Adieu Peter Fonda (1940-2019)

'De broer van’, ‘de zoon van’, de hippie … Peter Fonda had het niet altijd getroffen met zijn familiale en filmische erfenis. Toch wist hij met ontegensprekelijk charisma en zelfbewuste keuzes een eigen oeuvre bijeen te spelen. Een veruiterlijking van de Amerikaanse tegencultuur. Born to be wild!

Een lange slungel, met warrig haar en een soms lui voorkomen, Peter Fonda was niet meteen de typische posterboy van Hollywood. In de eerste minuten van Easy Rider (1969) gooit hij van op de eeuwig met hem verbonden Captain America-motor zijn dure Rolex op de grond. Een symbolisch einde van de heersende in-de-pas-lopende cultuur. “Lookin’ for adventure”, zingt Steppenwolf op de opening credits. Fonda deinsde er alvast nooit voor terug.

Als zoon van Henry Fonda had hij een zware last te torsen. Vader Fonda was de patriarch van een acteursfamilie, onder wie ook Peters zus: mode-icoon, activist en steractrice Jane Fonda. In 1999 koos het American Film Institute Henry nog tot de zesde grootste mannelijke filmster aller tijden. Met rollen in absolute klassiekers als 12 Angry Men (1957), The Grapes of Wrath (1940) en Once Upon a Time in the West (1968) was Fonda senior een legende van het meeste klassieke formaat. Mochten enkele toevalligheden het pad van Peter Fonda niet gekruist hebben, dan was de kans reëel dat hij – net als vader – rollen zou hebben gespeeld als Everyman, de kuise held, de eerlijke strijder of mannen met belangrijke functies. Hij was nu eenmaal ‘de zoon van’. “Henry Fonda’s son. That’s how everybody identified me until ‘Easy Rider’ came along.

Henry, Peter en Jane Fonda in Show Business Illustrated (november 1961)

Het was Roger Corman, de paus van de B-film en de rebelse, creatieve peetvader van heel wat New Hollywoodregisseurs, die Peter Fonda als acteur (her)definieerde. Fonda was medio jaren 60 al een non-conformist die lak had aan het establishment, misschien wel als reactie op zijn strenge vader, die hij meermaals vergeleek met diens arrogante en egocentrische personage in Fort Apache (1948). Pas toen Corman hem castte in de bikerfilm The Wild Angels (1966) kreeg Fonda’s carrière een richting, zij het een ongewone. “He didn’t want to be a clone of his father”, zei de regisseur. Fonda kreeg prompt de hoofdrol aangeboden omdat hij – en niet George Chakiris – met een motor kon rijden. De acteur bleef trouwens zijn hele leven een biker, wat hem een plaatsje opleverde in de AMA Motorcycle Hall of Fame.

The Wild Angels bleek het perfecte lanceerplatform. Fonda speelde Heavenly Blues, een in leer gehulde, ultravrijzinnige bikerbendeleider. Zijn personage declameert Fonda’s adagium: “We wanna be free! We wanna be free to do what we wanna do!” In navolging van het succes van Cormans invloedrijke bikerfilm werkten beiden opnieuw samen voor een psychedelische LSD-film, The Trip (1967). Op de set van die controversiële classic (de crew experimenteerde zelf met drugs) maakte Fonda kennis met Jack Nicholson en Dennis Hopper. De twee producties met Corman bevestigden dat Peter Fonda geen Henry Fonda was. Geen zachte leading man à la Rock Hudson of James Stewart. Met enkele brainstormsessies tussen hem en Hopper in het achterhoofd reisde Fonda naar Europa, waar hij onder Roger Vadim (en zijn zus) een segment opnam voor de omnibus horrorfilm Spirits of the Dead (1968). Peters volgende film zou het embleem worden van een Amerikaanse tegencultuur. Een letterlijk ronkende roadtrip die op bijna laconiek visionaire wijze een alternatieve American dream predikte. En een nieuw tijdperk in de filmgeschiedenis inluidde.

Samen met Dennis Hopper en Terry Southern pende hij het scenario voor de waanzinnige hippiefilm Easy Rider. De drie schopten het zelfs tot Oscargenomineerden. Op zoek naar het echte Amerika van de jaren 60 volgt de film twee anarchistische bikers op hun odyssee door the American southwest. 2019 betekent de vijftigste verjaardag van deze vreemdsoortige productie, met Fonda’s Captain American-bike als een icoon van martelaarschap en gedoemde vrijheid. Meer dan een showcase voor Peter Fonda en de officieuze doorbraak van Jack Nicholson was de iconoclastische roadmovie de blikopener voor New Hollywood. Auteurs-cineasten als Francis Ford Coppola, Martin Scorsese en Brian De Palma profiteerden van het succes van Dennis Hoppers gedurfde regie. Het Filmfestival van Cannes eerde Fonda en co dit jaar met een strandvertoning van de gerestaureerde versie. Counterculture op het meest exclusieve en rijkelijk aangeklede filmfestijn ter wereld: een vleugje ironie?

Easy Rider

Het onzekere hindernissenparcours dat de bikers afleggen in Easy Rider kan doorgetrokken worden naar Fonda’s carrière. Hij acteerde in tal van Easy Rider-rip-offs, de ene al succesvoller dan de andere. In de jaren 70 speelde hij in op zijn actievolle, counterculture-persona. In Dirty Mary Crazy Larry (1974) en Race with the Devil (1975) combineerde hij fast and the furious-spektakel met regelrechte fun. Fonda bleef altijd zichzelf, of hij nu in een ironische Steven Soderbergh-film (The Limey, 1999) meedeed of een tsunami trotseerde in de verwoeste straten in Escape From L.A. (1996). Ondertussen probeerde hij het ook in de regisseursstoel. Hij debuteerde met de kleine, lyrische western The Hired Hand (1971), die hij samen met zijn beste vriend Warren Oates draaide. De film flopte en werd opzijgeschoven als een verwarrende hippiewestern, maar kreeg herwaardering na een restauratie in 2001. Na de sciencefictionfilm Idaho Transfer (1973) werd het polemische Wanda Nevada (1979) zijn derde en laatste poging als regisseur. Hij slaagde erin zijn vader te overtuigen een rol op zich te nemen. “And it was really an amazing moment for me, to be able to work with my father, to direct him and act in a scene with him.” De relatie tussen de twee is altijd een hekelpunt gebleven. Pas op zijn sterfbed kon Henry Fonda de woorden “I love you very much” over zijn lippen krijgen.

Icoon van een generatie of niet, officiële erkenning van zijn talent kwam er pas laat in de jaren 90. In het ingehouden drama Ulee’s Gold (1997) vertolkte Fonda een zwijgzame Vietnamveteraan en imker. In een rol die een symbiose leek van hem en zijn vader, leerde de filmwereld hem kennen als een acteur die zijn uitbundigheid kon temperen voor iets tegelijk gracieus en sobers. Al ontkrachtte Fonda dat zelf: “In ‘Ulee’s Gold’, all the reviewers remarked what a remarkably understated performance. I wonder, where were they when they watched ‘Easy Rider’? What’d I do there? That was understated!” Hoe dan ook wordt dit portret van een imker nog steeds beschouwd als een ontroerende afscheidsbrief aan zijn vader, aan wie Peter – volgens vriend en vijand – nooit heeft kunnen tippen. Een Golden Globe en een Oscarnominatie volgden, al moest hij de Academy Award laten aan zijn old pal Jack Nicholson. Half herboren verscheen Fonda in prestigieuze tv-producties, waaronder Shakespeare-adaptatie The Tempest (1998). In de 21ste eeuw keerde hij nog enkele malen terug naar het grote scherm. In James Mangolds remake van 3:10 to Yuma (2007) evoceerde hij de stoïcijnse cool van klassieke westernpersonages. Niet toevallig, want via zijn vader kende hij John Wayne en John Ford persoonlijk. Naast dat eerder serieuze karakter was Peter Fonda altijd in voor een grapje. Hoe anders kun je zijn rollen in de twee ‘bikerfilms’ Ghost Rider (2007) en Wild Hogs (2007) interpreteren?

De rode draad door zijn leven – de vergelijking met zijn vader – zal ook na zijn dood doorlopen. In een podcast vorige zomer zei hij nog tegen de gastheer: “Mr. Fonda died in ’82, you can call me Peter.” Ja, hij is ‘de zoon van’ en zelfs ‘de broer van’, maar met zijn onnavolgbare bakkebaarden en getooid in een lederen jack met American stripes zal hij voor altijd die ene wilde motortrip oproepen. De paus van de hippiecinema. † 16 augustus

Geschreven door SVEN HOLLEBEKE

Adieu Peter Fonda (1940-2019)

Media: 

onomatopee