Adieu Seymour Cassel (1935-2019)

Met zijn onafscheidelijke sigaar, zijn eeuwige grijns en zijn borstelige walrussnor was Seymour Cassel (Detroit, 1935 – Los Angeles, 2019) een opvallend excentrieke acteur. Van doorsnee Hollywood kreeg hij de kriebels. Het liefst werkte hij in een vaste vriendenkliek van krachtige filmauteurs. Dat leverde hem opmerkelijke rollen op in de films van John Cassavetes en Wes Anderson. “Om een onafhankelijke film te draaien, wil ik overal naar toe gaan voor de prijs van een vliegtuigticket”, klonk zijn motto.

Cassel kon zijn chaotische jeugd nooit volledig van zich afschudden. Altijd bleef hij een woelwater met een dissident trekje. Amper drie jaar oud trad hij al op in matineeshows met zijn moeder, een vaudeville-artiest die door de Verenigde Staten toerde. Hij verzeilde uiteindelijk in Panama, waar zijn stiefvader een nachtclub runde. Terug in de States in de fifties liet de hang naar het podium hem niet los en schreef hij zich in voor een toneelworkshop van Cassavetes. Een kwarteeuw lang acteerde hij in het oeuvre van de grondlegger van de Amerikaanse onafhankelijke cinema, van Shadows (1959) tot Love Streams (1986). In Europa citeerde men vooral Peter Falk en Ben Gazzara als vaste mannelijke groepsleden van Cassavetes’ filmfamilie, maar in de VS was Cassel even beroemd. Als muzikant in Too Late Blues (1961), nachtclubmaffioso in The Killing of a Chinese Bookie (1976), scheidende echtgenoot in Love Streams, toegewijde onenightstand uit Faces (1968) en parkeerwachter in Minnie and Moskowitz (1971) draaide hij vastberaden onder Cassavetes’ signatuur.

In de screwballkomedie Minnie and Moskowitz liet hij alle aspecten van zijn talent zien: hij zong, danste, liep in handstand, grapte, ontroerde, stalkte, prikkelde, verleidde, maar kleurde nooit binnen de lijntjes. Voor zijn bijrol in Faces kreeg hij een Oscarnominatie. Terecht. Cassels roekeloze temperament paste als gegoten bij Cassavetes’ verkenning van de ongebreidelde zones van het menselijk gedrag. “De films die je van Hollywood krijgt zijn niet meer dan computerspellen. Als je een onafhankelijke film draait, word je gedwongen om een ​​verhaal te hebben: een persoonlijk verhaal over mensen met emoties, waarin anderen zich kunnen terugvinden. Dat geldt voor de beste films die ik heb gemaakt, zeker de films van Cassavetes”, vertelde hij aan de website IndieWire.

Ook Wes Anderson was zonder twijfel een filmauteur naar Cassels gading. Na de dood van Cassavetes in 1989 vond Seymour een tweede adem in Andersons Rushmore (1998), The Royal Tenenbaums (2001) en The Life Aquatic with Steve Zissou (2005) met uitgesproken atypische, vaak falende personages. Cassel kon zich goed inleven in figuren voor wie de schaamte erbij hoorde. Zoals de kapper uit Rushmore die zijn zoon het rijkeluiskindje laat uithangen op een privéschool. Vooral in de droogkomische Cousteausatire The Life Aquatic stal hij de show als de diepzeeduiker die door een mysterieus grote haai verorberd wordt. Een gelijkaardige nonsensesfeer trof hij aan in Alexandre Rockwells In the Soup (1992). Onweerstaanbaar speelde hij een gangster-producent die met ongebruikelijke methodes een artistiek filmproject financiert. In Steve Buscemi’s regiedebuut Trees Lounge (1996) vond Cassel een wereld die dicht op zijn huid zat. Hij speelt er de oom van Buscemi’s personage, een van de vaste bezoekers van het buurtcafe Trees Lounge in een New Yorkse buitenwijk. Een film over pechvogels en flinke drinkers, wat Cassel ook in het werkelijke leven was. In de vroege eighties kampte hij met een drank- en drugsverslaving.

Met zijn uitzonderlijke filmografie manifesteerde Cassel zich als een voorvechter van de onafhankelijke film en een troetelkind van het Sundance Institute, dat hem in 1992 bekroonde voor In the Soup. Hij was ook invloedrijk als actief lid van de Screen Actors Guild, de vakbond van Amerikaanse filmacteurs. In 2009 dong hij zelfs mee naar het voorzitterschap van de organisatie.

Door zijn stevige indiereputatie krikte hij het niveau van een film op, waardoor zowel klasse- als gelegenheidsregisseurs hem graag strikten voor een bijrol of cameo. Sam Peckinpah (Convoy, 1978) en Nicolas Roeg (Track 29, 1988; Cold Heaven, 1991) klopten bij hem aan, maar ook sterren zoals Warren Beatty (Dick Tracy, 1990), Nicolas Cage (Honeymoon in Vegas, 1992), Burt Reynolds (The Crew, 2000), Dennis Hopper (Colors, 1988; Chasers, 1994) en Robert Redford (Indecent Proposal, 1993). De titel van laatstgenoemde film speelde hem in 2009 parten. Na een klacht voor ongepast seksueel gedrag werd hij uit de Screen Actors Guild geschrapt, lang voor #MeToo een topic op de sociale media was. † 7 april

Beeld: In the Soup

Geschreven door DIRK MICHIELS

Adieu Seymour Cassel (1935-2019)

Media: 

onomatopee