Adieu John Hurt

Op 25 januari overleed acteur Sir John Hurt aan de gevolgen van kanker, hij werd 77. Zijn lange carrière leverde hem een indrukwekkende filmografie op, waaruit we hier enkele hoogtepunten belichten.

Hij zag er ietwat schriel en vermoeid uit, met zijn magere postuur en opvallende kringen onder de ogen. Hoewel hij in zijn 60-jarige filmcarrière lange tijd jong oogde voor zijn leeftijd, straalde hij met zijn vale tint een gevoel van chronische ziekelijkheid uit. Het was voor de kijker dan ook geen verrassing dat predikantenzoon John Hurt (°1940, Chesterfield – 2017, Cromer) vaak stierf in zijn films. Vele cineasten reserveerden voor hem een nare dood. Hij werd brutaal neergeschoten in Sam Peckinpahs The Osterman Weekend (1976) en ten onrechte voor gezinsmoord opgehangen in Richard Fleischers 10 Rillington Place (1971). Hij viel ten prooi aan het vreemde misvormende proteussyndroom in David Lynch’ The Elephant Man (1980) of was als heroïneverslaafde gedoemd om ten onder te gaan in een Turkse gevangenis in Alan Parkers Midnight Express (1978). Iconisch was zijn gruwelijke sterfscène in Ridley Scotts Alien (1978), toen hij aan de eettafel van een ruimtecapsule beviel van een kwaadaardig buitenaards wezen. Een niet te onderschatten cultgehalte genoot ook zijn vertolking in Jerzy Skolimowski’s horrorklassieker The Shout (1978) van een landelijke kerkorganist en experimenteel componist die gefascineerd was door occulte auditieve effecten en in het bijzonder door de dodelijke schreeuw van Australische aboriginals. Deze weerloze, fragiele rollen leverden hem in die periode terecht meerdere Oscarnominaties en festivalprijzen op. Maar een echte Hollywoodster wilde hij nooit worden. “I never had any ambition to be a star, or whatever it is called, and I'm still embarrassed at the word.”

Hoewel hij klassiek gevormd was aan de prestigieuze Royal Academy of Dramatic Arts, distantieerde John Hurt zich van zijn beroemde mentoren met gedurfde en onconventionele rollen. Zo speelde hij in de tv-versie van The Naked Civil Servant (1975) een flamboyante dandyachtige homo op een tijdstip dat homoseksualiteit in Engeland niet erkend was. Ook zijn nerveuze vertolking van Caligula in de tv-serie I Claudius (1976) blijft onovertroffen provocatief. In tegenstelling tot de meer theatergevoelige Engelse acteurs van zijn generatie was Hurt vooral actief in film. Wanneer hij niet voor de camera’s stond leende hij zijn diepe vertelstem aan films zoals Watership Down, Perfume of de Von Trierfilms Dogville en Manderley.

Van misvormde victoriaanse kermisattractie in The Elephant Man tot gedoemde astronaut in Alien kruidde hij zijn klassiek geschoolde spel met pure horrorfantasie. Als een kameleon manoeuvreerde hij van het ene genre naar het andere, ongeacht of het blockbusters of auteurfilms waren. In zijn rol in Love and Death on Long Island (Richard Kwietniowski, 1997) zwiepte hij over de genres heen door als kenner van de betere literatuur verliefd te worden op de mannelijke ster uit een slechte B-film. In zijn lange carrière werkte Hurt met filmauteurs en onafhankelijke cineasten zoals Tony Richardson (The Sailor from Gibraltar, 1967), David Lynch (The Elephant Man), Jerzy Skolimowski (The Shout en Success Is the Best Revenge, 1984), Lars von Trier (Melancholia, 2011), Jacques Demy (The Pied Piper, 1972), Stephen Frears (The Hit, 1994), Jim Jarmusch (Dead Man, 1995 / The Limits of Control, 2009 / Only Lovers Left Alive, 2013), Michael Cimino (Heaven’s Gate, 1980) en recent Pablo Larraín (Jackie, 2016). “I have lots of favourite memories but I can't say that I have a favourite film”, becommentarieerde hij zijn carrière.

Verscheen hij toch in een klassiek kostuumdrama zoals Fred Zinnemans A Man for All Seasons (1966), dan speelde hij zijn rol met beklemmende schichtigheid. Bange, weifelende en glibberige personages of slachtofferrollen genoten zijn voorkeur. Hurt speelde geplaagde ministers (Scandal, 1989) en professoren (The Oxford Murders, 2008 of in de vierde Indiana Jones-film uit 2008 ). Hij was het slachtoffer van Big Brother in Michael Radfords Nineteen Eighty-Four (1984). Hij was tragisch als het spionagehoofd in Tomas Alfredsons Tinker Tailer Soldier Spy (2011) en innerlijk gekweld als premier Neville Chamberlain in zijn afscheidsfilm Darkest Hour (Joe Wright, 2017).

Conform zijn eigenzinnige acteerstijl was hij nooit te beroerd om zijn succesrollen te parodiëren, zoals in de Alien-scène in Mel Brooks Spaceballs (1987), met zijn professorrol met toverstokje in de Harry Potter-cyclus of in de graphic novel-verfilming V for Vendetta (2006), waarin hij zijn succesrol uit 1984 meesterlijk omdraaide en zelf dictator werd.

Geschreven door DIRK MICHIELS

Adieu John Hurt

Media: 

onomatopee