Venetië: kan echte kunst Duitsland redden?

Dat de Duitsers eindelijk hun eigen oorlogsverleden durven aanpakken mag blijken uit films als 'Der Untergang', 'Im Labyrinth des Schweigens' en WERK OHNE AUTOR.

De confrontatie met de DDR-tijd leverde filmpareltjes op: Good Bye, Lenin! en vooral Von Donnersmarcks Oscarwinnaar Das Leben der Anderen (2006) met Sebastian Koch als de succesvolle toneelschrijver Georg Dreyman die wordt afgeluisterd door de Stasi. Met zijn derde film WERK OHNE AUTOR ('Never Look Away') keert regisseur Florian Henckel von Donnersmarck terug naar waar hij thuishoort: in de voormalige DDR en niet in een Amerikaans flutfilm als The Tourist (2010), een romantische komedie met Johnny Depp en Angelina Jolie.

 

Samen met acteur Sebastian Koch gaat von Donnersmarck meer dan drie uur lang terug in de geschiedenis van zijn eigen politiek verleden. Meer bepaald in een epos dat het leven van de Duitse kunstenaar Kurt Barnert (Tom Schilling) vertelt tussen 1937 en 1967. Centraal staan drie periodes uit de Duitse geschiedenis. In Kurts kindertijd tijdens de nazi-jaren ziet hij hoe zijn lievelingstante Elisabeth (Saskia Rosendahl) zonder pardon wordt geïnterneerd door SS-dokter Seeband (Sebastian Koch). De dokter neemt die beslissing nadat Elisabeth zijn dochter heeft doorgrond via een kindertekening. Aan Kurt geeft Elisabeth na een bezoek aan een tentoonstelling over Entartete Kunst in Dresden nog de goede raad: “Wat waar is, is ook mooi en kijk nooit weg”, vandaar de Engelse filmtitel. Achtervolgd door die oorlogsherinneringen vlucht Kurt van Oost- naar West-Duitsland samen met Ellie (Paula Beer), de liefde van zijn leven ... en de dochter van de nog altijd op vrije voeten levende nazidokter Seeband. Terwijl de SS-man zijn dochter Ellie en schoonzoon Kurt blijft opjagen met zijn übermensch-theorieën, begint Kurt schilderijen te maken om zijn trauma’s en die van een hele generatie te verwerken.

 

Wie vorig jaar in het S.M.A.K. in Gent de solotentoonstelling van de wereldberoemde Duitse kunstenaar Gerhard Richter bezocht heeft, merkt natuurlijk dat Barnert de afspiegeling is van de 86-jarige Richter, een van de belangrijkste nog levende kunstenaars. Ook herkennen we de kunstacademie van Düsseldorf, die in 1972 internationaal in het nieuws kwam toen de onderwijsbevoegdheid van Joseph Beuys werd ingetrokken. Het is dan ook de Joseph Beuys-achtige professor Van Verten (Oliver Masucci) die Kurt laat inzien wat een echte kunstenaar hoort te doen. De scène waarin de prof toont waarom hij altijd een hoed draagt, is bijzonder aangrijpend.

 

Wat maakt Kurts kunst nu oprecht en authentiek? De afkeer van 'ontaarde' onderwerpen en technieken in het naziregime zeker niet. Het sociaal realisme van de DDR-periode met zijn heroïsche muurschilderingen evenmin. Kurt ervaart die overgang van nazisme naar communisme niet als een revolutie, maar als een ordinaire vervanging van totalitaire dogma’s door andere nog meer potsierlijke doctrines. De avant-gardistische artistieke uitingen in de kunstacademie van Düsseldorf, waarbij de schilder druppels en slierten verf op het schilderdoek laat vallen, zijn het ook niet. Wat dan wel? Begin jaren 60 schildert Kurt voor het eerst foto’s na: krantenknipsels en familiekiekjes die in zwart-wit worden uitvergroot. Meestal vervaagt hij daarbij de contouren van zijn motieven zodat de schilderijen nog meer aan de originele foto's doen denken. Via zijn kunst komt Kurt in het reine met de trauma’s van zijn verleden: de eerste keer werkt hij immers met een krantenknipsel waar een van de gevreesde SS-dokters op staat: zijn schoonvader professor Seeband.

 

Net als zijn tante zal Kurt buschauffeurs aan de terminus in Dresden vragen om gezamenlijk te toeteren. In het begin van de film gaf zijn tante Elisabeth zich daarmee al over aan haar fantasiewereld, die de nazi's zo streng veroordeelden als Entartete Kunst. In die claxonsymfonie vindt ook Kurt aan het einde zijn ware identiteit als vrije kunstenaar.

 

WERK OHNE AUTOR verzilverde geen nominaties in de hoofdcompetitie. Bekijk hier de palmares van La Biennale di Venezia - Cinema 2018.

 

Geschreven door KAREL DEBURCHGRAVE