Verslag: Masterclass Guillermo del Toro op BIFFF 2018

Hoogtepunt van het 36ste Brusselse Internationaal Festival van de Fantastische Film (BIFFF) in BOZAR was ongetwijfeld de masterclass met de Mexicaanse maestro Guillermo del Toro, geleid door collega-filmmakers Fabrice du Welz en Jonas Govaerts, die zijn liefde voor genrecinema delen.

“De Oscar vertegenwoordigt een overwinning voor onze cinema, de films waar wij van houden”, drukt festivalpresentator Stéphane Everaert de cineast op het hart. Vergeten we dan niet zijn Gouden Leeuw op het filmfestival van Venetië? Hoe dan ook, het stond al langer geschreven dat het BIFFF hem zou ridderen tot de Orde van de Raaf. Hij blijft wat ongemakkelijk bij alle aandacht en dat siert hem.

Nochtans is Del Toro goed voorbereid op de tradities van het festival, met name het verzoek van het publiek om ‘une chanson’. Hij haalt een mariachiband op podium en zingt onder hun begeleiding de Mexicaanse klassieker ‘Cielito Lindo’. De passie voor zijn thuisland zal nog verschillende keren naar boven komen tijdens de masterclass ...

Cronos

Het was Del Toro’s vader die hem als kind aan het filmen kreeg met de aankoop van een Super 8-camera. “Beelden creëren was toen nog iets magisch.” Maar er een beroep van maken was dat allesbehalve. Hij omschrijft het als “bijna illegaal in Mexico” op dat moment, een zwarte bladzijde in de Mexicaanse filmgeschiedenis. Trots onderstreept Del Toro hoe hij en andere jonge filmmakers zich inzetten voor een verloren zaak. Ze startten een eigen filmfestival en filmschool. “In de voormiddag waren we studenten, in de namiddag docenten”, lacht hij. Zowel het festival als de school bestaan vandaag nog, zij het onder een andere vorm of naam.

Voor de productie van zijn eerste langspeelfilm, Cronos (1993), leerde Del Toro zichzelf verschillende taken aan, van geluidseffecten en make-up tot sculpturen. Eén zo’n rol neemt de regisseur nog steeds op zich; met enkele voorbeeldjes overtuigt hij het publiek ervan dat hij bij elke film bijdraagt aan de stem van een van de creaturen. In tegenstelling tot de oudere personages in Cronos aanvaardt Del Toro zijn sterfelijkheid en het tijdelijke der dingen, want  – zo stelt hij – enkel wat op film vastligt, is permanent.

Transformatie speelt een belangrijke rol in het oeuvre van Del Toro. Al snel heeft hij het over hoe er neergekeken wordt op genrecinema. Naar eigen zeggen raakt hem dat niet. “Ik wil genres transformeren tot goud.” Hij haalt daarbij de alchemie aan en verwijst vervolgens naar ‘kintsugi’, de Japanse techniek die keramiek herstelt zonder de barsten te verbergen. “Imperfectie is schoonheid. Wat ons breekt als kind, daar maak je als kunstenaar iets moois van.”

Aanvankelijk had hoofdrolspeler Federico Luppi weinig vertrouwen in de film, maar nadien zouden ze nog tweemaal samenwerken. Hoewel Cronos in première ging op het filmfestival van Cannes, “bij toeval”, hamert Del Toro op de strijd om de film in het toenmalige klimaat gemaakt te krijgen. Bovendien wil hij het niet alleen hebben over zijn successen, maar ook over zijn mislukkingen. Na Cronos zat de cineast immers vijf jaar zonder werk.

Gerelateerde afbeelding Cronos

Mimic

Pas met Mimic (1997) kreeg Del Toro weer een project van de grond. Het Amerikaanse productiehuis Miramax zag in zijn pitch voor een segment van een anthologiefilm een volwaardige langspeler. Helaas maakten de vele discussies met de producenten zijn eerste Engelstalige ervaring tot een ware marteling.  Volgens hen mocht de held bijvoorbeeld geen bril dragen en leek de stad niet genoeg op het echte New York. “Maar je moet je wereld juist stileren naar de wezens die erin leven.” Del Toro’s New York is niet dat van een Sidney Lumet.

“Mexicanen hebben politiek gezien heel wat overleefd en trekken hun grenzen. Die grens overschrijd je niet. Verder zijn we aardig, hoor.” De regisseur heeft er wel een goede tip aan overgehouden: begin bij dure producties niet met de gemakkelijkste scènes, maar wel met de meest imponerende beelden, om indruk te maken op de geldschieters. “Het is de enige film in mijn carrière waar een ander mij creatief beknot heeft. Daarna nooit meer.”

In het verhaal van Mimic bestaat Gods grote plan uit de evolutie van mens naar insect. Het sluit aan bij Del Toro’s fascinatie en respect voor de kleine diertjes. Als teruggetrokken kind had hij een mier als vriend. “Wat men ook beweert, het leven voor je 32ste is verdomd moeilijk. In mijn kindertijd was ik doodsbang voor ziektes, hel, de dood. Niet bepaald de tijd van mijn leven.” Hij noemt insecten perfect maar eng. “Ik maak geen onderscheid tussen laag en hoog in kunst en cultuur, dus ook niet tegenover dieren.”

De katholiek opgevoede filmmaker zet zich eveneens af tegen de scherpe verdeling tussen deugden en zonden aangehouden door het katholicisme. “Deugden hebben ook hun defecten, en omgekeerd.” Vandaar dat Del Toro naar eigen zeggen meer te doen heeft met Frankenstein dan met Jezus Christus. Niet in de christelijke figuur maar wel in het imperfecte monster herkent hij zichzelf.

El espinazo del diablo

Het door hem vervloekte Mimic had wel genoeg geld opgeleverd voor een volgend project: El espinazo del diablo (2001, Engelse titel: The Devil’s Backbone). Del Toro verplaatste het oorspronkelijke verhaal van de Mexicaanse Revolutie naar de Spaanse Burgeroorlog na te leren over het belang ervan. Verlies en spijt verbinden oorlog met geesten. “Wat onze levens beheerst, is net waar we niet over praten.” Dat zijn voor Del Toro de echte spoken. Oorlog is ver weg, en toch dichtbij.

“In heel mijn carrière heb ik al drie keer tegen mezelf gezegd: hier ga ik alles geven, want dit wordt m’n laatste.” Die ‘laatste’ films werden El espinazo del diablo, El laberinto del fauno en The Shape of Water, zijn eigen favorieten.

Afbeeldingsresultaat voor the devils backbone del toro El espinazo del fauno

Blade II

Nog vóór de huidige comicbookgekte waagde Del Toro zich aan de superheldensequel Blade II (2002). Hij ging nauwkeurig na hoe actie in scène te brengen en wilde het anders doen dan zijn voorganger. Del Toro noemt Blade de enige echte macho in zijn werk, zijn andere protagonisten zijn gevoeliger. Toch gaat het vervolg voor hem niet over de half-menselijke superheld maar wel over de slechterik, Nomak, een nieuw soort vampier. “Ik ga mijn film over de vampiers maken”, beloofde hij Blade-acteur Wesley Snipes.

Hellboy / Hellboy II: The Golden Army

Ondanks het succes van Blade II moest Del Toro vechten om karakteracteur Ron Perlman de hoofdrol te kunnen geven in Hellboy (2004), een tweede stripverfilming, vier jaar later gevolgd door Hellboy II: The Golden Army. Hij leerde de reeks kennen in de vele comicbookshops van New York tijdens het draaien van Mimic (“Waarschijnlijk het enige goeie aan de zaak.”) en liet zich daarbij al beïnvloeden door de tekeningen van Mike Mignola, Hellboys geestelijke vader.

Toen Hellboy in de bioscoop verscheen, bestond iets kleurrijks en succesvols zoals Guardians of the Galaxy nog niet. Daar was Del Toro zich bewust van. “Elke film die ik maak, heeft een grote kans om niet te werken. Daarom maak ik ze. Hoe belachelijker de premisse, hoe meer ik ’m wil maken. Ik geloof dat iemand het moet doen, die films moeten bestaan.” Bij een project telt voor hem niet het wat, maar wel het wie, waar, wanneer ...

“De grap van de premisse haal je weg door de wereld die je eromheen bouwt.” Del Toro vergelijkt het met de inrichting van een terrarium. “Alles staat in het teken van het creatuur. De film is als een altaar voor je creaties.” Op die religieuze beeldspraak bouwt hij even verder: “De regisseur is niet God, maar wel Mozes. En aan de heidenen van je crew moet je de Tien Geboden verkocht krijgen.”

Opnieuw verdedigt Del Toro het werken binnen genres. “Conventies zijn als vormen in een dans. Die gebruik je met reden, al kijken de meeste mensen niet verder. Dat is de tragedie.” Hij legt de schuld eveneens bij standaard scenarioschrijven dat de kijker te veel bij de hand zou nemen. Voor zijn verhalen put Del Toro als verteller liever inspiratie uit wat hij sprookjeswaarheid noemt: “Dit is de wereld van de film. Het moet niet allemaal worden uitgelegd.”

Daarbij ligt de nadruk niet op plot en personages, waar Del Toro een duidelijk verschil ziet met televisie. “De ware kracht van cinema schuilt in licht, schaduw, mysterie, beelden.” Zoals een lift waaruit een rivier bloed stroomt, of Gene Kelly die in de regen danst aan een lantaarnpaal. “Was ik een boom, dan weet je ondertussen wel welke vruchten ik geef.”

El laberinto del fauno

Niet onverwacht blijkt een groot stuk van Del Toro’s persoonlijke bibliotheek gewijd aan sprookjes en mythologieën, eveneens de bron voor El laberinto del fauno (2006, Engelse titel: Pan’s Labyrinth). Filmstudio’s overtuigen van het verhaal liep telkens af op een sisser door het trieste einde. “Houd dat gewoon verzwegen”, is de les die hij daaruit heeft getrokken. Gelukkig wilde het Spaanse productiehuis Telecinco Cinema wel de schouders zetten onder wat voor velen Del Toro’s meesterwerk is.

“De film is als een droevig wiegeliedje.” Zo’n wiegelied speelt een belangrijke rol in El laberinto del fauno. Componist Javier Navarrete bouwde daarrond de muziek, door Del Toro beschouwd als een van zijn favoriete soundtracks, samen met die van Marco Beltrami voor Hellboy en die van Alexandre Desplats voor The Shape of Water. “Het gaat over verlies en schoonheid. Die twee samen, niet apart.” De filmmaker ging voor het contrast tussen schoonheid en geweld, maar benaderde beide even oprecht. “Zoals in mijn thuisland bestaan ze zij aan zij.”

Del Toro verduidelijkt hoe de dood van kapitein Vidal gerelateerd is aan die van overheidsagent Strickland in The Shape of Water. Beide slechteriken sterven zodra ze de waarheid inzien. “Ik ben ervan overtuigd dat in de laatste minuten van je leven er een helderheid is. Dan maak je de rekening van je keuzes, goede en slechte.”

Pacific Rim

El laberinto del fauno veranderde de publieke perceptie omtrent Del Toro’s auteurschap, zoals eerder El espinazo del diablo had gedaan, alvorens die weer in de war te brengen met het Hellboy-vervolg en de blockbuster Pacific Rim (2013), een sciencefictionspektakel. Maar daar heeft hij geen problemen mee. “Het doet er niet toe hoeveel mensen m’n film graag hebben, van belang is hoe graag ze hem hebben.”

Evenmin heeft Del Toro schrik dat het gebruik van terugkerende symbolen zoals klokken wordt afgedaan als een gimmick. “Het mooie aan film is dat het geen som is van delen, eerder een vermenigvuldiging. Door symbolen tegenover elkaar te plaatsen krijg je iets nieuws. Je valt dan niet in herhaling.” Bepaalde elementen keren wel terug, andere niet. “Het zegt altijd wat over mij.”

Gerelateerde afbeelding Pacific Rim 

Crimson Peak

Van al zijn films is Crimson Peak (2015) volgens Del Toro het slechtst gemarket. “Hij werd uitgebracht als pure horror, maar eigenlijk gaat het om intieme gothic romantiek. Hoe de film verkocht werd en wat hij maar opbracht, dat brak mijn hart. Daar ben je van aangedaan.” Crimson Peak vraagt tijd, meent hij.

Overigens gelooft Del Toro eerlijk in het bestaan van geesten. Hij herinnert zich levendig de exacte momenten waarop hij als kind en volwassene al in contact met hen kwam, grappend: “Ik ben een scepticus, maar ook een Mexicaan.”

The Shape of Water

“Alles liep fout”, had Del Toro verteld over El laberinto del fauno. Het was bijvoorbeeld kurkdroog in Spanje, terwijl de film om veel groen vroeg. “Het was een van de moeilijkste films om te draaien.” The Shape of Water (2017) zou zich aan dat rijtje toevoegen. Tijdens een helse draaiperiode gingen er volgens hem elke dag drie dingen mis. Al heeft de liefhebber van sprookjes natuurlijk een voorkeur voor getallensymboliek.

Het falen van Crimson Peak zette Del Toro aan om iets anders te doen, “niet zozeer als filmmaker, maar als mens”. Dat leidde tot een sprookje zonder een klassieke schoonheid, met een beest dat eens niet in een prins verandert. Ondanks de imperfecties van de mens vertrouwt de filmmaker erop dat we uiteindelijk zullen begrijpen te moeten samenleven. “Het is niet wij en zij. Laten we samen imperfect zijn.”

“Het buitengewone moet je niet vrezen, maar liefhebben.” Aan het begin van de avond wees Del Toro al op die parallel met Cronos en het loopt als een rode draad door zijn hele oeuvre. “Een wiegeliedje en een symfonie heb ik al gemaakt, maar een film als een goed lied nog niet: niet te gesofisticeerd, emotioneel zonder meligheid.” Om vervolgens zonder gêne te verklaren dat liefde de sterkste kracht is in het universum.

Wat niet betekent dat Del Toro alles mooier afschildert. Je moet volgens hem eerst het monster leren kennen voor je van echte liefde kan spreken. Of zoals hij op komische wijze beklemtoont: “Ik wilde niet dat Elisa en de amfibieman de liefde bedreven vóór hij de kat had opgegeten. In een relatie moet je voorbij dat moment geraken.” Maakt dat besef The Shape of Water “heel autobiografisch”? De poetsvrouw heeft de film alleszins gemeen met Crimson Peak.

Aan het slot van een masterclass die flink uitliep, kwam dan toch een laatste vraag: hoe ziet Del Toro de toekomst van horror? “Onze plicht is om de lat steeds hoger leggen. Horror en porno zijn de enige genres die nog altijd niet algemeen aanvaard worden. Ook de filmmakers en de liefhebbers ervan blijven mooie outcasts. Dat is de deur die je moet intrappen.”

BIFFF Brussel, 11 april 2018

Geschreven door TIM MAERSCHAND