Anzio

Edward Dmytryk was een vrij klassieke Amerikaanse cineast die uitblonk met enkele films noirs (‘Crossfire’, ‘Murder My Sweet’) en het helaas in de vergetelheid gesukkelde ANZIO. Die atypische oorlogsfilm focust niet op een succesvolle militaire operatie, maar op fouten en op de prijs die daarvoor in mensenlevens betaald wordt.

In de Amerikaans-Italiaanse coproductie ANZIO, aka Lo sbarco di Anzio, heeft de stoere, door Peter Falk vertolkte korporaal Jack Rabinoff advies voor een prostituee wanneer hij haar enkele lires toeschuift: “Koop je iets een leuk, een grasmaaier, Sicilië, iets tastbaars.” Verslaggever Dick Ennis (Robert Mitchum) stelt even later vast dat een Italiaanse boerin geen idee heeft wat er zich op de stranden van Anzio afspeelt. Zo geeft Edward Dmytryk, die voor de actiescènes assistentie kreeg van de Italiaanse regisseur Duilio Coletti, op eenvoudige wijze aan dat tijdens de Tweede Wereldoorlog meerdere werelden elkaar ontmoeten. En dat oorlog in een ander universum speelt.

Ongewone oorlogsfilm

In 1968 werden heel wat oorlogsfilms gedraaid – van actie-avonturen zoals Where Eagles Dare (Brian G. Hutton) en The Devil’s Brigade (Andrew V. McLaglen) over drama’s als Hell in the Pacific (John Boorman) en The Charge of the Light Brigade (Tony Richardson) tot een politiek pamflet als The Green Berets (John Wayne) – maar ANZIO is best wel een buitenbeentje. Het is tegelijk een grote Dino De Laurentiis-productie en een klein, karaktergedreven drama dat flirt met realisme en pacifisme, een stevige brok Amerikaanse cinema die ook oog heeft voor het standpunt van een door de legers in een figurantenrol geduwde Italiaanse bevolking. De fraaie landschappen en stevige actiescènes worden spectaculair in beeld gebracht door Giuseppe Rotunno, maar dat belet niet dat de filmmakers werken met uitgesponnen dialoogscènes en focussen op narratief overbodige details.

Dmytryk bekijkt het gebeuren via de ogen van oorlogscorrespondent Ennis, een man op zoek naar een antwoord op de vraag hoe een fatsoenlijk man in een vliegtuig kan stappen en mensen bombarderen. Het spontane antwoord van majoor-generaal Lesley (“om te overleven”) voldoet niet. Met een mengeling van verbazing, onbegrip en cynisme volgt Ennis het Amerikaanse leger bij de landing op de stranden van Anzio. Samen met een verkenner tuft hij daarna met een jeep richting Rome om te zien waar het Duitse leger zich ophoudt. Ver weg, zo blijkt, waardoor de Amerikanen ongehinderd met hun eenheden zouden kunnen oprukken naar de Italiaanse hoofdstad. Lesley (Arthur Kennedy) vertrouwt het zaakje echter niet. Hij vermoedt een valstrik en neemt geen risico’s, want: “Succes en veiligheid zijn geen tegengestelden. Veel veldslagen worden verloren wanneer het objectief bereikt wordt.”

Tot dan lijkt alles vrij avontuurlijk en zelfs grappig. Wanneer de verkenners in Rome bij het Forum Romanum aankomen, zegt een soldaat bij het zien van de ruïnes bloedernstig: “De Duitsers hebben hier nogal huisgehouden”, waarop journalist Ennis koeltjes repliceert: “Nee, dat was al zo!” Na even de draak gestoken te hebben met de gebrekkige historische en culturele kennis van zijn landgenoten, stuurt Dmytryk zijn oorlogsfilm richting drama en tragedie. Want doordat de Amerikaanse troepen zich ingraven in Anzio, krijgt het Duitse leger de kans om zich te hergroeperen en een vooruitgeschoven eenheid van de Amerikanen aan te vallen. Slechts zeven man, inclusief de getuige/journalist, kunnen trachten terug te keren naar Anzio. Hun terugtocht, hun vlucht, wordt een hels avontuur.

Een blunder met gevolgen

Angst, vertwijfeling en woede wisselen af bij de overgebleven soldaten, terwijl Ennis tot een verbijsterende conclusie komt: “This didn't happen because a general was too reckless. But because a general was too cautious! How about that? (…) He walked them into a park and left them in a graveyard. De dodelijke efficiëntie van twee sluipschutters dwingt de verslaggever uiteindelijk om zelf een wapen op te nemen, van een toeschouwer in een deelnemer te veranderen, en ook te doden. Niet echt een keuze, maar dat belet niet dat Ennis uiteindelijk heel demonstratief, walgend, zijn wapen wegwerpt. Zijn afschuw en zelfhaat geven de wat hautaine oorlogscorrespondent een menselijke kant (“Ik moet mijn achthonderd woorden schrijven”, is een repliek waarmee hij zich lang als koele outsider presenteert).

ANZIO claimt realisme en waarheidsgetrouwheid, maar in een interessant bonusinterview bij deze blu-rayuitgave van Rimini stelt de Franse historicus Laurent Henninger dat het in werkelijkheid toch complexer lag dan de film wil doen geloven. Hij wijst op tactische en strategische overwegingen bij de militaire operaties, maar ook op de impact van politieke machinaties, de tegenstelling tussen Amerikanen en Britten én het feit dat de hogere bevelvoerders meer wilden inzetten op het gebruik van grote bommenwerpers, wat nu net bij Anzio niet kon.

De filmmakers vereenvoudigen dat door de gevolgde strategie te presenteren als een vergissing (ingegeven door een inschattingsfout of karakterzwakte) met zware gevolgen. De strijd zou vier maanden aanslepen en dertigduizend geallieerde slachtoffers maken. De focus op de strategische nederlaag en niet op de uiteindelijke militaire overwinning is wel origineel en gedurfd. Amerikaanse oorlogsfilms, zeker die over de Tweede Wereldoorlog, hebben zelden oog voor nederlagen. ANZIO is echter gedraaid tijdens de Vietnamoorlog en verwijst duidelijk naar dat conflict, naar de prijs die betaald wordt voor militaire confrontaties en naar de morele vragen die ze oproepen.

Heldere cinema

Dmytryk gaat symboliek en nadrukkelijkheid niet uit de weg. Wel integendeel. Het doorkruisen van een mijnenveld wordt een duidelijke metafoor en om zich te camoufleren voor een overvliegend spionagevliegtuig neemt een soldaat de positie van een gekruisigde aan in een boomgaard. In een bijzonder tragische scène vecht een soldaat, gevangengenomen wanneer hij de journalist beschermt, om een in het slijk gevallen fotootje van zijn kind te bemachtigen.

Boeiend is dat Dmytryk ook zinspeelt op de adrenalinerush bij oorlog en bij actiecinema. Zo benadrukt korporaal Rabinoff, die fysieke kwalen meesleept uit eerdere militaire conflicten, dat oorlog hem niet enkel stress bezorgt, maar ook het gevoel intenser te leven. Ennis reageert empathisch, ook al is hij pacifist: “Oorlog is een deel van jou geworden, je zal het gevoel blijven opzoeken.” Hij concludeert dat oorlogen enkel afgewend kunnen worden als de mens beseft dat hij tijdens conflicten meegesleept dreigt te worden door een mix van doodsangst en opwinding. Wanneer de zegevierende Amerikanen uiteindelijk toegejuicht worden bij het passeren van de Romeinse triomfbogen, wijst Ennis op de antieke afbeeldingen van triomferende strijders: “We zijn tweeduizend jaar later, maar er is niets veranderd, op de uniformen en de voertuigen na.”

Door zijn weinig triomfantelijke toon verschilt ANZIO van de doorsnee Amerikaanse oorlogsfilm, maar Dmytryk kiest wel voor een eerder traditionele filmstijl waarin duidelijkheid primeert. De actiescènes zijn nooit verwarrend en tijdens rustige dialoogscènes slooft de regisseur zich uit om zichzelf onzichtbaar te maken. Dat heeft alles te maken met zijn visie op communicatie en montage. “Een monteur moet weten welk shot het best de informatie overbrengt die nodig is voor een bepaald onderdeel van de scène”, stelt Dmytryk in zijn boek On Film Editing. “Zolang dat shot ideaal is, blijft hij daar ook best bij. Tot een ander shot, omwille van compositie of acteerprestaties, effectiever werkt. Met andere woorden: laat een scène gerust, snijd niet, zolang ze werkt.” ANZIO is een prima illustratie van deze visie en vooral ook een puike film.

FILM: **** / EXTRA'S: ** (documentaire)

Geschreven door IVO DE KOCK

Anzio

Muziek: 
Genre: 
Productiejaar: 
1968
Distributeur: 
Rimini Editions

Media: 

onomatopee