Adieu Omero Antonutti (1935-2019)

Slechts een handvol Italiaanse kranten en tv-omroepen berichtte over het overlijden van acteur Omero Antonutti. Op gespecialiseerde filmsites vond hij meer weerklank. Misschien omdat hij voor een derde van zijn films in het buitenland, vooral Spanje, werkte? Of omdat hij meestal in auteursfilms aantrad, weinig in echt commerciële producties? Zijn ingehouden vertolkingen en sprekende gezicht doen hem nochtans niet snel vergeten.

In Italië en internationaal raakte Omero Antonutti bekend via de films van Paolo en Vittorio Taviani. Zij lanceerden de Friulaanse acteur als de norse vader in Padre padrone (1977), een film die zowel in Cannes als in Berlijn werd bekroond. De cineastenbroers haalden de acteur opnieuw voor hun camera om stugge personages te vertolken in La notte di San Lorenzo (1982), de episodenfilm Kaos (1984) en Good morning Babilonia (1987). Voor hun episodenfilm Tu ridi (1998) speelde Antonutti opnieuw de rol van de Italiaanse theaterauteur Luigi Pirandello, die hij al had vertolkt in Kaos, maar de vertelling ‘La figlia’ werd weggelaten uit de eindmontage omdat die uiteindelijk niet pastte in het geheel. Ook bij Cesare deve morire, die de broers Taviani in 2012 een Gouden Beer opleverde, had de acteur een (niet vermeld) actief aandeel, want de film was gebaseerd op een toneelproductie die een theatergezelschap waarvan Antonutti deel uitmaakte had opgezet in de Romeinse gevangenis Rebibbia.

Padre padrone

Antonutti’s acteurscarrière begon in de jaren 50 op het podium van het Teatro Stabile in de havenstad Triëste, waar hij voordien kort in een scheepswerf had gewerkt. Begin jaren 70 verscheen hij enkele malen in bijrollen op het Italiaanse televisiescherm. Zijn eerste (bij)rol in een film kreeg hij in de Duitse sexploitationproductie Schwarzer Markt der Liebe (Ernst Hofbauer, 1966). Ook in zijn volgende, Italiaanse films bleef hij op de achtergrond, onder meer in Roberto Rossellini’s portret van de Italiaanse politicus Alcide De Gaspari Anno uno (1974) en in Luigi Comencini’s burgerijschets La donna della domenica (1975).

Na het succes van Padre padrone kwam Antonutti’s loopbaan in een stroomversnelling, in zowel kwantiteit als kwaliteit. Hij kreeg hoofdrollen in buitenlandse producties zoals het Spaanse historische proletariërsdrama La verdad sobre el caso Salvolta (Antonio Drove, 1979), de Griekse historische metafoor O Megalexandro (1980), die met zijn drie prijzen op het festival van Venetië ook regisseur Theodoros Angelopoulos internationaal op de voorgrond bracht, en het Zwitserse existentiële drama Matlosa (Villi Hermann, 1981).

Historische nevenpersonages

Tot in de jaren 2010 zou Antonutti met grote regelmaat vertolkingen op zich nemen in Italiaanse en internationale producties van diverse filmauteurs. Veel ervan zijn historische reconstructies met een politiek-sociale achtergrond waarin hij historische of mythische figuren interpreteerde: de krijgsheer Aguirre in El Dorado (Carlos Saura, 1988), de vader van de Nicaraguaanse guerillaleider Augusto César Sandino in Sandino (Miguel Littín, 1991), Noach in Genesi – La creazione e il diluvio (Ermanno Olmi, 1994), de 17de-eeuwse componist Nicolò Porpora in Farinelli (Gérard Corbieau, 1995), de criminele bankier Michele Sindona in Un eroe borghese (Michele Placido, 1995), de Vaticaanse bankier Roberto Calvi in Il banchiere di Dio – il caso Calvi (Giuseppe Ferrara, 2002), de Italiaanse president Saragat in Romanzo di una strage (Marco Tullio Giordano, 2012) en iemand uit de entourage van de Italiaanse politicus Bettino Craxi in de nog uit te brengen Hammamet (Gianni Amelio), zijn laatste rol.

Antonutti leek een zwak te hebben voor films met een historische setting die meer waren dan reconstructies, omdat ze ook relaties, vooroordelen, overtuigingen aan de orde stelden. Zijn sociaal-progressieve visie leidde hem naar rollen in onder meer La visione del sabba (Marco Bellocchio, 1988), N – Napoléon et moi (Paolo Virzì, 2006) en Miracle at St. Anna (Spike Lee, 2008). Hij acteerde in politieke en sociale thrillers als El Golfo de Viscaya (Javier Rebollo, 1985), Doblones de a ocho (Andrés Linares, 1990) en Pecore in erba (Alberto Caviglia, 2015). Psychologisch-dramatische vertolkingen van hem zijn te zien in El sur (Vìctor Erice, 1983), El labirinto greco (Rafael Alcàzar, 1993) en Bajo bandera (Juan José Jusid, 1997).

Stem van de introvert

Zijn stem verleende hij aan de vertellers in La vita è bella (Roberto Benigni, 1997), Il mestiere degli armi (Ermanno Olmi, 2001) en Ricordati di me (Gabriele Muccino, 2003) en aan een personage uit de animatiefilm Tormenti – Film designato (Filiberti Scarpelli, 2011). Hij was ook de Italiaanse dubbingstem voor buitenlandse acteurs als Christopher Lee in de trilogie The Lords of the Ring.

Antonutti was zeker geen allesomvattende acteur die vlotjes wisselde tussen genres. Wel hadden zijn personages een kracht en uitstraling die de kijker leken aan te trekken en uit te dagen om door te dringen in hun gesloten ziel. Vaak vond hun onderdrukte spanning, frustratie en woede een uitweg in een plotse uitbarsting. Al leidde die niet altijd tot een catharsis. De acteur ontkende zijn introverte karakter niet, integendeel, in interviews gaf hij toe dat veel personages zijn eigen aard spiegelden. Zelfs toen hij zich laat in zijn carrière voor een keer aan een komedie waagde, Benvenuti presidente! (Riccardo Milani, 2013), bleef hij oerserieus als algemeen secretaris van het presidentiële paleis. † 5 november

Beeld: Padre padrone

Geschreven door MARCEL MEEUS

Adieu Omero Antonutti (1935-2019)

Media: 

onomatopee