Addio orkestleider Claudio Abbado

Geboren in 1933 in de schaduw van de Scala van Milaan wordt Claudio Abbado beschouwd als een van de grootste orkestleiders van de Moderne Tijden, samen met de eveneens Italianen Arturo Toscanini (1867-1957) en Riccardo Muti (°1941). Bovendien was hij een grote vernieuwer inzake het concert- en opera-repertorium, en een onvermoeibare promoter van initiatieven die jongeren van de lagere sociale klassen naar de klassieke muziekuitvoeringen lokten en hen ook in staat stelden zich aan die muziek te wijden dankzij jongerenorkesten. Claudio Abbado werd 81 jaar.

Rechtstreeks heeft de “maestro” zich nooit ingelaten met een medium zoals cinema. Wel heft hij vooral als artistiek directeur van de Scala in Milaan tussen 1968 en 1986 diverse filmregisseurs aangetrokken om opera’s in scène te zetten, een uitwisseling tussen filmset en operapodium die in Italië vrij gebruikelijk is. Luchino Visconti, die vroeger al voor de Scala had gewerkt, ensceneerde onder Abbado in 1969 een “Simon Boccanegra” (Verdi) en in 1973 een “Manon Lescaut” (Puccini). Als dirigent had Abbado al samengewerkt met Franco Zeffirelli voor een “Aida”-uitvoering (Verdi) in 1966. En als kersverse directeur nodigde Abbado hem uit om eerst opnieuw “Aida” op de scène te brengen en later Verdi’s Otello, de eerste opera die door de Italiaanse staatsomroep RAI rechtstreeks zou worden uitgezonden. In 1977 tekende Zeffirelli nog voor “Ballo in Maschera” (Puccini) en in 1983 voor een “Turandot” (Puccini).

Samen met Abbado als orkestleider verzorgde niemand minder dan de Russische maestro Andreij Tarkovskij een “Boris Godunov” in het Londense Convent Garden in 1983. Na zijn Scala-directie leidde de dirigent in 1997 de uitvoering van een “Otello” in regie van Ermanno Olmi en in 2000 was hij de orkestleider van Mozarts “Così fan tutti” in een regie van Mario Martone. Allemaal cineasten om u tegen te zeggen. De relatie met de cineasten was wel heel verschillend. Visconti was een vriend, Zeffirelli had een stijl en een smaak die niet altijd die van Abbado was. En ook al duurde de realisatie van “Boris Goedoenov” bijna drie jaar (nog tijdens Koude Oorlogsperiode) toch was de samenwerking met Tarkovski bijzonder stimulerend. Terwijl iemand zoals Olmi dan weer problemen had om het filmritme van zich af te zetten om zich aan het muzikaal ritme aan te passen…

In het loopbaanoverzicht van Claudio Abbado wordt gesproken over enkele films. Maar de audiovisuele ensceneringen op initiatief van Abbado van Rossini’s “Il Barbiere di Siviglia” in 1972 en diens “La Cenerentola” in 1981 waren bewerkingen van de schouwburg-uitvoeringen bestemd voor distributie, zoals dergelijke adaptaties nu gebruikelijk zijn geworden als rechtstreeks bioscoop-evenement. Een ander project van Abbado was de video “Luigi Nono – Il Canto sospeso” waarin de uitvoering van de symfonie van de Italiaanse componist verweven wordt met tekst-voorlezingen onder andere door wijlen Gian Maria Volonté. Daarentegen is de film “Una scia sul mare – A trail on the water” uit 2000 een documentaire evocatie van de muzikale samenwerking en vriendschap tussen Abbado, Luigi Nono en de Italiaanse pianist Maurizio Pollini.

(† 20 januari 2014)

Geschreven door MARCEL MEEUS
 
onomatopee