Adieu D.A. Pennebaker (1925-2019)

Tegenwoordig is een ‘blik achter de schermen’ een uitgehold begrip, meestal losgezongen van toegewijde observatie, maar ooit was het pionierswerk. Een van de innovators was D.A. Pennebaker, ingenieur van de Direct Cinema, die voor altijd synoniem zal staan aan de immens invloedrijke documentaire ‘Dont Look Back’.

Donn Alan Pennebaker debuteerde met Daybreak Express, een korte door licht en beweging aangedreven observatie van de bovengrondse tramlijn in Manhattan, New York, gemonteerd op muziek van Duke Ellington. Pennebaker filmde in 1953, maar werkte het pas af in 1957, toen de tramlijn al enkele jaren buiten dienst was gesteld. De op jazz geritmeerde stadssymfonie leunt aan bij het werk van experimentele filmmakers als Stan Brakhage, die op dezelfde tramlijn Wonder Ring (1955) had gemaakt, en Francis Thompson (NY, NY, 1957). Zijn vriendschap met die laatste zette Pennebaker op weg naar een loopbaan als filmmaker. Nadat hij tijdens de Tweede Wereldoorlog had gediend, was hij in 1947 afgestudeerd als ingenieur mechanica. Hij startte in New York een elektronicabedrijf, maar verkocht dat in de hoop op een carrièrewending. Die kwam er in de tweede helft van de jaren 50. Via allerlei klusjes voor Thompson begon hij zelf te filmen.

In 1957 werkte hij mee aan de ‘Brussels film loops’, een programma korte films over het alledaagse leven in de Verenigde Staten dat bestemd was voor Expo 58. Zelf maakte Pennebaker Gas Stop (1958) en als cameraman en monteur hielp hij bij de documentaires van onder anderen Shirley Clarke en Richard Leacock. Een andere handelsbeursopdracht bracht hem in 1959 naar Rusland en de Wereldtentoonstelling in Moskou. Terwijl Russen filmpjes voorgeschoteld kregen over de wondere producten die de Amerikaanse consumentenmaatschappij te bieden had, trok Pennebaker een zomer lang samen met collega’s Shirley Clarke en Albert Maysles van de beurs naar de straten van Moskou. Het resultaat was hun gezamenlijke Opening in Moscow (1959), maar ook een voortdurende zoektocht naar hoe beelden en geluiden te registreren met handzame opnameapparatuur. Pennebaker en Leacock bedachten een gesynchroniseerde 16 mmcamera die van doorslaggevend belang was voor de documentaire cinema.

Ingenieus observeren

Deze technologische ontwikkelingen waren noodzakelijk voor de observaties met minimale aanwezigheid die Pennebaker en gelijkgezinde documentairemakers wilden filmen. Samen met Maysles, Leacock en Life-fotograaf Robert Drew stond hij aan de wieg van het onafhankelijke productieplatform Drew Associates en de door hen gepionierde documentaire stroming Direct Cinema. Bij hun baanbrekende tv-documentaire Primary (1960) monteerde Pennebaker de met een handcamera geschoten opnames van de Democratische voorverkiezing tussen presidentskandidaten John F. Kennedy en Hubert Humphrey. Hoewel televisie – en dan vooral de realitytsunami – in de volgende decennia de waarde van livebeelden met synchroon geluid zou ondergraven, drukte Direct Cinema ethisch en esthetisch een onuitwisbare stempel op documentair filmen.

Crisis

Na Primary volgde onder meer Crisis: Behind a Presidential Commitment (Drew, Leacock & Pennebaker, 1963), dat een symbooldossier over raciale integratie filmde van binnenuit: bij twee Afro-Amerikaanse studenten die toegang wilden tot een blanke universiteit en bij de betrokken politici, inclusief president John F. Kennedy in het Witte Huis. Zonder interviews of verklarende voice-over toont Crisis een historisch moment, terwijl het evenzeer oog heeft voor ‘kleine’ observaties. Daardoor overstijgen de gefilmde personages hun symboolwaarde. In datzelfde jaar 1963 verlieten Pennebaker en Leacock de Drew-stal om samen een productiebedrijf op te richten. Ze wilden minder afhankelijk zijn van televisieformats en mediarestricties.

Muzikaal van nature

Terwijl ze hun nieuwe werkplek aan het bouwen waren, hoorden ze over een oefensessie van jazz-zanger Dave Lambert en trokken erheen met de camera. De platenmaatschappij moest niets hebben van de muziek of de film, de enige opnamen van de nieuwe songs die Lambert had geschreven. In oktober 1966 overleed de muzikant bij een verkeersongeval. Het deed Pennenbaker nadenken over wat hij wilde: “Toen besefte ik dat dit eigenlijk is wat film zou moeten doen, wat ik zou moeten doen: mensen en muziek registreren als een vorm van populaire geschiedschrijving die anders niet zou bestaan”.

Korte tijd later stapte muziekmanager Albert Grossman het kantoor van Leacock en Pennebaker binnen met de vraag of ze een film wilden maken over een van zijn cliënten: Bob Dylan. Dont Look Back (geschreven zonder weglatingsteken) volgt Dylan in 1965 drie weken lang op een tournee in Engeland. De openingsscène, waarin Dylan pancartes met tekst uit zijn nummer ‘Subterranean Homesick Blues’ ophoudt, zou een invloedrijke ‘muziekvideo’ worden en Dont Look Back (1967) zelf een referentie voor elke muziekdocumentaire. Ook al is het een allesbehalve flatterend portret van Dylan.

Opnames Dont Look Back

Hoewel Pennebaker erop hamerde slechts een beperkte inkijk te willen en kunnen geven in het leven van de mensen die hij filmde – net zoals zijn grote voorbeeld Robert Flaherty dat had gedaan met Nanook of the North ­– schetsten zijn films ook een portret van hun tijd. Dat deed hij door zijn camera te richten op de muziekcultuur (Montery Pop, 1968; Ziggy Stardust and the Spiders from Mars, 1973; Jimi Plays Monterey, 1985). Ook het politieke speelveld liet hem echter niet los. De meest geprezen van zijn latere documentaires is The War Room (1993), gefilmd tijdens de verkiezingscampagne van Bill Clinton. Die regisseerde Pennebaker met Chris Hegedus, die in 1982 zijn derde echtgenote werd en met wie hij samenwerkte sinds de tweede helft van de jaren 70. Ook hun eerste coregie The Energy War (1978) focust op de Amerikaanse politiek, met een uitgebreid verslag in drie delen over de milieu- en energiepolitiek onder het presidentschap van Jimmy Carter.

Toch zal Pennebaker, de eerste documentairemaker die een ere-Oscar ontving, vooral herinnerd worden als de registrator van de Amerikaanse muzikale tegencultuur in de jaren 60. De filmtaal die hij hanteerde in zijn muziekdocumentaires is veel minder abstract dan in zijn debuut Daybreak Express. Hoewel ‘fly on the wall’-observaties – een term die hij afkeurde – ondertussen in diskrediet zijn gebracht door allerlei realitysoaps, blijft de Direct Cinema van Pennebaker en zijn generatiegenoten getuigen van de bijzondere relatie tussen film, tijd en ruimte. Met dank aan muziek: “Ik sta in het krijt bij Duke Ellington en instinctief bij alle muzikanten. Zij leerden me mijn kunst. Film is muzikaal van nature omdat zijn energie steunt op tijd. Film moet van hier naar daar gaan, terwijl foto’s en schilderijen gewoon zijn.” † 1 augustus 2019

Beeld: D.A. Pennebaker & Chris Hegedus

Geschreven door BJORN GABRIELS

Adieu D.A. Pennebaker (1925-2019)

Media: 

onomatopee