700 keer Filmmagie: iconische covers

Met de uitgave van het 700ste nummer van Filmmagie blikken we vooruit (zie ook 'De toekomst van de zevende film?', het huidige coververhaal in print) én terug. Dat doen we met een reeks opvallende covers, vanaf 1963.

Klik op de titel om de cover in groot formaat te bekijken.

78, oktober 1963: popart in de sixties
Gedrukt op veredeld krantenpapier, dateerden de eerste jaargangen van Film en Televisie duidelijk uit een vroeg naoorlogs tijdperk. Met hun kleine B5-formaat leken het eerder huis-aan-huis flyers dan een magazine. Tussen de tientalen fantasieloze covers – close-ups van lachende filmvedetten, de blik recht in de camera – zorgde de Cleopatra-cover uit 1963 voor een extravagante stijlbreuk. Filmfoto en -info werden volledig opgezogen door de grafische vormgeving. Met zijn knallende kleuren en vormeffecten is het een raak voorbeeld van de stijlevolutie in de vroege sixties. De kleine filmfoto van Elisabeth Taylor als Cleopatra zit verwerkt in een getekende montage met vrolijke kleurrijke stippen en vormen. In pure popartstijl wordt het filmbeeld gelinkt aan Egyptische elementen zoals de piramide, het Anubisbeeldje of de hiërogliefen uit de faraotijd. De cover is ontworpen door cartoonist Hugoké, later auteur van de animatiefilm Morsdood (2000). Uit elk detail blijkt het hoge niveau van artisticiteit. In het tekstopschrift “Cleo van A tot Z” wordt fijntjes gezinspeeld op de spraakmakende nouvelle vaguefilm Cléo de 5 à 7 van Agnes Varda uit 1962. Merk ook op hoe het logo van Film en Televisie stilistisch verwerkt zit in een televisiescherm van toen. De popcover bij uitstek uit de annalen van het magazine!

158-159, juli-augustus 1970: Antonioni's seventiesfeel
De nieuwe strakke lay-out uit de vroege jaren 70 gaf een boost aan de groei van Film en Televisie tot volwaardig kritisch filmmagazine. Een sfeerrijke still die de helft van de cover innam verving de duffe glamourportretten op de covers van de eerste jaargangen. De reine primaire kleuren van Antonioni’s intussen mythische Zabriskie Point (1970) ogen ongemeen scherp tegen het witte logogedeelte met de eyecatchers in fijn lettertype bovenaan. Rechte belijning en een ongemengd kleurrijk palet met frisse contrasten: het adagio van de late sixties en vroege seventies. Antonioni’s bijzondere gevoel voor kleur, ruimte en compositie verhult dat het hier eigenlijk een licht papieren cover betreft in klein B5-formaat.

 

213, februari 1975: fanzine 
Een Bondgirl op de cover? De Zweedse Britt Ekland realiseert met The Man with the Golden Gun (1974) wat principieel onmogelijk geacht werd. Haar stunt blijft ook vijfhonderd nummers later ongeëvenaard. De fotoselectie van deze zonnige cover is ingegeven door de look and feel lay-out van het in 1974 vernieuwde filmmagazine. Vanaf nummer 200 verscheen Film en Televisie in glanspapier op half A3-formaat. De oranjebruine letters corresponderen mooi met het coloriet uit de brede still, waarbij Eklands haartint de steunkleur van het logo bepaalt. Kleurassociaties primeren in deze lay-out, die de distinctie van de seventies uitstraalt. Een cover onmiskenbaar geïnspireerd door de filmfanzines van toen en daardoor een rariteit in het Film en Televisie-aanbod!

209, oktober 1974: België boven
In de jaren 70 groeide de belangstelling voor de eigen landelijke filmproductie. Film en Televisie vertaalde de droom van de Belgische en Vlaamse film in dit
uniek verzamelnummer over de geschiedenis en de stand van zaken van het eigen filmlandschap. Sinds deze special uit 1974 is de Vlaamse film prominent aanwezig op tientallen covers. Aansluitend maakte het nummer 401 de balans op van 25 jaar Vlaamse film. Met zijn schertsende titel sierde Salut en de kost de cover van dit collector's item over de moeizame bloei van de Vlaamse filmproductie. Een kwinkslag naar het tekortschietende subsidiebeleid, want zelfs na een succesvol debuut bleef het voor een Vlaamse cineast lang wachten op een nieuwe subsidie voor een volgende film. De weifelende gezichtsuitdrukking van de acteurs op de cover symboliseren de blijvende onzekerheid.

230-231, juli-augustus 1976: de meester als uithangbord
Verdeeld over drie nummers bewees de Hitchcockspecial hoe de filmcritici in de jaren 70 het werk van de 'master of suspense' ernstiger en anders begonnen te bekijken. De focus van dit uitgebreide en verhelderende essay uit 1976 lag zowel op het oeuvre als op de psyche van de meester. De studie bakende het pad af voor meerdere monografieën van belangrijke cineasten en filmauteurs in Filmmagie. Een regisseur op de kaft is eerder uitzonderlijk voor het blad. Alleen Arthur Penn (203), John Huston (204-205), Sam Peckinpah (563) en Werner Herzog (561) genoten de eer in de loop van de jaren. Merk ook op hoe het tv-scherm uit het oude logo subtiel verwerkt zit in de fotolijst.

250, maart 1978: feest in oliejekker
Het twintigjarig bestaan van het blad werd in 1976 gevierd met een cover in Hollywoodstudiostijl (224). Het 250ste nummer – twee jaargangen later – werd in het zilver gehuld. Het kreeg een feestelijke uitstraling met de centrale setfoto van Julia (1977) van filmveteraan Fred Zinnemann, versierd als een jubileummedaillon. Op de foto zien we Jane Fonda en Vanessa Redgrave in gele vissersjas. Beide actrices waren de woordvoerders van de protestcultuur uit de seventies en lieten zich kennen als politieke activisten: Fonda met haar protestacties tegen de Vietnamoorlog en Redgrave met haar pro-Palestijnse stellingnamen. Een geëngageerde feestcover met gedecideerde klasse!

326-327, juli-augustus 1984: fikse besparingen
De 300-nummers kreunden onder de financiële beperkingen. Door de gestegen papierprijzen werd de papierdikte gereduceerd. Zowel de volledige kleurendruk als de premium glanscover viel weg, waardoor de covers veel minder aantrekkelijk oogden. De drastische besparingen noopten de redactie tot nieuwe creatieve ingrepen. Met de Stars & Stripes-bedrukking voor Sergio Leone's Once Upon a Time in America (1984) werden de financiële beperkingen mooi omzeild. De cover spettert met blauw en rood tegen een wapperend vlagmotief, verborgen in de logoletters. Een eigen speelse variante op de cedergele, sepiakleurige officiële affiche van Leone's misdaadepos.

367, februari 1987: Blue Velvet
De kleur is terug, en wel als sferisch blauw voor David Lynch’ Blue Velvet uit 1986. De cover toont de wazige sluier van waarachter de cineast naar het leven in suburban America kijkt. Zo roept ze het duistere en dromerige klimaat van de film noir op. Het bleke roze logo versterkt de etherische sfeer. Cineasten zoals Lynch prijkten al vroeg in hun carrière op een cover van Filmmagie. Ook Spielberg – al een cover voor zijn biosdebuut The Sugarland Express (206-207) in 1974 – en Steve McQueen – voorkaft voor zijn tweede film Shame (621) in 2012 – genoten dit voorrecht.

 

428, januari 1993: Day-Lewis' coverdebuut
Een groter magazineformaat (A4) en een glanscover met uncoated effect waren de inzet van enkele jaargangen in de nineties, die een vrij uniform geheel vormden. Michael Manns dynamische frontier-epos The Last of the Mohicans gaf in 1993 het startschot voor het vernieuwde magazine met een lenige Daniel Day-Lewis op de cover. De still uit de film van superdesigner Michael Mann zuigt alle aandacht op tegen de vrij neutrale korrelige beige steunkleur en de fijne typologie van het logo in passende roodkleurige Indianentint. Drievoudig Oscarwinnaar Daniel Day-Lewis heeft bij Filmmagie al evenveel covers als Oscars. Met Paul Thomas Andersons There Will Be Blood (583) uit 2008 en Phantom Thread (682) uit 2017 werd hij een vaste waarde in coverland.

503, juli-augustus 2000: in thema
Een nummer in Romeinse cijfers naar aanleiding van Ridley Scotts Gladiator. Deze cover verwent de lezer met Latijnse memorabilia. Niets werd aan het toeval overgelaten om de klassieke oudheid te celebreren. Het titellogo werd vervangen door het Latijnse “Cinema et Televisio”. Het schitterende grootbeeld van Russell Crowe in versierd metalen harnas, klaar om het strijdtoneel te betreden, is omlijst door Italiaans marmer. De cover toont de gladiator zoals Scott hem filmde: zeer close en oppermachtig. In tegenstelling tot het goudbruine officiële affiche van de film kiest deze cover voor het grijsblauwe palet waarmee cineast Ridley Scott en zijn DoP John Mathieson de neoclassicistische schilderkunst evoceerden. De hernieuwde aandacht van het tijdschrift voor de sandalenfilm is een knipoog naar de spraakmakende cover van Cleopatra uit 1963.

588, oktober 2008: nieuwe naam met playtoets
In januari 2006 (559) werd Film en Televisie omgedoopt tot Filmmagie. Het was meer dan een naamsverandering: ook de ambities als filmmagazine werden aangescherpt. “De referentie voor film en dvd”, stond voortaan onder het logo uitgespeld. Filmmagie plukte uiteraard de vruchten van de decennialange lay-out ervaring van Film en Televisie, maar durfde ook andere grafische paden te bewandelen dan de klassieke belijning van zijn voorvanger. Een filmtijdschrift combineert woord en beeld. Dat illustreerde een reeks covers waarop de filmfoto vrolijk en energiek werd beschreven met kleurrijke inhoudelijke opschriften van verschillende typografie. Het geheel werd stijlvol afgelijnd met een lichtgrijze logoband met playtoets.

Canneswinnaar en onderwijsfilm Entre les murs zorgde in 2008 voor een unieke cover, met achttien kleine fotootjes van leerlingen in verschillende houding en kledij, speels en provocerend tegen het grijze achtergronddoek van een traditionele schoolfoto. Een turkoois groene band met de inhoudsopgave in grillig gekleurde letters doorsneed de montage. Een nieuwe lay-out, meer in de voorhoede van de tijd.

674, april 2017: Less is more
In de 600-reeks week de grijze titelband voor het paginagrote filmbeeld. De cover van Cartas da guerra toonde het toenemende gewicht van de wereldcinema. De expressieve zwart-witfoto doet niet alleen denken aan de newsreels van toen, maar herinnert ook aan de stijl van de oude oorlogsfotografie vol subtiele schakeringen van gevaar, pijn en eenzaamheid.

De uitgebalanceerde cover belicht het gelaat van de rustende soldaat tegen het lichtgrijze raam van zijn oorlogstruck, dat volledig de bovenste helft van het beeld inneemt. De menselijkheid van dit tafereel brengt de oorlog dichterbij – in de film de Portugese kolonisatieoorlog – zoals fotograaf Robert Capa dat deed voor de Spaanse burgeroorlog. Door de perfecte balans tussen licht en schaduw worden de vaste magazine-elementen (titellogo, nummering) bijna uitgewist. Zulke zwart-wit covers maken deel uit van de recente Filmmagie-stijl. Zo bleek ook uit Das weisse Band (598); I Am Not Your Negro (675), El botón de nácar (659), Wonderstruck (680), Cold War (688) of zelfs uit het oud-groengekleurde Carol (661) op de retrocover van de zestigste verjaardag van het magazine in 2011.

685, mei-juni 2018: bijna tastbaar
De documentaire zit in de lift; op festivals, op televisie, in de bioskoop en ook op de cover van de magazines. Filmmagie voedde de trend met het voorkaft van Antwerpen Centraal (514), I Am Not Your Negro (675), El botón de nácar (659) en het recente Ceres uit 2018. Op de lyrische cover van de landbouwdocumentaire wordt de structuur van de graankorrels tastbaar. De dichte close-up maakt de beweging van de vingers over het gerijpte goudgele graan van de korenhalm voelbaar. Een tactiele cover voor een sterk staaltje tactiele docucinema! Mooi hoe de bijna macrofotografische opname van de vinger en de korenhalm de vormen en kleuren errond doet vervagen. Stilistisch sluit Ceres aan bij een reeks opmerkelijk gestileerde, bijna abstracte kleurencovers zoals Wuthering Heights (625), Ghost Writer (604), Winter Sleep (646) of de extreem witte cover Blackfeet (637), waarop de personages oplossen in het frêle kleurengeheel.

700, december 2019: fiere feestvreugde
Lijnen, vlakken en kleuren. Het idioom van de grafische vormgeving zit intrinsiek vervat in de unieke feestomslag van het 700ste nummer. Het getal zeven – symbool van geluk, maar ook van de zevende kunst en bij uitbreiding van het nummer 700 – wordt kunstig uitgestileerd en herleid tot een horizontale brede band bovenaan en een diagonale lijn, die de cover in zijn geheel doorkruist. Het is een zuivere 7, zonder horizontaal tussenlijntje en met een subtiele volutenkrul links bovenaan als enige versiering.

Dit evenwichtige spel van kalligrafische lijnen bakent de kleurvlakken van de cover af in een oogstrelend geel en grijsblauw palet, dat maar zelden gebruikt wordt in dit tijdschrift. Het gebruik van dit specifieke geel is geen toeval: het is een knipoog naar de protestactie die momenteel loopt tegen de besparingen binnen de culturele sector. Zacht geel en blauw met een tikkeltje grijs maken de compositie luchtig en rustig. De witte band onderaan met nummering en prijscode, die in eerdere nummers als een kader onder de filmfoto zat, maakt nu integraal deel uit van de compositie van gele, blauwe en witte vlakken. Een artistieke Filmmagie-cover die opvalt door zijn geometrisch-abstracte vormtaal als ode aan de film als kunstvorm!

Geschreven door DIRK MICHIELS

700 keer Filmmagie: iconische covers

Media: