Adieu Michael Lonsdale (1931-2020)

Hoewel hij in sommige filmgenerieken als ‘Michel Lonsdale’ vermeld staat, verkoos hij zelf ‘Michael’ als officiële voornaam. Het Engelse equivalent drukte onweerlegbaar zijn dubbele Frans-Britse identiteit uit. In zijn indrukwekkende filmografie hield acteur Michael Lonsdale moeiteloos de balans tussen twee filmculturen.

Michael Lonsdale intrigeerde cinefielen. Volkomen uniek waren de precieze klank en intonatie waarmee hij – heel sereen en lichtjes verlegen – voor de camera hinderlijke emoties, vage insinuaties of kleine irritaties, ongemakken en perversies uitdrukte. Hij deed het altijd met sonore stem en in kalm afgewogen bewoordingen. Als tweetalig acteur was hij zich terdege bewust van taalverschillen en -nuances. Door zijn gecontroleerde uitspraak vermeed hij klanken weg te laten die moesten uitgesproken worden.

Toonaangevend op dit vlak was zijn kennismaking met het experimentele toneelwerk van de Ierse, naar Parijs uitgeweken toneelschrijver Samuel Beckett, waarin de taal ontdaan werd van haar ballast. Als toneelacteur of in eigen regie bracht hij Becketts minder bekende werken zoals All That Fall, Comédie et actes divers, Va-et-vient, Pas en Catastrophe op de Parijse planken. “Beckett stond erop om Comédie zelf te regisseren omdat hij zeer ontevreden was over de manier waarop het stuk al eens was opgevoerd: als een boulevardkomedie. We hebben maanden gerepeteerd om zeer snel en op een zeer neutrale toon te kunnen praten”, herinnerde Michael zich deze leerschool in intonatie in een gesprek met Bruzz in 2016. Deze neutrale, maar muzikale spreektoon – meteen herkenbaar, ook al was hij nog niet in beeld – werd zijn sterkste troef als theater- en filmacteur. Tot 2017 zou Lonsdale op het toneel blijven optreden. Op filmsets speelde hij deze immense ervaring gulzig uit. Daarvan getuigen de lange, theatrale improvisaties in Jacques Rivettes twaalf uur en veertig minuten lange cultfilm Out 1 (1971).

Zoeken in de nouvelle vague

Een gelijkaardige minimalistische vertelstijl als bij Beckett trof Lonsdale aan in de Franse nouveau roman. Auteurs zoals Alain Robbe-Grillet en Marguerite Duras realiseerden een symbiose tussen nouveau roman en nouvelle vague en testten hun fragmentarische vertelstijl ook op pellicule uit. De films die Lonsdale met hen draaide, vormden het hart van zijn experimentele zoektocht naar de verhouding tussen personage en woord.

Duras selecteerde Michael op basis van zijn bijzondere stemkleur. In haar Ganges-trilogie liet ze zijn zachte stem off-screen resoneren met beelden. “Marguerite Duras gaf me de vrijheid om na te denken, waarbij ze ideeën waarin ik geloofde terzijde schoof en me leerde om die los te laten”, getuigde Lonsdale over hun intense samenwerking. In het fascinerende India Song (1975) speelde hij de wereldvreemde viceconsul, slachtoffer van een passionele liefde in de Franse ambassade in Calcutta. Terwijl hij zich loom voortbewoog door de statige salons van het verlaten koloniale landgoed, uitte hij op de klankband pijnlijke kreten van liefde en wanhoop. Naar eigen zeggen baseerde de acteur zijn hallucinante vertolking op zijn herinneringen aan de apathie van zijn vader bij zijn terugkeer uit gevangenschap na de bevrijding van Casablanca in 1943, waar het gezin toen woonde.

India Song

In de anticonformistische jaren 60 en 70 zette Lonsdale een reeks opvallende personages neer met ambigue en subversieve trekjes. Zo verscheen hij in Luis Buñuels Le fantôme de la liberté (1974) als de burgerlijke hoedenmaker die de andere hotelgasten openlijk confronteerde met zijn masochistische rituelen en speelde hij in Jean Eustaches Une sale affaire (1977) een voyeur in de damestoiletten. Telkens bewees Lonsdale hoe essentieel zijn rol wel was in het geheel. “Kunst vindt zijn oorsprong vaak in een wonde, een gebrek, en het is niet ongewoon dat kunstenaars fundamenteel rebellen en zoekende mensen zijn”, verklaarde hij zijn voorkeur voor arthousefilms.

Op hun zoektocht naar nieuwe expressievormen maakten Franse cineasten zoals Jacques Rivette, Alain Resnais, Louis Malle, Jean-Pierre Mocky en François Truffaut graag gebruik van zijn talent. Op zijn beurt bewees Lonsdale zijn grote verbondenheid met de Franse auteurscinema door het alter ego van de Tunesisch-Franse regisseur Marcel Hanoun te spelen in de mooie filmcyclus Les saisons (1968-72) of door op latere leeftijd het alias van nouvelle-vaguecineast Eric Rohmer te vertolken in Maestro (2014). Ook een ommetje langs de Belgische film (Les Premiers, les Derniers van Bouli Lanners, 2015) zat juist.

In habijt
Lonsdale excelleerde als gemaniëreerde burgerman in François Truffauts Baisers volés (1968) en als geciviliseerde koloniaal in Marguerite Duras’ India Song. Dankzij zijn rustige spreektempo en plechtstatige dictie kon hij met uitzonderlijk gemak verheven thema’s en gevoelens aansnijden. Zijn ceremoniële stem leende zich perfect voor het kloosterleven in Des hommes et des dieux (Xavier Beauvois, 2010). Als serene ziekenbroeder in een door de burgeroorlog bedreigd klooster in het Algerijnse Atlasgebergte speelde Michael de rol van zijn leven. Tegen een achtergrond van opkomend fundamentalisme gaf de film de kloosterbroeders alle ruimte om te reflecteren, te discussiëren en te twijfelen. “Ik heb me laten leiden door zijn hart, zijn motivatie en wat zijn voortdurende aandacht had: zijn mensenliefde”, lichtte hij de meest intense monnikenrol uit zijn loopbaan toe in Filmmagie. Spirituele en humanistische bezieling was de gelovige Lonsdale niet vreemd. Zelf had hij ooit een priesterroeping overwogen en was hij actief lid van de gebedsgroep voor Charismatische Vernieuwing in de Parijse kerk Saint-François-Xavier.

In the Name of the Rose

Ook als kardinaal in Joseph Loseys Galileo (1975), als bibliofiele abt in de Umberto Eco-verfilming The Name of the Rose (1986), als grootinquisiteur in Milos Formans Goya’s Ghosts (2006) en als dorpspriester in Ermanno Olmi’s Il villaggio di cartone (2011) trok hij het habijt of de monnikspij aan. Hij drukte niet altijd de religieuze overtuiging van zijn personages uit, maar stelde ook de hypocrisie en het machtsmisbuik in de kerk aan de kaak. Een rol in Amen, Costa-Gavras’ aanklacht tegen de passieve houding van het Vaticaan in de Jodenvervolging, sloeg hij echter af omdat hij het script te antipapistisch vond.

Dubbele nationaliteit
Een verbaal verfijnde acteur in een Bondfilm? Bondfans waren er als de kippen bij om Lonsdale bij zijn overleden te eren als lid van de Bondfamilie. Het ruimteavontuur Moonraker (1979) was zeker niet de beste Bondfilm, maar als malafide spaceshuttleproducent zorgde Lonsdale met zijn bedaarde acteerstijl voor het nodige contrast in deze wel erg afwijkende Bond-in-de-ruimte. Deze elfde Bondfilm was een Brits-Franse coproductie, waardoor Parijzenaar Lonsdale met zijn perfecte kennis van het Engels in beeld kwam om de toenmalige 007 Roger Moore van repliek te dienen.

Moonraker

Lonsdale, zoon van een Franse moeder en een Britse vader, verpersoonlijkte de Brits-Franse dubbelnationaliteit in talrijke coproducties. In tegenstelling tot zijn eigenzinnige Franse art et essai-films experimenteerde Lonsdale in zijn Engelstalige films graag met Hollywoodconventies. Als de Franse speurder die een aanslag op generaal De Gaulle op het spoor kwam in Fred Zinnemanns spannende The Day of the Jackal (1973), als bankier in John Frankenheimers obscure nazithriller The Holcroft Covenant (1985), als Lodewijk XVI in James Ivory’s statige Jefferson in Paris (1995) of als excentrieke informant in Steven Spielbergs politieke thriller Munich (2006) laveerde Lonsdale behendig tussen twee filmculturen: mainstream Hollywood en de Europese auteursfilm. Zo trad hij met zijn Engelstalige films ook succesvol uit de schaduw van de arthousefilm. Dubbele nationaliteit, dubbel filmprofiel!

Beeld: Des hommes et des dieux

Geschreven door DIRK MICHIELS

Adieu Michael Lonsdale (1931-2020)

Media: 

onomatopee