Verleden, heden en toekomst: het 34ste Torino Filmfestival

2016 is ongetwijfeld het Bowie-jaar, met de rondtoerende ‘David Bowie Is’-tentoonstelling en de net gelanceerde musical ‘Lazarus’. Ook de 34ste editie van het Torino Filmfestival (TFF) 2016 pikt graag een graantje mee van de belangstelling voor de onlangs overleden singer-songwriter/acteur. De festivalaffiche (foto) is bijvoorbeeld een bewerking van een setfoto met Bowie uit de prachtige, uit 1986 daterende muzikale film ABSOLUTE BEGINNERS van Julien Temple.

In het festivalprogramma is Bowie minder present, want je kunt hem niet echt een vertegenwoordiger noemen van de heimwee/retro-afdeling ‘To be punk’, gewijd aan de anticonformistische culturele maar vooral muzikale punkbeweging die vanaf zowat 1975 tot een kleine tien jaren later de ingedommelde muziekscene af en toe in rep en toer zette. Enkele filmtitels? Uit de Verenigde Staten THE BLANK GENERATION (1976, Ivan Kral, met onder meer The Ramones) en uit Groot-Brittannië SID AND NANCY (Alex Cox, 1986, met The Sex Pistols). Bowie is dan weer veeleer terug te vinden in de afdeling ‘Vintage’ met MERRY CHRISTMAS MR. LAWRENCE van Nagisa Ôshima (1983). In dat gezelschap vinden we ook nog Griffiths gerestaureerde INTOLERANCE (1916), Cimino’s THE DEER HUNTER (1978) en Nanni Moretti’s PALOMBELLA ROSSA (1989).

Jawel, het TFF doet meer dan alleen in het verleden duiken. Onder meer met een eerbetoon aan D.O.P. Christopher Doyle (°1959), de Australische vagebond van de twaalf ambachten die fortuinlijk was in zijn dertiende als cinematograaf voor Aziatische cineasten zoals Wong Kar-wai, Zhang Zhimou, Chen Kaige, maar evenzeer voor Gus Van Sant, Jim Jarmusch, M. Night Shyamalan en andere Alejandro Jodorowsky’s.

In dat kader wordt ook Costa Gavras gehuldigd met zijn opmerkelijke aanklachtfilm Z. Tussen verleden en toekomst is er de afdeling ‘Things to come – part 2’, want al gelanceerd in de vorige editie: de mogelijke toekomst voorspeld vanuit het verleden. Vanuit die invalshoek blijven die films, gerealiseerd tussen 1962 (LA JETĖE, Chris Marker) en 2001 (A.I., Steven Spielberg) nogal pessimistisch, vaak gesitueerd in een postatoom- of hypertechnologisch tijdperk. Het festivalprogramma lag al vast vóór 16 november, maar er zit geen enkele fictiefilm in de afdeling die zou kunnen verwijzen naar een toekomstige ultrarechtse Amerikaanse president zoals Trump. Zelfs profetische cineasten, zo begaan met de Amerikaanse samenleving, moeten die onwaarschijnlijk geachte situatie nog verwerken. Misschien niet met onmiddellijke weerslag in de langspeelfilmproductie, wel in tv-series zoals HOUSE OF CARDS – met een ‘Things to come – part 3’, die daarmee wel rekening zou (kunnen) hebben gehouden ...

Maar het TFF heeft van in het prille begin nieuwe ontwikkelingen op het audiovisuele gebied in de kijker gezet, eerst en vooral qua opkomende makers, maar niet minder op technologisch vlak. Vertrekkend in de jaren 90, van films op pellicule, breidde de aandacht zich uit tot videorealisaties en tot tv-fictie. Misschien zijn we vandaag voorlopig aanbeland bij een tijdelijk technologisch verzadigingspunt. Bijgevolg gaat de aandacht van het 34ste TFF opnieuw naar de nieuwkomers/de cineasten/de auteurs, met hun debuut of met een tweede of derde film, broederlijk verdeeld over lange speelfilms en documentaires.

In de competitie ligt daar precies de focus. Met in de fictie onder meer het Belgische LA MÉCANIQUE DE L’OMBRE/SCRIBE van Thomas Kruithof. En de Chileens-Franse JESÚS van Fernando Guzzoni, al bekroond op het jongste filmfestival van San Sebastián. Het verschil tussen competitie en nevensectie lijkt vaak kunstmatig. Zelfs tussen commerciële en cinefiele producties.

De festivalopener is de in-between independent BETWEEN US (Rafael Palacio Illingworth, 2016), die de ambities en de onzekerheden van een hedendaags (Amerikaans) koppel blootlegt. De festivalafsluiter is dan weer een door Tarantino geïnspireerde (maar Britse) shoot-out FREE FIRE van Ben Wheatley. De twee films vallen onder de festivalsectie ‘Festa mobile’, gevarieerd feest, misschien een excuus om een waaier aan kwaliteitsfilms op het programma te zetten, waaronder ook SULLY met Tom Hanks van de allesbehalve nieuwkomer Clint Eastwood. Toch blijft het merendeel van de onder deze noemer vertoonde films beloften. Net zoals die van de sterk cinefiel gerichte afdeling ‘Onde’, golven, waarin vooral de opmerkelijke manier van vertellen opvalt. Met hier overigens een opvallende Belgische (co-)aanwezigheid: A CRACKUP AT THE RACE RIOTS en EXIT/ENTRY (Leo Gabin), LE FILS DE JOSEPH (Eugène Green), DAGUERROTYPE (LE SECRET DE LA CHAMBRE NOIRE, Kiyoshi Kurosawa). Terwijl de late-avondreeks ‘After hours’ recente variaties op het thriller-/horrorgenre op de kijker loslaat.

Het hele programma overlopend valt het op dat het merendeel van de fictiefilms en documentaires mogelijk gemaakt is door internationale (Europese maar ook intercontinentale) coproducties, zonder te vervallen in de ‘Europudding’ van einde 20ste eeuw, maar wel met de karakteristiek van de auteursfilm. En meer dan één titel heeft ook een Belgische insteek: L’ÉCONOMIE DU COUPLE van Joachim Lafosse, A QUIET PASSION van Terence Davies – onlangs nog laureaat op Film Fest Gent), KAZARKEN van Güldem Durmaz en WRONG ELEMENTS van Jonathan Littell. In zijn eentje is ons land ook aanwezig met DONNA HARAWAY: STORY TELLING FOR EARTHLY SURVIVAL van Fabrizio Terranova.

Na Fien Trochs (op het recente Festival van Venetië bekroonde) HOME presenteert het stimulansfonds Torino Filmlab met GO HOME van Jihane Chouaib dit jaar opnieuw een Belgische (co)productie.

Geschreven door MARCEL MEEUS