Adieu Marie Laforêt (1939-2019)

“Marie douceur, Marie colère”, zo omschreef Marie Laforêt haar persoonlijkheid in een eigen versie van ‘Paint it Black’ van The Rolling Stones. Op haar mooie gelaat kon je bezieling en fragiliteit lezen, maar ook onvoorspelbaarheid en onstuimige rebellie.

Ongrijpbaarheid karakteriseerde ook haar personage uit de nouvellevaguefilm La fille aux yeux d’or (1961) van haar toenmalige echtgenoot Jean-Gabriel Albicocco. Die filmtitel werd meteen haar epitheton, want Laforêt had een gouden blik. Als eigentijdse verfilming van een 19de-eeuwse roman van Balzac leverde Albicocco een staaltje filmisch-literaire cinema. In een nadrukkelijk esthetische en symbolische stijl zocht hij de analogie tussen de onzekere moraliteit van de hedendaagse metropool en het obscure 19de-eeuwse Parijs uit Balzacs verhaal. Filmadaptaties van literaire klassiekers waren niet meteen de norm van de nouvelle vague. Albicocco situeerde zich ook liever in de marge dan in de kerngroep van die filmbeweging. In La fille aux yeux d’or – vorig jaar eindelijk gerestaureerd uitgebracht – wordt een Parijse modefotograaf verliefd op een mysterieuze jonge vrouw die verstrikt zit in een lesbische relatie. Kwetsbaar, dromerig en bijzonder fotogeniek vertolkte Laforêt haar naamloze titelpersonage als een vrouwelijk archetype in de lens van de fotograaf. Schrijver Anaïs Nin, een autoriteit in de avant-gardekringen van de sixties, was bijzonder opgetogen over de film en ontmoette Albicocco en Laforêt in Parijs. In haar dagboek noteerde ze: “In deze film is er eerbied voor mysterie, voor schaduw, voor suggestie en voor nadruk, timing, ritme. Gesitueerd in de huidige wereld van de mode en de fotografie, wordt alles naar een hoger niveau getild door de intensiteit van de focus en de zingevende details.”

Marie Laforêt was ontegensprekelijk de muze van cineast Albicocco. Toch had niet hij maar Louis Malle haar in 1959 ontdekt op een sterrenjacht van de Franse radiozender Europe 1. Hij bood haar een eerste filmrol aan in Liberté, maar kreeg deze adaptatie van Joseph Conrads roman Victory uiteindelijk niet gefinancierd. Noodgedwongen ruilde Laforêt taboebreker Malle voor filmveteraan René Clément en debuteerde in het zinderende Plein Soleil (1960), een van de beste Patricia Highsmithverfilmingen ooit. Met gloeiende glans vertolkte ze Marge, het liefje van de rijke playboyzoon die in de warme Italiaanse zon slachtoffer werd van zijn vriendschap met de manipulatieve oplichter Tom Ripley. De ballade met gitaar die ze in Plein Soleil op het eiland Ischia zong, lanceerde haar ook als een icoon van het Franse chanson.

Laforêt had een bijzonder levendige en expressieve stem met verrassend wisselende toonhoogtes, waarmee ze een rijk palet van gevoelens kon bespelen. Het was moeilijk kiezen van welke carrière het meeste werk te maken: zingen of acteren? Dus werd ze een soort Franse ‘steracteur-sterartiest’ die evenwaardig op de bühne als voor de camera stond. Alleen Jane Birkin en Charlotte Gainsbourg deden het haar na. Op haar zeventigste stond ze nog op de Parijse planken met haar vertolking in Master Class van Terrence McNally, vrij gebaseerd op de masterclass van operazangeres Maria Callas aan de New Yorkse Juillard School in de herfst van haar loopbaan. “Het is een adem van poëzie en geweld die uit haar lippen ontsnapt”, loofden de Parijse theaterkringen Laforêts présence, genomineerd voor een Molière.

El exilio de Gardel: Tangos (1985)

Laforêt was eigenlijk haar artiestennaam, een gangbaar pseudoniem voor haar meer exotische, Catalaanse geboortenaam Maïtena Marie Douménach. Met haar gedifferentieerde artistieke kwaliteiten en haar gevoel voor improvisatie paste Laforêt volledig in het uitdagende kunstklimaat van de sixties. Ze draaide met Truffaut (de kortfilm Los 4 golpes, 1962), Chabrol (de stripverfilming Marie-Chantal contre Dr Kha, 1966) en Michel Deville (de vrouwenkomedie A cause, à cause d’une femme, 1963) en filmde met sterren van de nouvelle vague zoals Alain Delon (Plein soleil) en Jean-Paul Belmondo (Les morfalous, 1984 en de meer commerciële films Flic ou voyou, 1979 en Joyeuses Pâques, 1984). Graag diende ze op het witte doek haar collega-chansonniers van repliek zoals Jacques Higelin in de cynische milieuschets Saint-Tropez Blues (1960) of Charles Aznavour in Albicocco’s Zuid-Amerikaanse avonturenfilm Le rat d’Amérique (1962). Toch was het niet vanzelfsprekend om na de hoogdagen van de nouvelle vague nog geschikte films te vinden. Met haar non-conformistische karakter koos ze dan vaak voor ongepolijste, maar intrigerende projecten zoals het apocalyptische Tokyo Moon (1996) van striptekenaar Enki Bilal of de rauwe oorlogssatire Fucking Fernand (1987), die haar een nominatie voor een César opleverde. Dat vleugje rebellie typeerde ook haar privéleven. Haar zoon noemde ze Jean-Mehdi naar de Marokkaanse socialistisch politicus Mehdi Ben Barka, in 1965 ontvoerd en gedood door de Marokkaanse geheime dienst in samenwerking met de Franse politie.

Marie Laforêt had een brede culturele belangstelling en sprong in de bres voor interculturele dialoog. Door haar huwelijk met de Joods-Marokkaanse zakenman Judas Azuelos was ze vertrouwd met de Sefardische cultuur. Haar gevoel voor wereldmuziek vertaalde zich in een gevarieerd muzikaal repertoire met Joodse en Catalaanse zang, Balkanliedjes en Amerikaanse folksongs. Met Le Vietnam de Marguerite Duras zette ze in 1997 een interculturele, literair-muzikale lezing op met de Vietnamese groep Ca Trù Thai Hà de Hanoï. Parallel daarmee oriënteerde ze zich ook naar de wereldcinema. De Argentijnse ballingschapsfilm El exilio de Gardel: Tangos (Fernando Solanas, 1985), bekroond met de Juryprijs in Venetië, was een schitterende vermenging van artistieke stijlen, muziek, dans en poëzie. Argentijnse bannelingen proberen er in Parijs een ‘tangedie’ op te zetten, een muzikaal programma dat het midden houdt tussen komedie en tragedie met de tango als richtsnoer. “It's a neo-Godardian, impressionistic, backstage musical about a group of Argentine exiles, living in Paris”, oordeelde The New York Times over deze unieke kwaliteitstreffer uit haar latere carrière. De balans van haar rijk geschakeerde artistieke parcours leek ze zelf maken in haar Franstalige versie van Janis Ians popsong ‘Stars’: “Star, être Garbo ou Marilyn, je n’ai pas à me plaindre”. † 2 november

Beeld: Plein soleil

Geschreven door DIRK MICHIELS

Adieu Marie Laforêt (1939-2019)

Media: