Adieu Sarah Maldoror (1929-2020)

Politiek gezien situeert de kern van het oeuvre van Sarah Maldoror zich tijdens het moeizame dekolonisatieproces van Afrika. Als geëngageerde cineast geloofde ze in de voortrekkersrol van cinema bij het Afrikaanse emancipatieproces. Film was voor haar een middel om de geest te dekoloniseren.

Met de kortfilm Monangambé (1969) en de lange fictie Sambizanga (1972) stelde Sarah Maldoror haar talent in dienst van de autochtone Afrikaanse film, die zich los van het koloniale (Franse) moederland ontwikkelde. Als eerste vrouwelijke cineast in Afrika wees ze op het belang van de onafhankelijkheidsstrijd voor het ontwikkelingsproces van de Afrikaanse vrouw, maatschappelijk en seksueel onderdrukt door het kolonialisme. “Als cineast moet je altijd ten dienste staan van wat er zich mogelijk achter de wolken bevindt”, zei Maldoror over haar roeping als cineast. In haar fictiefilms en documentaires ging ze op zoek naar verdoken maatschappelijke structuren en processen die met het blote oog niet meteen zichtbaar waren, maar die de cameralens wel kon onthullen.

In haar tienerjaren voelde Maldoror – Sarah Ducados voor de burgerlijke stand – zich aangetrokken tot de negritudebeweging, die de culturele verbondenheid tussen de zwarte bevolking bepleitte, ongeacht of die in Afrika, Amerika of elders in diaspora leefde. Als kind van een Franse moeder en een vader uit Guadeloupe vond ze in de negritude een antwoord op haar verwarde gevoel tussen twee culturen te leven. Tekenend voor haar Afrikaanse ontluiking was de toneelgroep Les griots, die ze in 1956 oprichtte. Het theaterensemble werkte uitsluitend met zwarte acteurs en bracht geëngageerd werk van Jean-Paul Sartre, Jean Genet, de Cubaan Wifredo Lam en de negritudeauteur Aimé Césaire op de planken. Aan Césaire en zijn literaire oeuvre zou ze later meerdere docu’s wijden, waaronder Un homme, une terre (1979) en Le masque des mots (1987). De bewondering was wederzijds. "Sarah Maldoror gaat met de camera in de vuist de strijd aan met verdrukking en vervreemding, en trotseert de menselijk stupiditeit", prees de dichter haar talent.

Des fusils pour Banta

Haar politieke engagement schakelde een versnelling hoger toen ze in 1961 in het Filminstituut in Moskou school liep bij Sovjetcineast Mark Donskoy. Ook Ousmane Sembène – later de vader van de Afrikaanse film genoemd – leerde er het vak. Donskoys Mat (1956), over de politieke bewustwording van een vrouw in 1905 aan de vooravond van de revolutie, zou Maldorors films over de Afrikaanse dekolonisatie blijvend beïnvloeden. Daarbij verplaatste ze het kader van de Russische Revolutie naar dat van de Afrikaanse onafhankelijkheidsoorlogen. Zowel in Monangambé als in Sambizanga filmde ze de revolutionaire bewustwording van een Afrikaanse vrouw in de aanloop naar de dekolonisatie. Beide scenario’s waren geschreven door haar echtgenoot Mario Pinto de Andrade, een van de stichters van de Volksbeweging voor de onafhankelijkheid van Angola. Sambizanga werd in Congo-Brazzaville opgenomen, maar verwees naar de foltering van Angolese politieke gevangenen door de Portugese militaire overheid.

Op zoek naar de ware Afrikaan in zichzelf volgde Maldoror haar man in ballingschap over het continent, met films in Guinee-Bissau (Des fusils pour Banta, 1972), Kaapverdië (de documentaire Un carnaval dans le Sahel, 1979) of Réunion (de documentaire La tribu du bois d’é, 1998). Overal waar ze kwam, ging ze actief films vertonen of filmcentra openen. In Algiers assisteerde ze Gillo Pontecorvo voor La Battiglia di Algeri (1966) en William Klein bij zijn antikoloniale pamflet Le Festival Panafricain d’Alger (1969). In die documentaire over de pan-Afrikaanse verbondenheid vlak na onafhankelijkheid stuurde Maldoror aan om de euforische straatbeelden af te wisselen met archiefbeelden van gevangen en gefolterde verzetslui.

Setfoto Des fusils pour Banta

Nooit observerend van op afstand, altijd in interactie met de Afrikanen om haar, liet Maldoror zich in haar talrijke documentaires inspireren door Franse antropologische cineasten zoals Jean Rouch. Om een zo breed mogelijk etnografisch beeld te schetsen gaf ze in haar filmtitels altijd de locatie aan. Naast plekken in Afrika waren dat de Antillen, Guyana en ten slotte, bij haar terugkeer naar Frankrijk, ook Parijs en haar thuishaven Saint-Denis. Maldoror was naast een geëngageerd cineast ook een fervent kunstliefhebber. Dat drukte ze uit in haar artiestennaam, gebaseerd op het 19de-eeuwse prozagedicht ‘Les chants de Maldoror’ van Comte de Lautréamont, dat onder het surrealisme werd herontdekt en door René Magritte werd geïllustreerd.

“We blijven op de wolken letten, beloofd”, schreven haar dochters Anouchka de Andrade en Henda Ducados als afscheid. Ze zullen haar unieke filmpatrimonium van kortfilms, documentaires en fictiefilms verder beheren.

Maldorors eerste, korte film Monangambé en haar bekendste werk Sambizanga zijn online te bekijken.

Geschreven door DIRK MICHIELS

Adieu Sarah Maldoror (1929-2020)

Media: 

onomatopee