Adieu Stéphane Audran (1932-2018)

Als geen ander vertolkte de actrice Stéphane Audran de verontrustende charme van de Franse burgerij. Uitgebreid en diepgaand aan de zijde van haar echtgenoot Claude Chabrol, maar niet minder scherp bij onder anderen Buñuel, Tavernier en Welles.

In het nazomerlicht van de Dordognestreek in Le boucher (1970) slentert de Parijse Stéphane Audran (Versailles, 1932 – Parijs, 2018) door de dorpsstraat in het gezelschap van de lokale slager, die haar onbeholpen poogt te versieren. Terwijl ze zich gevleid voelt door zijn avances, vertelt hij vrij abrupt over de bloedbaden in de Algerijnse en Indochinese oorlog. Met haar sigaret gekneld tussen de lippen drukt Audran de plots veranderde stemming en haar groeiende tragische onrust uit. Onbewust voelt ze aan dat de slager weleens de psychopaat zou kunnen zijn die de regio teistert. Het was Audran op haar best. De Franse actrice was een kei in het oproepen van de verstorende tegenstrijdigheden die zich onder het menselijke oppervlak afspelen. Met haar gelaagde rol in de thriller Le boucher van Claude Chabrol gaf ze menige Hitchcockheldin het nakijken. De film werd op termijn de topklassieker uit de rijke oogst van 24 die ze met haar ontdekker en echtgenoot draaide.

Hoewel ze al midden jaren 50 afstudeerde, liet ze – in tegenstelling tot haar toenmalige huwelijkspartner Jean-Louis Trintignant – de Franse ‘cinéma de papa’ aan zich voorbijgaan. Pas met de nouvelle vague ging ze film spelen. Eerst met Eric Rohmer (Le signe du lion, 1959), daarna met Claude Chabrol (Les cousins, 1959). Met haar amandelvormige ogen, brede jukbeenderen, strakke driehoekige gelaat en ranke figuur beantwoordde Audran aan het schoonheidsideaal van de Parijse modewereld. Met gepaste make-up en jurken van ontwerper Karl Lagerfeld gaf ze gestalte aan de burgervrouw van de Vijfde Franse Republiek. “Een rol begint met de kleding”, lichtte ze haar aanpak toe. “De manier waarop je je kleding draagt, is wie je bent.” Audrans vijfdelige Hélènecyclus uit de jaren 60 en 70, over rijke echtgenotes die vreemdgaan, was volledig aan dit burgerlijke type gewijd. In L’œil du malin (1962), La femme infidèle (1969), Le boucher (1970), La rupture (1970) en Juste avant la nuit (1971) concipieerde Chabrol haar personage van de onafhankelijke, vrijgevochten Hélène als een eigentijdse Madame Bovary, gekweld door burgerlijke verveling. Door afwijzing of ontrouw bracht ze telkens een niet te stoppen carrousel van onderdrukte seksualiteit en wrede tot moorddadige gevoelens op gang. Maar conform de seksuele revolutie van de sixties wist Audran in alle situaties de macht naar toe zich te trekken. Niet voor niets had de doktersdochter uit Versailles haar voornaam Colette veranderd in de meer mannelijk klinkende artiestennaam Stéphane! Vol suspense en erotiek hield de cyclus het midden tussen cynische zedenstudie en geraffineerde Hitchcockthriller. Typerend was het slot van het gestileerde La femme infidèle. Daarin vermoordde de gerespecteerde echtgenoot Hélènes minnaar, maar hield Audran toch de eindcontrole over de ontspoorde situatie door haar man stilzwijgend een alibi te bezorgen.

Le charme discret de la bourgeoisie (1972) noemde Luis Buñuel deze burgerlijke manipulaties van seksuele gretigheid. In die Oscarwinnaar filmde hij Audran als een van de gasten op een etentje dat door allerlei incidenten en misverstanden werd uitgesteld. Hetzelfde kon je niet zeggen van het eetmaal dat ze in het eveneens internationaal bekroonde Deense Babettes Gæstebud (1987, Gabriel Axel) bereidde. Als verbannen Parijse kokkin verzachtte ze er met haar culinaire lekkernijen de zeden van een strenge lutherse gemeenschap in Jutland. Met die rollen toonde Audran dat ze duidelijk meer was dan het model voor Chabrols Pygmalion. Dat bleek ook uit haar drukke carrière na hun echtscheiding in 1980. Ze draaide auteursfilms met Bertrand Tavernier (Coup de torchon, 1981), Claude Sautet (Vincent, François, Paul… et les autres, 1974), Ivan Passer (Silver Bears, 1978), Samuel Fuller (The Big Red One, 1980) en zelfs met Orson Welles in het onvoltooide, maar door Netflix opnieuw opgeviste The Other Side of the Wind (1972/2018). Altijd bleef ze herkenbaar door haar typische stem en dictie: scherp, precies, hooghartig met gespeeld verbaasde en spottende ondertoon. In de dialogen was ze altijd rechtstreeks, confronterend en aanvallend, nooit teder. Met dit unieke speltimbre gaf ze perfect weer wat onder het gepolijste laagje burgercomfort opborrelt. †27 maart

Geschreven door DIRK MICHIELS

Adieu Stéphane Audran (1932-2018)

Media: 

onomatopee