Adieu Tomas Milian (1933-2017)

Misschien was de Cubaanse Tomas Milian in de jaren 60 tot 80 wel een van de bekendste ingeweken acteurs in Italië. Voor het overgrote deel van zijn honderd vertolkingen stond hij daar voor de filmcamera. In alom erkende auteursfilms. Maar het waren enkele weerkerende personages in policiers die hem razend populair maakten ... in zijn adoptieland.

Als puber zag Tomàs Quintín Rodríguez Miliàn zijn vader, legergeneraal, zelfmoord plegen na de staatsgreep van Batista in 1952. Voor Fidel Castro aan de macht kwam, had Tomàs’ tante hem een reisbiljet naar de VS bezorgd, waar hij het burgerschap verkreeg. Na een theatercursus in Miami trok Tòmas naar New York, altijd met het doel acteur te worden – met James Dean uit East of Eden (1955, Elia Kazan) als idool. Zijn burgerlijke afkomst, zijn nooit verborgen biseksualiteit en zijn ambitie maakten dat de jongeman met het neutrale, onopvallende gezicht – karakteristiek niet goed noch slecht – zijn weg vond naar het theater. Na enkele rolletjes op Broadway werd hij aanvaard in de Actor’s Studio van Lee Strasberg. Dankzij een paar Amerikaanse tv-series werd hij ook opgemerkt door de in de VS werkzame Italiaanse componist Gian Carlo Menotti, stichter van het Festival van de Twee Werelden in het Midden-Italiaanse Spoleto. Van het Italiaanse podium belandde Tomas Milian (zonder accenten) in de bloeiende naoorlogse Italiaanse cinema met een bijrol in La notte brava (1959, Mauro Bolognini). Bolognini castte hem ook voor Il bell’Antonio (1960) met Marcello Mastroianni en Claudia Cardinale. Met die laatste zou Milan nog aantreden in drie films van Francesco Maselli I delfini (1960, Milans eerste hoofdrol), Gli indifferenti (1964) en Ruba al prossimo tuo (1968). Zijn vertolkingen in meestal bijrollen in auteursfilms volgden elkaar op, in L’imprevisto (1961, Alberto Lattuada), in Un giorno da leoni (1961, Nanni Loy), in Luchino Visconti’s sketch van Boccaccio ’70 (1962) aan de zijde van Romy Schneider, in het luik van P.P. Pasolini van Ro.Go.Pa.G (1963), in Le soldatesse (1965, Valerio Zurlini).

Na het internationale historische drama The Agony and the Ecstasy (1965, Carol Reed) had Milian wel andere ambities dan mineure en minder betaalde rollen en gooide hij zich op de bloeiende spaghettiwestern, als hoofdacteur in The Bounty Killer (1966, Eugenio Martin). Andere westerns waarin hij acteerde zijn onder andere La resa dei conti (1967, Sergio Sollima), Se sei vivo spara (1967, Giulio Questi, de meeste gewelddadige spaghettiwestern ooit – bij ons niet uitgebracht), Tepepa (1968, Sollima), het Spaans-Italiaanse O’Cangaceiro (1970, Giovanni Fago), de komische westerns La vita, a volte, è molto dura, vero Provvidenza (1972, Giulio Petroni) en Il bianco, il giallo, il nero (1974, Sergio Corbucci). Tussendoor trad hij opnieuw aan in auteursfilms als Banditi a Milano (1968, Carlo Lizzani), I cannibali (1970, Liliana Cavani), The Last Movie (1971, Dennis Hopper), Folle à tuer (1975, Yves Boisset).

Van spaghettiwestern naar politiefilm

Na een omwegje in de Italiaanse erotische film met Dove vai tutta nuda? (1969, Pasquale Festa Campanile) vond Tomas Milian in de volgende vijftien jaar zijn plaats en een vedettestatus in de Italiaanse politiefilm, het genre dat de wegdeemsterende western verving. In België zijn er maar een handvol van Milians policiers uitgebracht. In dit genre was hij nu eens een onderzoekscommissaris dan weer een crimineel. Van de tien films waarin Milian de onverzorgde en rauwgebekte commissaris Nico Geraldì vertolkte was bij ons slechts de eerste, Squadra antiscippo (1976, Bruno Corbucci), met vertraging in 1980 te zien. Geen enkele film van de andere succesreeks met Milian als de dief ‘Er Monnezza’ met z’n eigen erecode (begonnen met Il trucido e lo sbirro, 1976, Umberto Lenzi) kreeg bij ons distributie. Net zomin als de films met ‘il Gobbo’, de sadistische broer van Er Monnezza die elkaar ontmoeten, beiden vertolkt door Milian, in La banda del gobbo (1977, Lenzi). Wel in onze zalen: Liberi armati pericolosi (1976, Romelo Guerrieri), waarin Milian als commissaris de uit verveling gepleegde misdaden van een groepje burgerjongeren onderzoekt.

Vervolgens keerde hij terug naar de auteursfilm, in bijrollen, onder andere in La luna (1979, Bernardo Bertolucci), Identificazione di una donna (1982, Michelangelo Antonioni), King David (1985, Bruce Beresford – zonder vermelding), Cat Chaser (1989, Abel Ferrara), Havana (1990, Sidney Pollack) en JFK (1991, Oliver Stone). Milian was ondertussen genaturaliseerd tot Italiaan, maar verhuisde naar Miami, vandaar zijn aanwezigheid in Amerikaanse producties. In de VS nam hij opnieuw de draad op van het theater en verscheen hij ook als gastacteur in tv-series als Miami Vice, L.A. Law, Murder She Wrote, Law & Order. Zijn laatste, sporadische verschijningen op het grote scherm waren in Amistad (1997, Steven Spielberg), Traffic (2000, Steven Soderberg), The Lost City (2005, Andy Garcia). † 22/03/2017

Beeld: Tomas Milian in Il trucido e lo sbirro (1976, Umberto Lenzi)

Geschreven door MARCEL MEEUS

Adieu Tomas Milian (1933-2017)

Media: