Venetië - On the Milky Road en Paradise

De officiële selectie van de 73ste editie van de biënnale kan uitpakken met klinkende namen: Terrence Malick , Denis Villeneuve, Pablo Larrain, Francois Ozon en Wim Wenders. Emir Kusturica en Andrei Konchalovsky horen daar zeker bij.

Kusturica heeft al twee Gouden Palmen op zak. Zit er ooit een derde in? Of halen de Dardennes of Ken Loach die binnen? Voor 2016 werd het niet Cannes maar Venetië. De Kusturica die meedingt naar de Gouden Leeuw sluit perfect aan bij zijn vorige films. Soms erger ik me wel eens aan zijn bonte carnavalsstijl en zijn absurdistische lolbroekenhumor die we voorgeschoteld krijgen via het arsenaal van gestoorde karakters dat door zijn films paradeert. Die bizarre karakters gedragen zich dikwijls als losgeslagen idioten. Dat maakt zijn films nog drukker dan ze al zijn, want gewoonlijk wordt het visuele nog eens begeleid door waanzinnige Balkanmuziek die niet alleen de rust van de ganzen verstoort. ON THE MILKY ROAD (foto) is dan ook een typische Kusturicafilm met een onvervalste Kusturica thematiek, maar wel strakker in de hand gehouden. Zo is er Kusturica’s voorliefde voor slapstickachtige humor gecombineerd met overacting, voor de magie van het vliegen en vooral voor antropomorfe dieren o.m. een intelligente ezel, een beschermende slang en een dansende valk. Kusturica’s verhaalopbouw is gewoonlijk nogal hevig, maar hier is zijn turbomegawattenergie toch wat ingetoomd, ook in de soundtrack. Monica Bellucci mag zelfs ‘Parlami d'amore, Mariù! Tutta la mia vita sei tu’ zingen in deze oorlogsromance gesitueerd tijdens de burgeroorlog in het vroegere Joegoslavië. 

Andrei Konchalovsky is een graag geziene gast in Venetië; twee jaar geleden won zijn film The Postman’s White Nights de Ziveren Leeuw.  Nu pakt hij uit met een zwart-wit Holocaustdrama waarin het lot van drie mensen tijdens WWII met mekaar verbonden wordt: de Russische  emigrante Olga (Julia Vysotskaya, Konchalovsky’s echtgenote ), lid van het Frans verzet en gevangen genomen door de Gestapo wegens het beschermen van joodse kinderen; de Franse collaborateur Jules (Philippe Duquesne) en de Duitse SS officier Helmut (Christian Klaus). Verleden jaar was Son of Saul, het fenomenaal debuut van de Hongaarse regisseur Laszlo Nemens,  een nooit eerder gezien Holocaust-drama over joden die de gaskamers moesten schoonmaken voor de verbranding. Een camera was close op de rug gericht van de Hongaarse jood Saul, die constant zijn ziel uit het lijf loopt om onder oorverdovend lawaai de lijken naar de ovens te sleuren.  Hoe kon Konchalovsky dit evenaren? Niet. Maar hij onderscheidt zich wel van de ‘there’s no business like shoa business’ films door zijn cinematografische aanpak. De drie protagonisten  worden geïnterviewd door een onzichtbare interviewer, die duidelijk door de vele springers is weggemonteerd. Tijdens de persconferentie vertelde Konchalovsky dat het basisidee van PARADISE te vinden is in de uitspraak van de Duitse filosoof Karl Jaspers: “We can not allow the horrors of the past to be forgotten. We must always be reminded of the past:  it was possible, and this possibility is the only knowledge that can prevent it.”

Geschreven door KAREL DEBURCHGRAVE
 
onomatopee