Adieu Vittorio Taviani (1929-2018)

Voor hun jongste 'Una questione privata' verdeelden de broers Vittorio († 14 april) en Paolo Taviano voor het eerst in hun carrière de taken. Wegens ziekte moest de oudste, Vittorio (die met zijn eeuwige pet), de gedeelde regiestoel overlaten aan Paolo. Niet alleen door hun artistieke broederband was het tweetal een opmerkelijk cineastenduo, maar ook hun films zelf, die van hen vooraanstaande Italiaanse én internationaal gerenommeerde filmauteurs maakten. Het heeft dus weinig zin een portret te maken van een van de twee cineasten.

Vittorio en Paolo Taviani zijn geboren en opgegroeid in het Toscaanse stadje San Miniato tijdens de opkomst van het Mussolini-regime. Hun vader, een advocaat, bekocht zijn anti-fascisme-overtuigingen met een represaille-aanslag op zijn woning. Vlak na de oorlog schreef het plaatselijke commissariaat een nota: “Paolo en Vittorio Taviani, zonen van de eminente advocaat Ermanno, zijn ondermijnende personen en existentialisten”, een kwalificatie die ze achteraf als een ereteken beschouwden. Onder de indruk van Roberto Rossellini’s Paisà (1946) en andere neorealistische films gaven de broers hun universiteitsstudies op om samen een filmclubcircuit te leiden in het Toscaanse. Een keuze die hun verdere loopbaan sterk zou beïnvloeden.

Oorlog als invloed

Begin jaren 50 verhuisden beiden naar Rome. In de loop der jaren zette elk zijn eigen (artistieke) familie op. Vittorio huwde de scriptgirl Carla Vezzoso, hun dochter Francesca zou actrice worden. nakomelinge Francesca (nu actrice). Paolo trouwde met de kostuumontwerpster Lina Nerli, een huwelijk waaruit de componist Giuliano voortkwam.

In 1954 maakten ze samen met neorealist Cesare Zavattini hun regiedebuut met de destijds gecensureerde en de zo goed als verloren gegane documentaire (of eerder docudrama) San Miniato luglio ’44. De film roept de slachtpartij op van de burgers die in ’44 vluchtten in de Duomo van het geboortestadje van de Taviani’s. De gruwel wordt toegeschreven aan de nazi-bezetters, maar pas in 2004 erkend als een Amerikaanse “vergissing”. Het oorlogsdrama werd het uitgangspunt voor een van hun meesterwerken: La notte di San Lorenzo (1982, bekroond met de Speciale Prijs van de Jury van Cannes), een broedersstrijdverhaal neergezet in het Toscaanse landschap waarin alle filmelementen in functie staan van een fabelvertelling. De laatste film van Vittorio en Paolo samen maakt de oorlogscirkel rond: Una questione privata (2017), over hoe een jonge verzetsman zijn strijd vanbinnenuit beleeft, vanuit de drang om te weten te komen of zijn beste vriend, ook partizaan, een affaire heeft (gehad) met zijn liefje.

Geëngageerde cineasten

Terug naar hun beginjaren, met de destijds gecensureerde tv-documentaire L’Italia non è un paese povero (‘Italië is geen arm land’) uit 1960. De hoofddocumentarist Joris Ivens verdedigt daarin Italië tegen de energiereuzen die hun invloed opdringen aan het land. L’Italia non è un paese povero is een collectief werk van behalve de Taviani-broers, hun Toscaanse zielsgenoot en documentarist Valentino Orsini, ook de romanauteur Alberto Moravia en Tinto Brass, later regisseur van erotische films.

Hun eerste neorealistisch getinte fictiefilm Un uomo da bruciare (1962), met Orsini als coregisseur, toonde de evocatie van een Siciliaanse vakbondsman vermoord door de maffia. De jongste Taviani-broer Franco Brogi Taviani werkte mee als regieassistent. Hij bouwde later vooral een carrière uit als theaterregisseur en documentarist. Het is maar een van hun sporadische fictiefilms die dicht bij de actualiteit aanleunt. I fuorileggi del matrimonio (1963, opnieuw met Orsini) is gebaseerd op de politieke kroniek van de naoorlogse dagen, maar vertelt die met ironie en soms zelfs sarcasme. Als ondersteuning voor een echtscheidingswet wordt in episodenvorm de problematiek van buitenechtelijke relaties in het licht gezet. I sovversivi (1967) is een sketchfilm met de begrafenis van Palmiro Togliatti op de achtergrond. De film geeft uiting aan enerzijds de verwarring van de oorlogsgeneratie die een houvast verliest bij de dood van de communistische partijleider en anderzijds aan het ongemak van de na-oorlogse generatie die zich wil losmaken van dat paternalisme.

Afbeeldingsresultaat voor I sovversiviI sovversivi

Hun films tussen 1954 en 1967 maken de Taviani’s tot wat men in Italië in die periode (nu heel wat minder) met een zekere trots als de generatie van de linkse, “rode” cineasten ging beschouwen. Daartoe werden, ook omwille van de vormvernieuwing, onder andere Francesco Rosi, Carlo Lizzani en aanvankelijk ook P.P. Pasolini gerekend. Dat uit zich bij de Taviani’s in het vooropstellen van te verdedigen principes, van een levensleidraad, los van partijpolitieke overtuigingen. Ze verscheurden trouwens hun lidkaart van de Italiaanse Communistische Partij na de Sovjetinval in Hongarije (1956), maar bleven het als burgers en als artiesten opnemen voor zwakke gemeenschappen of individuen. In hun oeuvre plaatsten ze steeds die mensen in een context van onderdrukking.

Padre padrone en politieke reflectie

Gedurende enkele jaren verlaten de Taviani’s dat geëngageerde spoor om de draad weer op te nemen met Padre padrone (1977), met diens sobere documentaire vormgeving, de directe band met de omringende samenleving en het sociale engagement. In Padre padrone legt een Sardeense herder de lange weg tot zelfbewustwording af om zich te ontrekken aan de patriarchale autoriteit van zijn vader. De film werd bekroond met de Gouden Palm van Cannes ’78.

Zoals diverse van de Taviani-films is Padre padrone gebaseerd op een roman. Misschien zitten de afgebroken studies Letteren van Paolo er voor iets tussen (Vittorio was Rechten begonnen). Het gaat bij hen echter niet om omzettingen, maar om interpretaties of uitgangspunten. Paolo Taviani: “Pirandelli zei ooit dat verhalen als lege zakken zijn die gevuld moeten worden, anders zakken ze in elkaar. Daarom passen wij het geschreven woord aan aan de cinema, wat een audiovisueel mechanisme is dat niets te maken heeft met de literatuur. Anderzijds zijn wij geboren vanuit en voor de cinema, van de middelbare school af hebben we ervoor gekozen filmregisseurs te worden.”

Padre padrone lijkt een intermezzo in een reeks fictiefilms die de Taviani’s begonnen met I sovversivi (1967) en afrondden met Il prato (1979), een cyclus bezinnende films over de maatschappelijke (Italiaanse) toestand die de politiek-ideologische gevoelens perfect weerspiegelen.

Gerelateerde afbeelding Padre padrone

Met de Tolstoj-adaptatie San Michele aveva un gallo (1972, ook bekend als St. Michael Had a Rooster) slaan de broer Taviani vormelijk een nieuwe richting in: een historische setting, niet meer de collectiviteit maar een individu als protagonist en een theatrale regie. Deze film ontleedt de existentiële en politieke mislukking van een laat 19de-eeuwse anarchist die uiteindelijk zelfmoord pleegt omdat hij zijn utopische droom niet verwezenlijkt ziet.

Ook in Allonsanfan (1974) speelt een anarchist de hoofdrol, zij het in de context van de vroege 19de eeuw. Fulvio wordt heen-en-weer geslingerd tussen de Franse Revolutie-idealen en zijn adellijke familie in volle restauratie. Deze film in het bijzonder laat zien dat de Taviani’s geen actiefilmers zijn maar situatieregisseurs. Al heeft de score van Ennio Morricone geen directe band met de klassieke operamuziek, toch lieten de broers voor het filmonderwerp en de vormgeving zich daardoor juist inspireren.

Met Il prato (1979) keren de Taviani’s terug naar het heden. Deze ontgoochelde blik op de ’68-idealen rondt hun cyclus politiek-reflecterende fictiefilms af. In 2002 nemen ze nog deel aan de collectieve documentaire video La primavera del 2002 waarin de laatste politiek-syndicale massabetoging van het naoorlogse Italië wordt gevolgd.

Focus op het individu

Vanaf La notte di San Lorenzo (1982) gooien de broers thematisch het roer volledig om. Niet meer het politiek-ideologische staat centraal, maar wel de gewone mensen met hun goede en negatieve kanten. Het is opnieuw een groepsvertelling zoals in de vroege Taviani-jaren, maar zoals in alle volgende producties neergezet in een eerder opgeroepen dan welomschreven historisch verleden. De episodenfilm Kaos (1984) herneemt eenzelfde fabelatmosfeer, maar de vertellingen van de klassieke Italiaanse auteur Luigi Pirandello hebben meestal een bitterzoete, soms tragische ondertoon.

Hierna zijn alle producties protagonist-gerichte verhalen. De eerstvolgende, Good morning Babilonia (1987), is qua onderwerp echter een buitenbeentje met zijn eerbetoon aan de samenhorigheid, creativiteit, ambachtelijkheid én aan de cinema uit de Stille Periode. Daarna nemen de broers immers het thema van de liefde ter hand. Liefde als berekening, maar ook als zucht naar zuiverheid in Il sole anche di notte (1990, naar Tolstoj); als vloek in Fiorile (1992); als ondoorgrondelijke aantrekkingskracht in Le affinità elettive (1996, naar Goethe); als opoffering in zowel de tv-film Resurrezione (2001, naar Tolstoj) als in La masseria delle allodole (2007 – naar de Italiaanse schrijfster van Armeense oorsprong Antonia Arslan); als revolutionaire drijfkracht in Luisa Sanfelice (2004, naar Alexandre Dumas) en om te eindigen de vele facetten van de liefde in de Decameron-episodenfilm Maraviglioso Boccaccio (2015).

Tussendoor is er de qua thema en structuur meerledige Tu ridi (1998, naar Pirandello) die zich in twee episodes deels in het heden, deels decennia geleden ontrolt en waarin een nauwelijks getemperd pessimisme over de menselijke natuur naar boven komt. Blijft het opmerkelijke docudrama Cesare deve morire (2012, naar Shakespeare), fascinerend in zijn wisselwerking tussen de opbouw/opvoering van het gelijknamige toneelstuk binnen een gevangenis en de discipline die daar gehandhaafd wordt. Cesare deve morire werd bekroond met de Gouden Beer op de 62ste Berlinale.

Afbeeldingsresultaat voor caesar must die Cesare deve morire

De filmografie van Vittorio en Paolo Taviani kent geen rechtlijnige ontwikkeling, noch in rechtstreekse thematiek noch in vormgeving. Maar op een of andere manier komt altijd wel hun grote belangstelling naar boven voor het menselijk handelen, zij het als individu of als collectief. Hun toenemende voorkeur voor kostuumfilms betekent niet dat de Taviani-broers zich terugtrekken uit het heden, maar is veeleer een onderlijning van de tijdloosheid of de constante terugkeer, als je wil, in het menselijk gedrag.

Beeld boven: Vittorio (links) en Paolo Taviani

Geschreven door MARCEL MEEUS

Adieu Vittorio Taviani (1929-2018)

Media: 

onomatopee