafel om te discussiëren over hoe ze de ongeletterde lezers van hun geschriften de betekenis van dat begrip diets moeten maken. Waar de nadruk op het woord aanvankelijk aanstekelijk werkt, verliezen de terugkerende speeches en discussies in het 2,5 uur durende PETERLOO uiteindelijk aan slagkracht. Vooral omdat ook de actiescènes en de taferelen aan het hof en andere achterkamers van de macht nog eens hetzelfde punt maken. Hoewel PETERLOO dus wat dreigt aan te slepen, blijft het relevante historische cinema die bijvoorbeeld een intrigerend companion piece vormt met Le jeune Karl Marx van Raoul Peck, een op zijn manier ook educatief bedoeld historisch drama over de revolutionaire periode enkele decennia na de 'veldslag van Peterloo'.

Waar Leighs klemtoon op het woord dreigt over te hellen naar een al te nadrukkelijke vertelling, resulteert Assayas' focus op dialogen in een weinig spannende cameravoering met een overdaad aan shot-tegenshotcombinaties. NON-FICTION vertelt het verhaal van twee koppels uit de culturele elite: een actrice en een uitgever (Juliette Binoche en Guillaume Canet) en een schrijver en politiek strateeg (Vincent Macaigne en Nora Hamzawi). Wanneer ze niet van hun koffie nippen, zijn ze verwikkeld in twistgesprekken over literatuur en ontlezing in het digitale tijdperk, het narcisme van politici of het ethische vraagstuk van schrijven over een bestaand persoon. De auteur uit het gezelschap vindt namelijk vooral inspiratie in zijn eigen relationele en overspelige leven, een complex web waarin elk van de vier personages afwisselend als vlieg en spin handelt.

De personages uit NON-FICTION spiegelen elkaar minder intrigerend dan hun collega's in Assayas' vorige films Personal Shopper en Clouds of Sils Maria. Toch is NON-FICTION meeslepend zodra Assayas de zowel pedante als vermakelijke praatjes van Franse intellos inruilt voor een relatiedrama rond macht en masquerades.

BEELD: NON-FICTION

Geschreven door CHARLOTTE TIMMERMANS & BJORN GABRIELS
 
onomatopee