Venetië: Polanski en Dreyfus, slachtoffers van de geschiedenis?

Holocaustoverlever Roman Polanski kent het gewicht van slachtofferschap. Ook de daderrol is hem echter niet vreemd. In J’ACCUSE pluist hij een historische casus van antisemitisme uit en mikt daarbij op een dubbele, zelfs dubbelzinnige actuele relevantie.

De nieuwe film van Roman Polanski werd afgelopen mei in Cannes al getoond aan internationale distributeurs. De Amerikaanse verdelers kwamen niet opdagen, wegens geen zin om hun vingers te branden aan de Frans-Poolse cineast die door een verkrachtingszaak in de jaren 70 nog altijd het risico loopt gearresteerd te worden zodra hij Frankrijk verlaat. Polanski is ook niet naar Venetië gekomen om de wereldpremière van J’ACCUSE bij te wonen. In de aanloop naar die vertoning was er heisa over een verklaring van juryvoorzitter Lucrecia Martel, regisseur van onder meer Zama. Hoewel zij er geen graten in ziet dat Polanski’s nieuwste deel uitmaakt van de hoofdcompetitie, verzet ze zich wel tegen de opvatting dat werk en maker van elkaar gescheiden moeten worden. Even dreigde de Italiaanse producent J’ACCUSE uit competitie te halen omdat Martel had gezegd “geen zin te hebben om Polanski te feliciteren of om slachtoffers van seksueel geweld te schofferen”. Een rechtzetting van Martel bluste echter het brandje: ze zou onbevooroordeeld kijken naar de film van Polanski, wiens werk volgens haar getuigt menselijkheid. Al zal dat zeker niet het einde van de controverse betekenen.

In een interview bij het persdossier van zijn film legt Polanski expliciet de link tussen de Dreyfusaffaire en de mensen die hem blijven vervolgen voor de verkrachtingszaak en hem in het vizier hebben in deze #metoo-tijden. “Ik zie dat er met eenzelfde vastberadenheid feiten worden ontkend en dat ik word veroordeeld voor zaken die ik niet heb gedaan”, stelt de regisseur, waarmee hij verwijst naar andere beschuldigingen dan de verkrachting van een minderjarige (die hij bekende). “De meeste mensen die me lastigvallen, kennen me niet en weten niets af van de zaak.” Met zijn wel zeer gekleurde vraagstelling gaat interviewer Pascal Bruckner, de Franse filosoof die het boek schreef waarop Polanski zijn Bitter Moon baseerde, nog veel verder. In een vraag die Polanski eigenlijk allesbehalve dient, wil Bruckner weten hoe de cineast “denkt het huidige neofeministische mccarthyisme te overleven” …

Over naar de film zelf dan. (Waarbij Polanskiverdedigers niet zomaar een betonnen muur kunnen plaatsen tussen werk en maker, als de cineast zelf immers inspeelt op parallellen.) De Engelstalige titel van J’ACCUSE geeft – zoals wel vaker gebeurt met ‘vertalingen’ van filmtitels – op bijna banale wijze de focus van het verhaal weer. An Officer and a Spy verwijst niet naar het beroemde artikel van Émile Zola dat Franse hoge militairen en andere gezagsdragers eind 19de eeuw de mantel uitveegde voor de onterechte veroordeling van de joodse officier Alfred Dreyfus (een vrij ingetogen Louis Garrel). De tweeledige titel refereert aan de dubbelrol waarvan Dreyfus wordt beschuldigd en schuift vooral ook het eigenlijke hoofdpersonage van J’ACCUSE naar voren. Die officier Georges Picquart (een dramatische rol van de vooral komische acteur Jean Dujardin) gaat in de openingsscène mee in de anti-joodse sneren van de hooggeplaatste militairen die toekijken op de militaire degradatie van Dreyfus. Nadat hij is opgeklommen tot hoofd van de militaire inlichtingendienst, komt Picquart echter te weten dat het proces dat de joodse officier verbande naar een gevangenis op Duivelseiland helemaal niet koosjer is verlopen.

Uitgewerkt als een vrij traditionele rechtbankthriller werkt J’ACCUSE toe naar het meeslepende moment waarop Zola, eigenlijk een nevenpersonage hier, zijn tirade tegen de Franse gezagsdragers in de krant publiceert en voor het Franse gerecht moet verschijnen. De focus ligt echter op Picquarts groeiende inzicht in de verregaande surveillance van de Franse staat en de ronduit corrupte manier waarop ze omgaat met haar (joodse) burgers. Een scène vlak na het verschijnen van Zola’s aanklacht legt, via een boekverbranding en een kapotgeslagen winkelvenster met antisemitische slogan, onmiskenbaar de link met de Kristallnacht in nazi-Duitsland enkele decennia later. Polanski maakt duidelijk hoezeer de hoogste echelons van de Franse samenleving doordrongen waren van antisemitisme en bevat in dat opzicht een sterke veroordeling van geïnstitutionaliseerde haat die ronduit kwade handelingen banaliseert. Daarin excelleert J’ACCUSE, maar of Polanski zijn film vooruithelpt door zichzelf in omringende commentaren op te voeren als slachtoffer van een hetze? En daarbij te laten verwijzen naar de grootschalige paranoia van het mccarthyisme? Ook de geschiedenis heeft haar rechten. En de historische feiten van overheid en militair apparaat die zich tegen het eigen personeel en hun burgers richten, een boodschap met hedendaagse relevantie, dreigen dan overschaduwd te worden door een aanmatigend robbertje boksen over slachtofferschap.

Geschreven door BJORN GABRIELS
 
onomatopee