Bas Devos over Hellhole

“Kan je beschrijven wat je ziet?”, vraagt dokter Wannes aan het begin van HELLHOLE aan de tiener Mehdi. “Kijk je veel tv?” In ons gesprek weidt Vlaams regisseur Bas Devos uit over het in beeld brengen van een complexe stad en de moeilijkheden van filmen in het Europees parlement.

HELLHOLE cirkelt rond de levens van drie Brusselaars: de scholier Mehdi, de arts Wannes en de EU-tolk Alba. Samen met DoP Nicolas Karakatsanis filmde Devos enkele krachttoeren – een 360°-camerabeweging, een zoom door het Europese Parlement naar een vertalershokje – die telkens uitkomen bij een soort leegte: een overlijden, een van vreugde gespeende blik. Toch lijkt HELLHOLE te zoeken naar connectie.

De film richt zich op het dagelijks leven van drie Brusselaars die de multiculturaliteit van de stad verpersoonlijken. Waarom de focus op deze drie personages?

BAS DEVOS Dat is een gevolg van de informatie die Brussel mij gaf tijdens mijn onderzoek in aanloop naar de film. Als dat anders was verlopen, had ik drie andere mensen, of tien andere mensen, of maar één iemand, kunnen kiezen. Ik heb voorbereidende gesprekken gedaan met verschillende mensen in die stad, zowel actieve actoren als passieve mensen zoals ik die Brussel gewoon beleven en ondergaan. Voor HELLHOLE prikkelde mij het meest om een portret te maken van een man die dicht bij mezelf ligt en in wie ik misschien mijn eigen gevoelswereld kon vertalen, met daarnaast twee personages die veel verder van mij afliggen: een Brusselse ket en iemand die als passant in de stad aankomt en voor het Europees parlement komt werken. Ik wil niet generaliseren, maar veel mensen die voor die instelling komen werken, hebben een sterke band met hun thuisland en keren er op een bepaald moment naar terug. Ze zijn niet van plan om van Brussel hun thuis te maken. Dat vind ik interessant, want mijn film gaat grotendeels over het verschil tussen ‘huis’ en ‘thuis’, en hoe gebouwen, muren en spullen een deel van je zijn. En omgekeerd.

Je besteedt grote aandacht aan hoe je Brussel ruimtelijk in beeld brengt. Hoe zou je die aanpak omschrijven: observerend, afstandelijk … ?

B. DEVOS Zelf zou ik het niet afstandelijk noemen. Beelden van de skyline van een stad, die vind ik afstandelijk, want voor mij hebben die een soort bovenmenselijk standpunt. Bij skylines heb ik vaak het gevoel dat ze me willen vertellen dat de stad een homogene plek is die je kan bevatten. Voor mij is de stad net heel erg onbevattelijk, chaotisch en gedefinieerd door details en limieten. In HELLHOLE heb ik dat proberen te vertalen door straathoeken te filmen. Die tonen eigenlijk de fysieke limiet van de stad. Daarbij vraag ik me af hoe objecten, de vormen die ons vormen, dragers zijn van menselijke interpretatie en dus voor een stuk ook van emotie. Straathoeken kunnen op het gevoel werken en zijn in de film een soort pivotaal moment.

Maak je dan een connectie tussen de cirkelbeweging van de camera rond straathoeken en de vergelijkbare beweging rond het huis van Wannes’ zus en rond de F16? Dat zijn toch heel andere ruimtes, met heel andere gevoelswaarden?

B. DEVOS Ik heb niet geprobeerd die op dezelfde hoogte te stellen. Wel wou ik duidelijk maken dat die cirkelbeweging in Brussel niet te voltooien is. Je botst er letterlijk op muren. Zo beleef ik die stad ook: het is een plek die zich niet zomaar prijsgeeft en die je blijft ontdekken. Het huis van Wannes’ zus, waar we midden in de film plots naartoe gaan, staat duidelijk niet in Brussel. Ik wou aangeven dat er op die plek buiten Brussel een heel andere ruimtelijkheid is. Mijn eigen ouderlijke huis in Essen herinner ik me als een plek waar je rond kunt wandelen. Het is een overzichtelijke, heldere plek. Dat gevoel heb ik nooit gehad met de plekken waar ik in Brussel heb gewoond, bijvoorbeeld om de eenvoudige reden dat ik geen idee heb hoe mijn appartement er aan de buitenkant uitziet.

Een andere opvallende camerabeweging gaat dwars door het halfrond van het Europees parlement.

B. DEVOS Dat beeld had ik nog centraler willen filmen, maar dat ging niet. Het Europees parlement is een huis van de democratie, maar het heeft geen openstaande deuren. Het was dus een nachtmerrie om dat beeld gedaan te krijgen (lacht). Met dat beeld wou ik wijzen op de veelstemmigheid die op deze plek heerst en die vaak vertegenwoordigd wordt door mensen als het personage Alba (gespeeld door Alba Rohrwacher, nvdr). Ze spreken de hele dag, maar formuleren geen enkele originele gedachte. Het is alsof Alba – en eigenlijk de hele film – in een rare dagdroom zit.

Die camerabeweging gaat ook vanuit de gemeenschap naar een individu. Mensen voelen zich uiteraard verbonden met gemeenschappen, maar finaal ben je vooral verbonden met jezelf, met je eigen individualiteit. Dat maakt het moeilijk om mensen op te voeren als vertegenwoordigers van een gemeenschap. Toch zijn wij er vooral goed in om verhalen te vertellen over een ‘wij’ en een ‘zij’, waarbij we die liefst van al met elkaar zien botsen. Er is een groot probleem in de manier waarop we taal gebruiken om over elkaar te spreken. HELLHOLE is grotendeels ontstaan uit de vraag wat we naast de ruimte Brussel met elkaar delen. Een menselijke connectie in zo’n stad is niet eenvoudig als je telkens eerst moet vragen of iemand dezelfde taal spreekt. Dat alleen al zorgt voor een barrière.

Je probeert de onbevattelijkheid van Brussel in beeld te brengen. Geeft de losse narratieve structuur van HELLHOLE je meer ruimte om de stad te proberen tonen?

B. DEVOS Ik wou een open film die als een uitnodiging werkt: een uitnodiging om te kijken, te luisteren, te dwalen, te reflecteren en te voelen, maar die je niet probeert bij de hand te nemen en ergens naartoe te leiden. Dat kan ook een mooie manier van vertellen zijn, maar die is heel dominant en het zit gewoon niet in mijn DNA – of nóg niet – om zo te vertellen. Ik hou veel van films die je loslaten en die je een beetje angst aanjagen omdat je je wat aan je lot overgelaten voelt. Tegelijkertijd prikkelen zulke films je om echt te gaan kijken en zelf te construeren. Een film als HELLHOLE geeft je een beleving en dan moet je als kijker zelf aan het werk. Dat heeft niets hermetisch; ik vind net dat het alles veel gemakkelijker maakt.

De titel HELLHOLE is een zwaarbeladen begrip in combinatie met Brussel.

B. DEVOS De hele film is een reflectie op dat woord. Het is een holle term, heel brutaal en eendimensionaal. De film probeert daarentegen genuanceerd te zijn en zijn eigen onzekerheid en de twijfel van mij of van de acteurs bij het maken niet te verstoppen. Je kijkt naar twijfelende mensen. Ze wikken en wegen hun woorden, net zoals ik dat zelf doe als ik over Brussel spreek. Brussel is een ingewikkelde plek en daar zeg je niet zomaar iets over. Net daarom is die titel van belang: ‘hellhole’ is geen geuzennaam – dat is bullshit! – het is een label dat op die stad gekleefd is en dat veel mensen onderschrijven omdat ze de stad niet kennen. Net voor hen is het goed om HELLHOLE te bekijken. Zo kunnen ze zien dat die stad opgebouwd is uit mensen die niet anders zijn dan jij en ik en die dromen en verlangens hebben, en angst, vreugde en verdriet. Ik vind het noodzakelijk dat film een plek probeert te zijn die weerstand biedt aan het indrukwekkende van het woord en het beeld.

Je debuut Violet (2014) opende met bewakingsbeelden. Ook nu heb je diverse beeldtypes, onder meer uit videogames. Stel je daarmee de vraag wat het effect is van al die verschillende beelden op je personages, op de mens?

B. DEVOS Ik weet het niet zo goed. Het onderschrijft vooral dat we leven in een beeldenwereld. Die is niet meer weg te denken en heeft een grote impact op hoe we beelden consumeren en ook zelf aanmaken. Beelden brengen vaak een gelijkaardig soort beeld met zich mee en blikken genereren dezelfde blikken. Zo zien we de manier waarop de klassieke Amerikaanse cinema verhalen vertelde vandaag sterk terugkomen, niet alleen in series, maar zelfs in het journaal, met cliffhangers en een drie-actstructuur. De grote hoeveelheid beelden is fantastisch. Videogames en dergelijke vind ik helemaal niet negatief. Ze zijn de dominante media. Als je bekijkt hoeveel mensen daarmee bezig zijn, is film een marginaal medium. Maar net daardoor ontstaat er wel een ruimte om te onderzoeken wat een filmbeeld is in heel die stroom van doorklikbare beelden en hoe dat filmbeeld zich verhoudt tot al die andere beelden. Met HELLHOLE probeer ik op dergelijke vragen een antwoord te geven. Hoewel film veel geld kost, kan het zich tegenover andere media gedragen als een vrijplaats. Er zit veel vrijheid in cinema, meer dan in een televisiereeks waarbij een hele keten van mensen een mening heeft. Je hebt daarbij een televisiezender, productiehuizen, een showrunner enzovoort, waardoor ze de grootste gemene deler opzoeken. In film kan een kleine groep creatieve mensen samen iets bouwen. Dat is wonderlijk en daarvan wordt eigenlijk nog te weinig gebruikgemaakt.

In HELLHOLE zitten tussenbeelden van blauwe lucht. Zijn dat momenten van rust in de continue beeldenstroom?

B. DEVOS Met die luchtbeelden en ook met de zwarte overgangen tussen scènes wou ik een soort van nulpunt in kijken hebben. Die luchtbeelden zijn letterlijk de skyline. Samen met Nicolas (Karakatsanis, DoP, nvdr) heb ik die gefilmd net boven de huizen, de stad is er net uitgehaald om de blik even naar boven te richten, uit de verwarring.

Brussel, 18 maart 2019

Geschreven door BJORN GABRIELS & ELLA VAN DIESSEN

Bas Devos over Hellhole

20/03/2019
Regisseur: 
Scenario: 
Muziek: 
Genre: 
Productiejaar: 
2019
Distributeur: 
Bedazzle

Media: