All the Money in the World

Twee verdwijningen overheersen Ridley Scotts ALL THE MONEY IN THE WORLD. Enerzijds de ontvoering van een personage, de 16-jarige Getty-erfgenaam John Paul Getty III door Italiaanse gangsters. Anderzijds de verwijdering van acteur Kevin Spacey, in ongenade gevallen na beschuldigingen van seksuele agressie. Telkens draait het om één ding: geld.

Wie zin heeft in een rondje trailers vergelijken kan op internet twee versies van het promotiemateriaal voor Ridley Scotts ALL THE MONEY IN THE WORLD vergelijken: eentje met Kevin Spacey als Paul Getty en eentje met Christopher Plummer als “the richest man in the history of the world”. Hoeveel van die rijkdom wil Getty spenderen om de ontvoerders van zijn kleinzoon te betalen? “Nothing”, klinkt het ijzig bij Spacey. Hoeveel geld heeft Getty nodig om zich veilig te voelen? “More”, grimast Plummer.

 

Twee gradaties van hebzucht, de hebzucht van de psychopaat en die van de excentrieke cynicus? Mogelijk, maar wat vooral opvalt is dat Spacey, die veel jonger is dan Plummer, zijn emoties verbergt achter een soort dodenmasker. De lijkbleke, vingerdikke schminklaag was ongetwijfeld een ideetje van Hannibal-regisseur Ridley Scott om een Hannibal Lecter van de zakenwereld te creëren, maar de meedogenloze verwijdering van Spacey uit ALL THE MONEY IN THE WORLD na beschuldigingen van seksueel misbruik (van minderjarigen) maakt er een symbolisch beeld van. Dat van een 'dode', op het altaar van geld en macht geofferde acteur. Een tot verdwijnen gedoemde figurant in twee overlappende en verstrengelde verhalen van hebzucht: dat van de protagonist en dat van de vertellers.

 

Operatie Ongenade

 

ALL THE MONEY IN THE WORLD leek voorbestemd om een blockbuster voor volwassenen te worden, een op feiten gebaseerde Hollywoodfilm ingeblikt door übervakman Ridley Scott. Het scenario over de ontvoering in het Italië anno 1973 van de kleinzoon van oliemagnaat J. Paul Getty werd losjes gebaseerd op Painfully Rich: The Outrageous Fortunes and Misfortunes of the Heirs of J. Paul Getty (1995) van John Pearson, een ontluisterend werk dat de superrijke Amerikaan afschildert als een even excentrieke als afgrijselijke onmens. Een fusie tussen een sociopaat en een geldmachine. Half mens, half robot.

 

Dit verhaal van een vleesgeworden, hedendaagse Scrooge (minus Getty’s nazisympathieën) leek filmstudio Sony en Ridley Scott wel iets voor een kerstrelease met Oscarbekroningen als verlate kerstgeschenken en internationaal een flink rinkelende kassa. De marketeers sloegen aan het ‘spinnen’ en lanceerden berichten omtrent de indrukwekkende vertolking van House of Cards-vedette Kevin Spacey. Tot die van zijn voetstuk tuimelde na een reeks misbruikklachten en het kaartenhuisje instortte. Plots leek de kloof tussen realiteit en fictie (Spacey verwierf roem met criminele monsters in Usual Suspects en Seven) heel klein en de ster werd verbannen naar het paria-universum van Harvey Weinstein.

 

Kevin Spacey werd prompt gewipt uit het zesde seizoen van House of Cards en Michael Hoffmans Netflix-biopic Gore (over schrijver Gore Vidal) belandde op het schap. In een sfeer waar de blu-rays van Baby Driver (waar Spacey gepast sinister is) nog net niet werden teruggeroepen, maakten Sony en Ridley Scott van Kevin Spacey het spook van Hollywood. Ze smeekten Christopher Plummer om “mee te helpen de disgraced Kevin Spacey uit te wissen”, een woordgebruik dat Brook Barnes optekende in zijn artikel ‘The Race to Erase Kevin Spacey’ voor The New York Times.

 

De race om Spacey uit te wissen, het klinkt spannend en heroïsch, vintage Hollywood. De krant die de positie van moraalridder innam bij #MeToo en uitvoerig berichtte over grensoverschrijdend seksueel gedrag speelde nu toch wel de gangmaker voor de marketeers die een positieve ‘spin’ moesten geven aan het hele gebeuren. Kwestie van met een extra investering van 10 miljoen dollar het commerciële leven van de film te redden. Superlatieven hielpen daarbij: in zes weken een acteur uitwissen, met een vervanger 22 scènes opnieuw opnemen, werkdagen van 18 draaien om alles gemonteerd en gepromoot te krijgen ... Kortom: ongezien, huzarenstukje, Oscarvoer ...

 

Dat het maneuver van Sony en Scott werd beschouwd als slim en moedig is pijnlijk. Dat niemand vraagtekens plaatste bij het uitwissen van een acteur die (nog?) niet officieel beschuldigd of veroordeeld werd van een misdaad is nog pijnlijker. En Christopher Plummers “I’m very saddened by what happened to Kevin, but what can I do? I’ve got a role” (in Vanity Fair) is behoorlijk beschamend. Het past allemaal in de hysterische sfeer waarin conservatieve krachten legitieme woede en verontwaardiging omwille van seksueel (machts)misbruik kanaliseren naar een nieuwe heksenjacht die gevoelens van angst, pijn en agressie manipuleert om een rookscherm op te trekken en zo de status quo te bewaren. Big Brother 2.0 is behoorlijk puriteins en paranoïde.

 

Het mag niet verbazen dat Ridley Scott weinig graten zag in de voor hem ‘noodzakelijke’ ingreep. De Brits-Amerikaanse regisseur gebruikte immers al CGI-technieken om de tijdens de opnamen van Gladiator overleden acteur Oliver Reed zijn job postuum te laten afwerken. Die beweging van dood naar leven (Reed) en van aanwezig naar afwezig, van masker naar spook (Spacey) mag dan wel verbonden zijn met de magie van film – in oorsprong een kermisattractie met hoog spookhuisgehalte –, ze wist de morele bedenkingen en bezwaren niet uit.

 

De hele uitwisoperatie rond Scotts biopic zegt heel veel over de wreedheid en het cynisme van Hollywood, maar illustreert vooral ook hoe de droomfabriek (nog meer) een nietsontziende geldmachine is geworden waarin iedereen (the talent maar ook producenten, distributeurs en journalisten) geacht wordt braafjes zijn rol te spelen. Op straffe van excommunicatie uit de filmwereld. De wortel? Illusies, geld en status.

 

Tragedie van een geldmonster

 

Het verhaal van ALL THE MONEY IN THE WORLD? In 1973 wordt Paul, een jonge bohémien, ontvoerd in de straten van Rome door kidnappers die 17 miljoen dollar losgeld eisen van zijn rijke grootvader. Die heeft wel sympathie voor zijn kleinzoon, maar nog meer liefde voor zijn geld en kunstwerken. Met nog veertien andere kleinzonen als potentiële prooien voor kidnappers weigert hij ook maar iets te betalen. Wel trekt hij ex-CIA-agent Fletcher Chase aan om de ontvoerders op te sporen. Rode Brigade-sympathisanten overtuigen Fletcher ervan dat de jongeman zijn eigen ontvoering heeft opgezet. Daardoor blijft enkel moeder Gail (Pauls vader is een verslaafde zwakkeling) over om zich vast te bijten in de zaak. Door toedoen van onderhandelaar Cinquanta zakt de prijs, maar Paul verliest wel een oor en er begint een race tegen de klok om de jongeman tijdig te bevrijden.

 

Terwijl land- en generatiegenoten zoals Ken Loach en Mike Leigh in de jaren 60 en 70 flirtten met radicalisme en sociaal-realisme, volgde Ridley Scott het spoor van visueel gestileerde en sterk verhalende cinema. Dat stuurde hem via het sciencefictiongenre (Alien, Blade Runner) richting Hollywood, waar hij een efficiënt vakman werd die goochelt met thema’s en genres. Daarvan getuigen Black Rain, Thelma and Louise, Kingdom of Heaven, Body of Lies, Robin Hood en Prometheus. Die films leveren degelijke actie en suspense (op een nodeloos brutale uitschuiver zoals de scène met de sadistische ooramputatie in ALL THE MONEY IN THE WORLD na), maar missen dramatische en kritische diepgang.

 

Kapitalisme, terrorisme en de maffia fietsen voorbij in deze poging tot Griekse tragedie, maar veel ideeën, visies of analyses weet Scott er niet uit te puren. En dat Terwijl het tijdsbeeld en de tijdsgeest blijven steken in een oppervlakkige nostalgische look. In het tenenkrullend clichématige A Good Year, een romance in de Provence, flirtte Scott ooit met het potsierlijke en met de portrettering van Italiaanse gangsters, journalisten en speurders in ALL THE MONEY IN THE WORLD stevent hij opnieuw naar de afgrond. Gelukkig is dit ontvoeringsdrama ook de tragedie van een vrouw ondergedompeld in een mannelijke wereld die haar nooit kansen wil geven. Gail Harris botst met geldmonster Getty en omdat alle mannelijke figuren het laten afweten, moet zij als vrouwelijke heldin haar zoon redden.

 

Male trips als Gladiator, Black Hawk Down, American Gangster, Kingdom of Heaven en The Martian bewijzen dat Ridley Scott niet vies is van machismo, maar hij creëerde ook enkele heldinnen die feministische iconen werden: Ripley in Alien, Jordan in G.I. Jane, Clarice in Hannibal en de vluchtende vriendinnen in Thelma and Louise. In dat rijtje hoort ook Gail thuis, een moeder die even gedreven als energiek tegen monsters vecht voor haar zoon.

 

Vreemd genoeg is een film die een man herleidt tot een spook en verder enkel falende mannen opvoert Ridley Scotts mooiste vrouwenportret sinds Alien. De authenticiteit en kracht van actrice Michelle Williams als een brok emotie die clasht met the powers that be redden ALL THE MONEY IN THE WORLD van de verveling en de oppervlakkigheid. Dit belet niet dat de film in zijn eigen staart bijt, want deze “sordid, desperate and anguished tragedy about money” (zoals Manohla Dargis in The New York Times schrijft) is zelf de tragedie waarin alles om geld draait. Dat valt niet uit te wissen.

 

FILM: ** / EXTRA’S: geen

 

Geschreven door IVO DE KOCK

All the Money in the World

Regisseur: 
Scenario: 
Genre: 
Productiejaar: 
2017
Distributeur: 
The Searchers

Media: 

onomatopee