Beanpole

1945, de eerste herfst na de oorlog. De vier jaar lange omsingeling van Leningrad door het leger van Hitler, met een miljoen doden het ergste beleg uit de wereldgeschiedenis, heeft de stad en zijn inwoners fysiek en mentaal uitgeput, uitgehongerd en geruïneerd.

Zelfs alle honden zijn opgegeten. In dat naoorlogse klimaat van (over)leven en dood met nog zicht- en voelbare littekens van de oorlog probeert Iya het hoofd boven water te houden, ook al wordt ze geplaagd door astmatische aanvallen die haar verlammen, een gevolg van wat ze tijdens de oorlogsjaren meemaakte. Ze werkt als verpleeghulp in een hospitaal voor oorlogsslachtoffers. Bonenstaak en giraf zijn de bijnamen van de boomlange Iya, die ooit voor legerdienst werd afgekeurd. De scheldnamen duiden ook op haar emotionele onhandigheid. En ineens staat Masha, haar van het front teruggekeerde hartsvriendin, bij haar aan de deur. Ze komt haar zoontje ophalen dat ze aan Iya had toevertrouwd en neemt even later haar intrek in het al krappe appartement. Masha was een van de ruim miljoen vrouwen in het gevreesde Rode Leger die meevochten en tegelijk 's avonds en 's nachts de mannelijke soldaten seksueel moesten bevredigen. Na de oorlog waren de mannen de helden, terwijl de vrouwen smalend legerkampvrouwen werden genoemd.

Nobelprijswinnaar en onderzoeksjournalist Svetlana Aleksijevitsj tekende de horrorverhalen van deze Sovjetvrouwen op in haar in 1985 verschenen boek The Unwomanly Face of War, in het Nederlands vertaald als De oorlog heeft geen vrouwengezicht. Het inspireerde de in Kabardië in de Russische Kaukasus geboren Kantemir Balagov voor zijn tweede langspeelfilm na zijn huiveringwekkende debuut Tesnota (2017). Balagov – zijn mentor heet Aleksandr Sokoerov –, nog zoekende naar een eigen stijl, heeft een veellagig verhaal gedrapeerd waarin iedereen wat aan de ander verschuldigd is. De twee vrouwen zijn door een tragisch pact en een innige vriendschap met elkaar verbonden. Ze zijn beiden heel apart, buitengewoon: Iya is opvallend groot en heeft epileptische aanvallen, is passief, ondergaat alles vrij gelaten. De ondernemende Masha is door de ene abortus na de andere onvruchtbaar. Haar alomtegenwoordige glimlach die vaak meer op een grijns lijkt, verbergt haar frustratie en wanhoop.

De vrouwelijke DoP Ksenia Sereda zit de hoofdpersonages dicht op de huid. De so(m)bere beeldkaders werken benauwend. De spookachtige sfeer in de stad wordt impressionistisch geschetst. Het coloriet van BEANPOLE bestaat vooral uit roodbruin – het verroeste van het leven – en groen, de kleur die hoop symboliseert: hoop doet leven. Wat licht en compositie betreft heeft Balagov inspiratie gezocht bij de Hollandse meesters: Vermeer, Rembrandt & co. De personages zitten geklemd, gevangen tussen trauma en licht. Blijft de oorlog buiten beeld, hij is in alles nog sterk present. Met de moed der wanhoop pogen de twee vrouwen zich te integreren in het alledaagse, naoorlogse leven. En doen verwoede pogingen om alsnog enige zin aan hun leven te geven.

BEANPOLE is sfeerrijk, verstild, intens en intimistisch. Cinema die je fysiek voelt, moet voelen, een film die in je ziel kruipt.

Zoek hier een vertoning van BEANPOLE in je buurt en lees meer reviews en achtergrondstukken in print.

Geschreven door FREDDY SARTOR

Beanpole

18/03/2020
Regisseur: 
Genre: 
Productiejaar: 
2019
Distributeur: 
September Film

Media: