Adieu Michael J. Pollard

Met zijn kleine gestalte en bolle wangen had Michael J. Pollard een heel eigen acteursprofiel. Geschikt voor een rol als hobbit in 'Lord of the Rings', maar Peter Jackson ging aan hem voorbij. Gnoom of niet, Pollard schitterde zes decennia lang als vertolker van vaak dommige, jongensachtige knullen met klein postuur en slome gang. "He was quite a character without knowing it", vond The Hollywood Reporter.

Ondanks zijn rol in het populaire Star Trek (1966) viel Michael J. Pollard (Passaic, New Jersey, 1939 - Los Angeles, 2019) in Europa meestal onder code onbekend. In de States stak hij met zijn Oscarnominatie voor Bonnie and Clyde (1967) echter hoog boven de grauwe middenmoot methodacteurs uit. Hij genoot iconische erkenning binnen zijn vakgebied. Zo voegde Michael J. Fox de 'J' als tussenletter in zijn naam toe uit bewondering voor de acteur. Zijn grote populariteit in de late sixties bezorgde hem ook een plaats op de chart lists: in de aanloop naar de presidentsverkiezingen van 1968 nam zanger Jim Lowe de schalkse song 'Michael J.Pollard for President' op. Eigenlijk heette hij Pollack, maar dat had hij gewijzigd in het bijna homonieme Pollard om niet verward te worden met Sydney Pollack, met wie hij als acteur in de late fifties de cast deelde van de tv-serie Alfred Hitchcock presents.

Met zijn schaapachtige grijns stal Pollard de show in Arthur Penns roemruchte Bonnie and Clyde. Kinderlijk naïef en traag van begrip typeerde hij de wat onbeholpen pompbediende C.W. Moss als een kleine straatboef met weerbarstig haar, die er eeuwen over deed om zijn hemd te knopen. Door zijn onhandige motoriek had hij moeite om het ritme van de bankovervallen van de Clyde Barrow-gang te volgen. Dat bleek onder meer uit de onvergetelijke scène waarin hij er maar niet in slaagde om de vluchtauto uit de parkeerruimte te manoeuvreren. Zoals hij met zijn kleine gestalte en plompe hoofd tussen de rijzige gestalten van Warren Beatty en Faye Dunaway bewoog, zorgde Pollard voor een subliem komische aantekening in een film die bekend stond voor zijn controversiële geweld.

Pollard had geen botox nodig om er jong uit te zien. Met zijn grote ronde ogen, bolle wangen, wipneus en kuiltje in de kin oogde hij eeuwig jong, altijd speels en lichtgelovig. Hij vertolkte ook graag kinderlijk naïeve types en bleef tot zijn dertigste tienerrollen spelen. De rol van de jonge Billy the Kid in de lowbudgetfilm Dirty Little Billy (1972) was hem op het lijf geschreven. Een Mickey Mouse-gezicht vond men bij Disney, toen hij er de musical Summer Magic (1963) draaide. De studio overwoog zelfs om hem te casten in een biosversie van de cartoon. Maar Pollard hield de boot af. Hij liep niet hoog op met de disneyficatie van Hollywood. Zijn voorkeur ging naar ongepolijste Roger Corman-producties. Onder Cormans regie draaide hij de bikerfilm The Wild Angels (1966) met Peter Fonda. Ook de motorracefilm met Robert Redford Little Fauss and Big Halsy (1970) had Cormantrekjes.

Als aanhanger van de tegencultuur frequenteerde Pollard graag de rockscene en de kringen van de beat poets. Zo bedacht hij tijdens een tournee van de groep Traffic in Marokko de titel van hun hit uit 1971 'The Low Spark of High Heeled Boys'. Een perfecte omschrijving van de generatie van de late sixties, vond bandleider Jim Capaldi. Een rol in de dagdromerige, surrealistische komedie Arizona Dream (1993) van de Bosnische cineast en rockmuzikant Emir Kusturica lag helemaal binnen zijn belangstellingsfeer. Dat gold ook voor de cultfilm House of 1000 Corpses (2003), het horrordebuut van rocker Rob Zombie, al bleef de film drie jaar onbenut op de plank liggen.

Niettegenstaande de hype rond zijn vertolking in Bonnie and Clyde, lukte het Pollard niet om naar een hoofdrol door te stromen. Hij bleef de perfecte sidekick, het inspirerende maatje van eersteplanacteurs. Vanuit deze positie gaf hij meer dan zestig jaar lang zuurstof aan stervertolkers zoals Oliver Reed in de oorlogsfilm Hannibal Brooks (1969), John Heard en Jeff Goldblum in Between the Lines (1977), Jason Robards in de Howard Hughes-ode Melvin and Howard (1980), Steve Martin in de Cyrano-spin-off Roxanne (1987), Bill Murray in de kerstkomedie Scrooged (1988), Kurt Russell in de buddy cop-film Tango & Cash (1989) en opnieuw Warren Beatty in de stripverfilming Dick Tracy (1990).

Beeld: Bonnie and Clyde

Geschreven door DIRK MICHIELS

Adieu Michael J. Pollard

Media: 

onomatopee