Adieu Rik Kuypers (1925-2019)

Filmpionier Rik Kuypers overleed tijdens de festivalweken in Cannes, waar zijn mijlpaal 'Meeuwen sterven in de haven' (1955) meer dan zestig jaar geleden de Belgische selectie trok. Met zijn lichtcontrasten, wisselende camerastandpunten en strak geregisseerde acteerspel leunde de film aan bij het moderne existentialisme van de jaren 50. Een nooit eerder gezien stilisme in een Vlaamse film!

Meeuwen sterven in de haven was een collectief project van schrijver Ivo Michiels, toenmalig filmcriticus Roland Verhavert en freelancecineast Rik Kuypers. Michiels (1923-2012) maakte furore met zijn experimentele proza. Verhavert (1927-2014) zou in de jaren 70 de Vlaamse film definitief op de kaart zette. Kuypers bleef meer in de schaduw, maar zijn relatieve onbekendheid bij een breder publiek is niet evenredig met de grote bijdrage die hij aan de filmontwikkeling in Vlaanderen leverde.

Rik Kuypers groeide op in Mortsel, in de achtertuin van fotoproducent Gevaert, waar zijn grootvader technisch directeur was. De site met de opvallende schoorsteen vormde het baken voor Kuypers' ontwikkeling als cineast in de naoorlogse pioniersperiode zonder echte filmscholen of productiehuizen. In die tijd waren het de filmclubs die filmliefhebbers op nieuwe trends wezen en de weg bakenden naar de festivals. Ook het fotobedrijf had zijn eigen club, de oudste in België. Stichter van de fotoreus was Lieven Gevaert, Antwerpse volksjongen en grootindustrieel. Aan hem zou Kuypers in 1968 het docudrama Lieven Gevaert, eerste arbeider wijden. In de amateurfilmclub van Mortsel leerde hij al vroeg de camera hanteren. Kuypers wisselde er tussen opdrachtfilms (Mechelen, paradijs aan de Dijle, 1947; Bouwen, 1951; Het Kruis van Travancore, 1953) en meer experimenteel artistiek werk (Idée fixe, 1949; Ex tenebris?, 1950; Boomerang, 1952). “Hij kan werkelijk met camera en celluloid omgaan als een tekenaar met papier en stift en hij weet wat montage is”, loofde de Vlaamse pers zijn vroege films in 1954.

Met zijn filmwerk droeg Rik Kuypers bij aan de kiemende Vlaamse cultuur na de Tweede Wereldoorlog en de beginjaren van de BRT, de toenmalige Nederlandstalige omroep. In de vroege sixties werkte hij mee aan de programma’s Première, Close-up en Poëzie in 625 lijnen. Als selfmade filmer liet hij zich omringen door theatermensen zoals Tone Brulin (De rode beek, 1951) en schrijvers zoals Ivo Michiels (Meeuwen sterven in de haven) en Blanka Gyselen (Adieu Filippi, 1968). De jonge naoorlogse generatie acteurs speelde een hoofdrol in zijn films: Senne Rouffaer in Atcha (1954), Wies Anderson in Adieu Filippi, Julien Schoenaerts en Dora van der Groen in Meeuwen sterven in de haven en Arnold Willems in De obool (1966) en Lieven Gevaert, eerste arbeider (1968). Zijn belangstelling reikte echter verder dan het Vlaamse cultuurleven. Met de jaren groeide zijn derdewereldengagement met documentaires over Indië (In de schaduw van de Goden, 1974), de Caraïben (Een glimlach uit Haïti, 1978), Brazilië (Saudade da Bahia, 1975) en ten slotte Peru (Men kan het licht niet begraven, 1981), dat zijn nieuwe thuisbasis werd.

Als fictiefilmer was Rik Kuypers vooral geïnspireerd door het werk van Jean Cocteau, Jean Renoir en Marcel Carné. Het verhaal van de circusclown uit het door productiemoeilijkheden geplaagde Adieu Filippi verraadde dan weer zijn bewondering voor Fellini. In vele opzichten was De obool een synthese van zijn oeuvre, gekenmerkt door magisch-realisme en een ietwat gezwollen symboliek. Kuypers’ films werden bevolkt door gekwelde en dolende personages die geconfronteerd werden met lot en fataliteit. Vooral de grote stijlgevoeligheid bleef een waarmerk van zijn talent. Zoals hij in de voltreffer Meeuwen sterven in de haven toonde, hield hij van een visueel donkere stijl met scherpe contrasten in een nachtelijke, regenachtige setting. De jazzmuziek die zijn vriend saxofonist Jack Sels voor de film componeerde, paste perfect in dit stilistische plaatje.

Het ontbrak Kuypers niet aan hoge ambities, zoveel is zeker. Maar meer nog dan zijn films bezorgde zijn dynamische voorzitterschap van Filmgroep ’58 hem een ereplaats in de geschiedenis van de Vlaamse film. In dit filmcollectief groepeerde hij meerdere Antwerpse filmers uit diverse filmclubs met professionele ambities. Filmgroep ’58 bood deze beloftevolle generatie een forum om ideeën uit wisselen, krachten te bundelen, productiekosten te delen, televisieopdrachten binnen te halen en geselecteerd te raken op internationale festivals. Met naast Rik Kuypers ook Harry Kümel, Patrick Lebon, Herman Wuyts, Ralf Boumans en Robbe De Hert in het ledenregister was het een heus laboratorium voor de kwaliteitsverhoging van de Vlaamse film. Rik Kuypers, pionier én kwaliteitsmentor van de Vlaamse film?

Beeld: Rik Kuypers (midden) op de set van Adieu Filippi (1968), © Jean Van der Haegen

Geschreven door DIRK MICHIELS

Adieu Rik Kuypers (1925-2019)

Media: