Adieu Lydia Chagoll (1931-2020)

“Niet voor jezelf denken is het gevaarlijkste wat er bestaat”, waarschuwde Lydia Chagoll als overlevende van de strafkampen van de Tweede Wereldoorlog. Verzet tegen discriminatie, racisme, indoctrinatie en genocide vormde het hoofdthema van haar humanistische documentaires en literaire oorlogskronieken. Het beeldmateriaal uit haar docu’s was historisch, maar de invalshoek was die van het kind in de jappenkampen in Oost-Indië. Afscheid van een bijzondere ‘laatste’ getuige.

In haar documentaire uit 2018 over de Joods-Duitse schilder Felix Nussbaum stond Lydia Chagoll stil bij het portret van een huilende vrouw met een halssnoer, dat in feite een stukje prikkeldraad is. Dit sobere schilderij had haar eigen beeltenis kunnen zijn, met het snoer van prikkeldraad als symbool voor haar oorlogsleed als kampkind. Oog in oog met Nussbaums geschilderde getuigenis van weerstand, ballingschap en gevangenschap werd Chagoll zich des te meer bewust van haar missie om de weerloosheid van kinderen en minderheden in oorlogstijd onder het licht te brengen.

Lydia Chagoll bij de presentatie van het boek 'In naam van de Führer', april 1979 © Hans van Dijk / Anefo

Haar filmdebuut In naam van de Führer uit 1977 – een onthutsende montage van kinderbeelden uit fotoreportages, naziprograndafilms en nieuwsjournaals van toen – was in deze context een schot in de roos. Ook in de zigeunerdocumentaire Ma bister (2014) hield ze een halsstarrig pleidooi om de signalen van diaspora en genocide niet te negeren. Beide baanbrekende documentaires zullen de sleutelfilms uit haar oeuvre blijven. Niet alleen door hun intrinsieke filmkwaliteit en accurate historische research, ook door de sociale en politieke vormingsactiviteiten die eruit voortvloeiden. Want voor Chagoll stopte het bewustwordingsproces niet als de filmvertoning afgelopen was. Onvermoeibaar ging ze in filmclubs, op schoolfora en op gespreksavonden in oorlogsmusea en cultuurcentra in dialoog met het publiek. Daar trok ze de lijn door naar de huidige vluchtelingenproblematiek of de recente aanwakkeringen van racisme en opkomend nationalisme. Film als medicijn tegen discriminatie en indoctrinatie!

Kinderrechten centraal
Met de kinderproblematiek uit In naam van de Führer tekende zich een thema af dat haar artistieke loopbaan verder zou bepalen. Van haar debuut over Voor een glimlach van een kind (1982) tot Ma bister liep het lot van kinderen in benarde levensomstandigheden als een rode draad door Chagolls oeuvre. Hoe een samenleving met kinderen omgaat, is bepalend voor de waardeschaal van haar beschaving, stelde Chagoll. Met de eigen beproevingen in de Javaanse oorlogskampen in het achterhoofd legde ze in haar gelauwerde In naam van de Führer uit hoe de nazi-ideologie kinderen geestelijk ondermijnde en kwetsbaar maakte. Niet alleen de jongeren van Joodse of Roma-origine in de uitroeiingskampen, maar ook de oververheerlijkte, geïndoctrineerde Arische kinderen. Hoe verwerkt een kindergemoed zulke oorlogsontberingen, vroeg ze zich af. “Ik ben op zoek gegaan naar zes jaren en zes maanden, de tijd dat ik van een normaal kinderleven afgehaakt ben geweest”, schreef ze in 1981 in haar oorlogskroniek Zes jaren en zes maanden, die als achtergrond bij de film kan worden gelezen. Als dochter van de vooroorlogse journalist Simon Aldewereld hanteerde Chagoll (alias Lydia Aldewereld) ook een scherpe pen.

In naam van de Führer

Met In naam van de führer en Ma bister toonde Chagoll zich uiterst bedreven in de montagedocumentaire. Met monnikengeduld pluisde ze archieven uit, selecteerde het beeldmateriaal en monteerde het tot een samenhangend en betekenisvol geheel. Haar vertrouwdheid met deze montagetechniek van narratief met elkaar verstrengelde beelden was het resultaat van grondige zelfstudie. Want Chagoll had geschiedenis noch filmmontage gestudeerd.

Het poppenspel en de gespeelde scènes uit de geënsceneerde documentaire Voor een glimlach van een kind lagen haar technisch minder goed. Toch versterkte ook deze film haar positie als pleitbezorger van de kinderrechten. Gegroeid uit de vaststelling dat kinderen nog steeds dezelfde of gelijkaardige ontberingen meemaken als in oorlogstijd, lag Voor een glimlach van een kind mee aan de basis van haar jaarlijkse Chagoll-prijs voor groepen of verenigingen die ijverden voor de waardigheid van het kind en overtredingen van de kinderrechten niet ongestraft wilden laten. Ook hier reikte haar engagement verder dan alleen het draaien van een film.

Van choreograaf tot cineast
Filmen, schrijven, dansen. Lydia Chagoll was een artistieke duizendpoot. Ze draaide en produceerde niet alleen films, maar runde ook een eigen dansensemble en voerde met haar oorlogsliteratuur de betere boekenlijst aan. “Als ik dans, vergeet ik alles”, zei Chagoll over haar liefde voor de danskunst. Aan dansen had ze een grote behoefte na haar verstoorde tienertijd in de Japanse oorlogskampen. Van 1952 tot 1973 kwam haar werk als choreograaf op de eerste plaats. Enerzijds als tegengewicht voor de jarenlange lichamelijke beproeving, anderzijds omdat ze tijdens haar gevangenschap het spreken als communicatiemiddel verleerd was. Dans was dan een uitgelezen middel om woordeloos het contact met de buitenwereld te herstellen.

De kracht van het woord vond ze pas terug na haar ontmoeting met cineast Frans Buyens op de set van de ecologische fabel Als de vogeltjes hoesten (1974), waarvoor Chagoll de choreografie verzorgde. Tot zijn dood in 2004 vormde ze met Buyens – haar levenspartner en zielsverwant – een uiterst productief artistiek duo. Buyens schonk haar met Sarah zegt…, Leila zegt… (1983) en Het kleine blanke meisje moest buigen voor Keizer Hirohito (2003) de biografische films die ze zelf niet kon of durfde draaien. Dankzij deze films vond Chagoll de juiste woorden om haar oorlogstrauma als Brussels kind van Joods-Nederlandse ouders op de vlucht voor het nazisme te verwerken en erover te schrijven.

In duo met Frans Buyens
In haar afscheidsdocumentaire Duo-portret: Frans Buyens/Lydia Chagoll (2006) maakte ze de balans op van hun 31-jarige samen-ziin en hun intensieve cinematografische samenwerking. Na zijn dood beheerde ze hun gezamenlijk patrimonium van ruim 25 films, vaak met krap budget gedraaid via het eigen productiehuis Lyda Films. Het heet dat Buyens de choreograaf inwijdde in de filmkunst en zo haar tweede carrière lanceerde. Toch staat het buiten kijf dat ook Chagolls invloed op het werk van Buyens erg groot was. Zo ging Buyens op haar aandringen meer documentaires en docufictie draaien, waardoor zijn werk meer sociale en didactische impact kreeg. Als soulmates vonden ze elkaar in de sociale thematiek van Tijd om gelukkig te zijn (1982) over werkloosheid, Minder dood dan de anderen (1992) over waardig sterven en euthanasie of Tango Tango (1994), vertolkt door geestelijk gehandicapten. Telkens schreef Chagoll mee het scenario of verzorgde ze de montage, een discipline waarin ze uitblonk.

Tango Tango

Hun wederzijdse bestuiving was het sterkst in de films over de Tweede Wereldoorlog, de Jodenvervolging en het verzet, zoals het driedelige historische essay Weten waarom (1997) en het eerder geciteerde Sarah zegt…, Leila zegt… , waarin de Leila-figuur Chagolls levensverhaal verwoordde. In deze films viel op hoe Buyens’ ongeborstelde radicalisme en zijn neiging tot sociaal heroïsme getemperd werden door Chagolls historische ernst en precisie. Want Chagoll muntte uit in scherp waarnemingsvermogen en verborg nooit haar afkeer voor overdreven dramatiseren of idealiseren.

Op de barricaden voor de herinnering
Met haar films stelde Chagoll zich tot doel om de donkere passages en vaak bewust vergeten thema’s uit de geschiedenis te belichten. Hoe kinderen oorlog beleefden, een thema In naam van de Führer, was tot dan toe over het hoofd gezien in oorlogsfilms en -literatuur. Ook in Ma bister vond ze een baanbrekende manier om diaspora en holocaust in beeld te brengen in de geschiedenis van de Sinti en de Roma, met hun twaalf miljoen een relatief grote bevolkingsgroep maar in de historische annalen volledig genegeerd. De onderwerpen van haar documentaires sloten aan bij haar eigen belevenis als slachtoffer van de nazirepressie en het Japanse militarisme. Of ze waren ermee verwant, zoals haar portret van kunstschilder Felix Nussbaum, ondergedoken in Brussel tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar na verraad opgepakt en naar Auschwitz gevoerd. Als documentairemaker bleef ze zich voortdurend kritisch bevragen over haar inbreng als laatste getuige. Is het geheugen wel zo betrouwbaar en in hoeverre is het geheugen selectief, vroeg ze zich af in Het verhoor (1999), een verfilming van Robert Pingets toneelstuk L'Inquisitoire.

Ma bister

Ooit vergeleek Chagolls grootmoeder haar kleinkind met een fluitketel, die aan de buitenkant floot maar van binnen kookte. Ook na de Tweede Wereldoorlog raakte haar boosheid over het blijvende onrecht nooit getemd. Chagoll stond voortdurend op de barricaden. “Zolang de Japanners hun begane oorlogsmisdaden ontkennen, is er geen gerechtigheid voor de slachtofers”, schreef ze in 1988 in Hirohito, keizer van Japan, een vergeten oorlogsmisdadiger?. Dit rekwisitoor tegen de Japanse keizer, die nooit als oorlogsmisdadiger werd berecht, kreeg wereldwijd gehoor. Even driest fulmineerde ze tegen de Israëlische bezettingspolitiek, tegen de burgemeester van Landen die zigeuners met luide muziek van een braakveld wegjoeg of tegen de Belgische wetgeving die burgers verbiedt om mensen zonder papieren onderdak te verlenen. Altijd waren haar acties gelinkt aan mensenrechten en waarschuwden ze tegen de toenemende onrechtvaardigheid.

Ma bister luidde de titel van haar ophefmakende zigeunerfilm. Wat zoveel betekent als “vergeet niet, herinner je”. Een titel die na haar dood aan slagkracht wint en toepasselijk is op het hele oeuvre van Lydia Chagoll. Als meisje moest ze buigen voor de Japanse militairen, maar als schrijver en documentairemaker vocht ze onversaagd terug tegen het gedane onrecht. † 23 juni

Beeld bovenaan: Lydia Chagoll © Ivan Put

Geschreven door DIRK MICHIELS

Adieu Lydia Chagoll (1931-2020)

Media: 

onomatopee