Adieu Irm Hermann (1942-2020)

Met haar hangende oogleden, spiedende blik en geknepen mond was Irm Hermann een opvallende, onmisbare verschijning in het oeuvre van Rainer Werner Fassbinder. Haar eentonige slome dictie – alsof ze de zinnen uit het hoofd opdreunde – paste perfect in het theatrale filmconcept met vervreemdende acteerstijl van het Duitse genie.

“Ze is de enige die ik ooit gedwongen heb om actrice te worden en zo gevormd heb”, zei Fassbinder over zijn eerste muze. De Duitse workaholic vormde een creatief team met zijn steractrices. In tegenstelling tot de meer ongenaakbare Hanna Schygulla en Margit Carstensen was Irm Hermann een plooibare actrice, een onbeschreven blad waarop de cineast zijn eigen naam kon graveren. “Voor mij was Fassbinder de school van het leven en van het acteren”, beaamde ze. “Hij heeft me afgeslepen als een kiezelsteen.” Hermann werkte als secretaresse bij de Beierse Autofederatie tot Fassbinder haar daar wegkaapte om in zijn eerste kortfilms Der Stadtstreicher (1966) en Das kleine Chaos (1967) te spelen.

Het was de start van een jarenlange artistieke samenwerking, met Hermann als Fassbinders eerste muze en levenspartner, samen actief in het kritische Action-theater en antitheater van de sixties en de vroege seventies in München. “Hij had een gave om met zijn bruine ogen diep in mijn innerlijk te kijken”, herinnerde ze zich haar mentor in een gesprek met Der Spiegel in 2001. Haar secretaresserol in Fassbinders vijfdelige televisieserie Acht Stunde sind kein Tag (1972-73) was een knipoog naar wat haar leven zou zijn geweest zonder haar ontdekker.

Acht Stunden sind kein Tag

Toch was deze leerschool voor haar ook een moeilijke periode met ernstige twisten, psychische folteringen en drugsexperimenten. Zo mengde de cineast tijdens de opnamen van de televisiefilm Frauen in New York (1977) stiekem lsd in haar eten, waardoor haar bloedsomloop stremde. Hermann bleef verrassend koel en nuchter bij deze kwellingen, die ze inherent beschouwde aan haar groeiproces als actrice. “Misschien heeft Fassbinder me meer gemarteld dan bijvoorbeeld Margit Carstensen of Hanna Schygulla, omdat we samen sliepen”, minimaliseerde ze in Die Zeit, met blijvend respect voor de man die haar groot maakte.

Dubbel samenspel

Tien jaar lang draaide ze film na film met hem, vooral dan de genreoefeningen en sociale en psychologische drama’s uit zijn beginperiode. Tegelijkertijd was ze achter de schermen actief bij de voorbereiding van zijn theaterproducties. Ze was zijn creatie, maar ook een beetje meid voor alle werk. Deze meester-knechtrelatie komt tot uiting in haar rol als dienstmeid in Die bitteren Tränen der Petra von Kant (1972). Hermann verdiepte zich vaak in personages die hun eigen identiteit uitsluitend in een situatie van onderdrukking vonden. Als voetveeg met dun rood gestift pruilmondje in Die bitteren Tränen der Petra von Kant of gebonden aan de regels van recht en fatsoen in haar moederrol in Fontane Effi Briest (1974) speelde ze vrouwen die met hun onderdanigheid tevergeefs liefde en goedkeuring hoopten te krijgen.

Die bitteren Tränen der Petra von Kant

Toch was de beïnvloeding tussen muze en mentor wederzijds. Volgens collega-actrice Ingrid Caven – Fassbinders echtgenote in de periode 1970-72 – verliep het Pygmalion-effect in beide richtingen. "Veel van wat Rainer destijds schreef, was sterk beïnvloed door Irm Hermann, haar dictie, haar manier van bewegen, haar ietwat hysterische, erg coole stijl”, vond ze. Hermanns personages weerspiegelden Fassbinders pessimistische kijk op de liefde die volgens hem slechts een manier van wederzijdse uitbuiting was. Deze visie gaf hun unieke samenspel als echtpaar in Angst essen Seele auf (1974) een cynische toon. Fassbinder castte Hermann graag in zulke onsympathieke rollen. In Händler der vier Jahreszeiten (1971) schoof hij haar prominent naar voren als de zanikende echtgenote, die door haar onbegrip de intrinsieke kwaliteiten van haar man onderkende. Het was ronduit indrukwekkend hoe ze met onbewogen gezicht en een puntige manier van praten een hatelijke vrouw neerzette, die haar onvrede en frustratie op haar kwetsbare man afreageerde. Dat haar personage Irmgrad – afgekort Irm – heette was geen toeval. Wars van de diva-allures van Carstensen en Schygulla zette Hermann al in Händler der vier Jahreszeiten een rudimentaire schets neer van de complexe en cynische vrouwenportretten die Fassbinders laatste films zouden kenmerken.

Na Fassbinder

Hermann brak met de Fassbinder-continuïteit in de tweede helft van de jaren 70. Ze ruilde München voorgoed voor Berlijn, waar ze bij het Berliner Ensemble van wijlen Bertold Brecht speelde en huwde met kinderboekenschrijver Dietmar Roberg. Op eigen vleugels filmde ze verder met Werner Herzog (Woyzeck, 1979) en Hans W. Geißendörfer (Der Zauberberg, 1982). Heel consequent bleef ze in de commerciële marge met films over de botsing van culturen (Johanna d’Arc of Mongolia, 1989) of toonde ze haar maatschappelijk engagement in Percy Adlons Fünf letzte Tage (1982) over Sophie Scholls verzet tegen de nazi’s of Max Färberböcks Anonyma (2008) over de verkrachting van Duitse vrouwen door Russische soldaten. Zowel met beide oorlogsfilms als met Rudolf Thomes huwelijksportret Paradiso Sieben Tage mit sieben Frauen (2000) viel ze in de Duitse filmprijzen. Elke film die ze draaide, was een bewuste keuze. “Ik kijk geen televisie. En ik ben al jaren zelden uitgegaan. Ik hoef niet te consumeren om creatief te zijn. Je hoeft niet van de ene première naar de andere te racen om te weten wie je bent en wat je kunt. Alles zit in jou en komt van jou”, zei Hermann in een interview met Film und Fernsehen in 1992 over haar jaren na Fassbinder als geëmancipeerde actrice.

Woyzeck

Een glimp van de Fassbindertijd vond ze terug in de subversieve films van Christoph Schlingensief zoals Das deutsche Kettensägenmassaker (1990) en Die 120 Tage von Bottrop (1997), maar die hadden nooit de draagwijdte van Fassbinders werk. Mettertijd wist ze beter met een aantal ontwikkelingen uit haar Fassbindertijd om te gaan. Ze reflecteerde daarover in de documentaire Für mich gab's nur noch Fassbinder. Die glücklichen Opfer des Rainer Werner Fassbinder, die Rosa von Prauheim in 2001 draaide over Fassbinders biseksualiteit en zijn werkwijze als cineast. Verrassend was nog de Tatortfilm Wofür es sich zu leben lohnt, die in 2016 de vier Fassbindermuzes Schygulla, Carstensen, Hermann en Eva Mattes in een crimiverhaal voor de Duitse televisie samenbracht. Hermanns ultieme reünie als afscheid.

Geschreven door DIRK MICHIELS

Adieu Irm Hermann (1942-2020)

Media: 

onomatopee