“Eigenlijk ben ik een ambassadeur van België!” Filmmagie in gesprek met regisseur Lech Majewski

De Poolse filmregisseur annex schilder Lech Majewski (ANGELUS) heeft met BRUEGEL, THE MILL & THE CROSS een intrigerende film afgeleverd. In tableau vivant stijl analyseert hij Pieter Bruegel de Oude’s meesterwerk De kruisdraging.

In 2006 nog werd het filmwerk van Majewski gehonoreerd door het Museum of Modern Art in New York, in de vorm van een retrospectie. Zijn nieuwe kunstfilm, vanaf deze week in de Belgische zalen, was oorspronkelijk gereserveerd voor een wereldwijde reis langs de musea, maar hij werd opgepikt door het Sundance Filmfestival. De recensies waren lovend met gevolg dat andere festivals volgden. Uiteindelijk belandt de film nu zelfs in de bioscoop bij ons. Wij hadden een gesprek met de eigenzinnige regisseur in Bozar in Brussel.

Filmmagie: Hoe kreeg u het idee om een film te baseren op een schilderij?

LECH MAJEWSKI: Ik groeide op in Katowice, een industrieel gebied in Polen maar in de zomer was ik te vinden in Venetië. Bijna elke tentoonstelling en Biënnale bezocht ik. Een ideale manier om veel te leren over kunst want de beste modern kunst verzamelt zich in Venetië net in de zomer. Op die manier heb ik kunstenaars ontmoet zoals Roy Lichtenstein en Andy Warhol. De grootste impact die Venetië op me had was de enorme schoonheid. Ik kwam van een lelijke plaats en plotseling werd ik geworpen in een eiland van pure pracht. Mensen waren in staat om de mooiste dingen te creëren. Dat was de grootste shock in mijn leven. Sindsdien probeer ik ook een beetje om die schoonheid te reconstrueren. Helaas is schoonheid niet meer populair.

Ik voelde me altijd meer aangetrokken tot de klassieke kunst. Ik realiseerde me dat die esthetiek, die complexe perspectieven en composities wel een interessant idee zou zijn om in film te verwerken. Als de oude meesters vandaag zouden leven, dan maakten ze gegarandeerd films. Dat was mijn gedachtegang. Ik had niet alleen het gevoel dat ik kunst studeerde aan de Academie voor Schone Kunsten, maar ook film. Ik ben van oorsprong een schilder en het is via mijn films dat ik eigenlijk schilder.

Mogen we het genre van Bruegel omschrijven als een tableau vivant?

MAJEWSKI: Er zijn inderdaad sporen van tableau vivant in mijn schilderijen en in mijn films. Maar het gaat verder dan dat alleen denk ik. Een tableau vivant is maar een deeltje dat in de film wordt geanimeerd. Maar ik hou wel van de traditie, dat is iets heel sterk. In het Modern Museum of Art wordt er een film van mij geprojecteerd waarin mensen kijken naar het schilderij De kruisafname van Roger van der Weyden. Alsmaar meer mensen komen kijken. Plotseling nemen de toeschouwers uit hun rugzak traditionele kleren en trekken die aan. Uiteindelijk nemen ze dezelfde posities in als die van de personages in het schilderij. Dus het tafereel wordt voor het schilderij nog eens uitgebeeld. Dus ja, er is wel zo’n traditie.

Is Bruegel altijd al een inspiratiebron geweest, zowel stilistisch als thematisch?

MAJEWSKI: Ja, zeker weten. Stilistisch niet zo veel eigenlijk. Het is wel zo dat Bruegel de figuren op de voorgrond plaatst die het hoofdthema een zekere obscuriteit bezorgen. Toen ik theater deed, vond ik het een interessant idee om door acties obscuriteit te introduceren in de hoofdplot. Op het eerste gezicht lijkt het niet belangrijk, het is pas later dat de context de actie een andere betekenis geeft. De waarheid is verborgen en dat is belangrijk. Vaak wordt de waarheid voorgeschoteld maar dan kijken de mensen er overheen, ze zien het niet. Een zoektocht is noodzakelijk om de gevonden zaken met de juiste dosis respect te kunnen behandelen. Bruegel doet dat en ook nog eens op een briljante manier. Voor mij is Bruegel een van de meest wijze kunstenaars die ik ken. Hij kijkt naar gebeurtenissen door de ogen van de wereld. Het schilderij De Val van Icarus is daarvoor een perfect voorbeeld. Op de voorgrond zie je mensen alledaags werk verrichten. Wat meer op de achtergrond varen twee zeilboten op zee. Voor de rest lijkt er weinig speciaals aan het schilderij te zijn. Wanneer je goed kijkt, zie je twee benen spartelen in het water. Is het iemand die zwemt of zoekt naar een verloren voorwerp? Nee, het is Icarus. Hij is hier herleid tot een klein detail. Icarus viel maar de wereld heeft er niets van gemerkt. Mensen kijken niet verder dan hun eigen neus lang is, ze zijn eigenlijk blind voor de wereld. Slechts wat zich afspeelt in de eigen cocon wordt gezien. Alles gaat gewoon zijn gangetje. Als de titel niet bekend zou zijn, dan zou niemand doorhebben dat Icarus een rol in het schilderij speelt.

Anders dan de barokstijl waar alles in teken van beweging staat, krijg je bij Bruegel een gevoel van sereniteit en vrede. De mensen gaan door met hun dagelijkse routine zonder dat het lijkt dat er iets is gebeurd. Dat vind ik heel wijs van Bruegel om zo een statement te maken.

Ook de Russische cineast Tarkovski werd geïnspireerd door Bruegel. Had Tarkovski ook een zekere invloed op u?

MAJEWSKI: Tarkovski is natuurlijk een meester. In mijn ogen zijn Fellini en Tarkovski de beste cineasten. Ze zijn voor mij heel belangrijk, ook al zijn het filmmakers met elk een verschillende visie.

Hoe kwam u in contact met Bruegel?

MAJEWSKI: Reisde ik naar Venetië, naar mijn oom, dan nam ik de trein. In Wenen moest ik overstappen en dan had ik meestal wel de tijd om het Kunsthistorische Museum te bezoeken. Daar ontdekte ik Bruegel. Ik raakte bevriend met hem en hij met mij (lacht). Ik zag dat hij redelijk filmisch was en hij deed me aan Fellini denken.

U schreef het scenario samen met de auteur van het boek The Mill & The Cross Michael Francis Gibson. Hoe verliep de samenwerking?

MAJEWSKI: Grappig eigenlijk (lacht). Gibson had mijn film ANGELUS gezien in Parijs en schreef er nadien een goede recensie over. Hij merkte op dat ik werd beïnvloed door Bruegel. Dus hij stuurde me zijn boek The Mill and The Cross op samen met de recensie. Ik las het en ik was gefascineerd door de manier waarop het geschreven was. Ik kan mezelf wel een expert in kunstgeschiedenis noemen want ik ben daar constant mee bezig. Kunst is een enorme passie voor mij, dus logisch dat ik er veel over lees. Ik kan u wel zeggen dat het boek van Gibson bij mijn favorieten hoort. Het is heel sterk geschreven. Het vraagt ook engagement en geduld om een schilderij op een interessante manier te analyseren waarbij de symboliek op een begrijpelijke wijze wordt verklaard. Zeker bij Bruegel, die heel veel symboliek in zijn schilderijen legt, is het belangrijk dat je dat kan doen op een correcte en interessante manier. Gibson doet dit op een geniale manier. Je moet ook denken. Ik wordt aangezet om te werken door ‘golven’. Wanneer ik in contact kom met een idee en ik ontvang daarvan een zekere ‘golf’ dan begin ik te trillen. Dat is een teken dat ik er moet aan werken. Dan volgen er enkele jaren van hard werk. Dat gevoel kreeg ik ook toen ik het boek las.

Gibson was enthousiast dat ik een film wou maken gebaseerd op zijn boek. Eerst dacht hij dat ik van plan was om een documentaire te draaien maar al snel zei ik tegen hem dat ik een fictiefilm wou maken. Hij verklaarde me gek (lacht). “Hoe kan je een fictiefilm maken naar een essay? Niemand heeft dat ooit gedaan”, zei hij. “ Ik weet nog niet hoe ik het ga doen maar net omdat niemand het al eerder gedaan heeft, lijkt het me nog spannender”, repliceerde ik. Zo zijn we samen aan het scenario beginnen schrijven. Ik had al een zeker structuur in mijn gedachten voor de film. We hebben dan enkele figuren gekozen uit het schilderij en we verzonnen de persoonlijke verhalen.

Het duurde drie jaar vooraleer de film was voltooid. Het was hard werk en u experimenteerde ook met nieuwe CG technologie en 3D effecten. Kunt u ons vertellen hoe die drie jaar verliepen en hoe het proces uiteindelijk zijn definitieve vorm aannam?

MAJEWSKI: Het is een nieuwe technologie die we hebben toegepast. Niemand heeft al een film met die technologie gemaakt. Zelfs het heel snobistische elite magazine American Cinematographer, dat normaal gezien uitsluitend schrijft over special effects van grote Amerikaanse producties zoals ‘INCEPTION’ en ‘PIRATES OF THE CARIBBEAN’, hebben hun gewoontes doorbroken; ze hebben nu ook de technologie geanalyseerd die wij hebben ontwikkeld. Het magazine ziet me als een cineast wat ik fijn vind want eigenlijk ben ik maar een schilder (lacht). Ik heb inderdaad een nieuwe manier ontwikkeld waarbij een beeld ontstaat uit verschillende fragmenten die we apart moesten filmen. Het perspectief van Bruegel bestaat eigenlijk uit zeven hoeken. Op de plaatsen waar die zeven hoeken elkaar kruisten, net daar schilderde Bruegel de figuren waardoor ze zowel heel zichtbaar waren maar ook tegelijk een zekere obscuriteit uitstraalden. Via computeronderzoek zijn we dat te weten gekomen en dan pas realiseer je je dat Bruegel bijna een tovenaar moet zijn geweest om het tafereel te schilderen vanuit dat perspectief. Het is ongelooflijk hoe hij de ruimte zo kon manipuleren. Voor een camera is het bijna onmogelijk om zoiets na te bootsen. Om dat effect te creëren moesten we de acteurs vanuit meer dan een hoek filmen; we gebruikten altijd andere lenzen. Deze techniek zorgt ervoor dat je de ruimte op zo’n manier kunt condenseren zodat alle personages een spectaculair geheel gaan vormen.

Was dat een van de moeilijkste uitdagingen?

MAJEWSKI: Ja zeker. Bijna alle acties uit de film werden onder handen genomen in de postproductie. Er was altijd wel een probleem. Het was een proces van toevoegingen en corrigeren. Vaak duurde het acht dagen vooraleer je het resultaat van een kleine aanpassing zag. A tricky job. We hadden veel geduld nodig. Details moesten we ook handmatig aanpassen zoals bijvoorbeeld een computer die de tint zwart niet 100% kan reconstrueren. Het is nooit volledig zwart. Op een primitieve manier hebben we met een kandelaar dat 100% zwart uiteindelijk kunnen creëren. Om zo enkele gewenste effecten te ontwikkelen zoals diepte en mist, zijn we moeten gaan graven in redelijk primitieve methoden. We hadden ook problemen met het animeren van bomen. In het begin leek het absoluut niet realistisch. Om te ontdekken wat er fout liep hebben we een lange tijd in een park gezeten, kijkend naar bomen. We dachten eerst dat we gek waren (lacht). Toen kwamen we tot de conclusie dat een boom in de wind op een bizarre manier beweegt. Onze theorie hebben we toegepast en het werkte.

De drie hoofdrolacteurs in de film (Rutger Hauer, Charlotte Rampling en Michael York) zijn perfect gecast. Zeker in het geval van Hauer lijkt het alsof hij rechtsreeks uit een schilderij van Bruegel gelopen komt. Waarom koos je hen?

MAJEWSKI: Om uiteenlopende redenen. Ik vind het drie goede acteurs, die ik graag bezig zie in films. Als kunstenaar trek ik vaak rond en toon ik mijn kunst in musea over de hele wereld. Enkele jaren geleden zag Charlotte er een van mij in Parijs. Ze schreef me een brief en zei dat ze graag met mij wilde werken. En dat heb ik nu handig kunnen gebruiken. Michael dan. Zijn vrouw Patricia McCallum is een erg goede fotografe, en ze zagen mijn werk in het MoMa in New York een tijd terug en daar hebben we hetzelfde verhaal: Michael wilde met mij werken. Rutger kende ik nog niet persoonlijk. Ik belde zijn agent en zei dat ik met hem wilde praten. Dat was niet makkelijk: hij heeft drie agents, en na wat heen en weer getelefoneer kreeg ik hem eindelijk te pakken. Toen was het snel in kannen en kruiken.

Naast de hoofdacteurs is er nog een grote supporting cast die in de film meedoet. Professionele acteurs?

MAJEWSKI: Neen. Veel van hen zijn Poolse boeren. Er is wel nog één uitzondering. De vrouw van Bruegel wordt gespeeld door de Poolse actrice Joanna Litwin. Mooie verschijning.

Hoe hoopte u dat het publiek ging reageren op THE MILL & THE CROSS?

MAJEWSKI: Ik weet het niet. Ik heb al brieven gekregen van mensen die de film zagen. Het is een film die ze zich zullen herinneren, omdat hij zo anders is. Het is altijd leuk natuurlijk om te weten dat mensen naar je werk kijken. Ik ben me er bewust van dat niet iedereen van de film zal kunnen genieten, maar daar was hij ook niet voor gedraaid in de eerste plaats. Aanvankelijk maakte ik hem in opdracht van het Louvre in Parijs, de National Gallery in Washington D.C. ,het Prado in Madrid en het Kunsthistorische Museum in Wenen. Allemaal prestigieuze musea, maar nu overstijgt de film het museumcircuit en dat had ik niet verwacht. Hij werd getoond op het Sundance Filmfestival en werd onmiddellijk een hit, mede dankzij de goede recensies. Ondertussen hebben 54 landen de film gekocht en tot mijn grote verbazing in 47 van die landen voor de bioscoop. Het is niet makkelijk voor een kunstfilm om in de cinema te geraken, zeker wanneer hij ook niet Amerikaans is. En waar ik ook ging met de film, onder meer in Zuid-Afrika, Brazilië, Canada, Amerika en India, overal werd hij succesvol onthaald. Eigenlijk ben ik een ambassadeur van België! Ik trek de wereld rond met een film over Bruegel, praat over de geschiedenis van het land,..Ik zou eigenlijk een erkenning verdienen van jullie Minister van Buitenlandse Zaken (lacht)!

Heeft u al plannen voor de toekomst?

MAJEWSKI: Ik ben nog altijd aan het rondtrekken met deze film. Ik kom nu pas terug van de Nederlandse première. Nog tot midden april reis ik rond te promotie, en in de tussentijd geef ik gastcolleges en open ik tentoonstellingen. Een strak reisschema, dat kan ik je wel zeggen. Wenen, Buenos Aires, Londen, Wiesbaden, Florence, Bologna, Milaan, Rome, Praag, Hongkong, Harvard, Lausanna. En zo is het al sinds januari vorig jaar. Best wel boeiend, zo ontmoet je nog eens wat mensen.

 

Interview Bozar Brussel – 27 februari 2012

Geschreven door NIELS LAVEREN & MATHIEU MORRET

“Eigenlijk ben ik een ambassadeur van België!” Filmmagie in gesprek met regisseur Lech Majewski

Regisseur: 

Media: