The Big Short

Wall Street was destijds iets voor grijze muizen met een klein salaris. Dat veranderde toen de huizenmarkt het fundament van de Amerikaanse economie (annex geldmarkt) werd en Wall Street degradeerde tot een grote speeltuin voor gulzige gieren die teerden op het ongeluk van de man in de straat die niet langer in staat was zijn huis af te betalen of zijn (opgebouwde) huizenhoge schuld te vereffenen. De financiële crisis in 2008 zou aan deze laakbare praktijken een einde maken. Maar zes miljoen werklozen en zeven miljoen daklozen later lijkt er bitter weinig veranderd.

THE BIG SHORT brengt de aanloop naar die crisis, die wereldwijd om zich heen zou grijpen, nu verrassend in beeld. De verrassing schuilt trouwens niet alleen in de gevatte, nonchalante montage die – net zoals de traders op Wall Street – de regels aan zijn laars lapt en scènes middenin een zin afbreekt, of in de brontekst van cijferfreak Michael Lewis die ook al verantwoordelijk was voor Moneyball (2011), maar wel in zijn frontman: Adam McKay. De 47-jarige filmer staat vooral te boek als de partner in crime van Will Ferrell, de eeuwige grapjas met wie hij mooi weer maakte in Anchorman (2004), Talladega Nights (2006) en Step Brothers (2008).

Dankzij zijn voorliefde voor absurde onderbroekenhumor en midlifecrisissen piekt McKay qua ernst intussen naast Judd Apatow (The 40 Year Old Virgin). Dat net hij een van de grootste doomsdayscenario's verfilmt, is dan weer zeer verfrissend. Dankzij zijn achtergrond in comedy weet hij dat het soms beter is om zuur te lachen dan om hulpeloos te huilen. THE BIG SHORT zit dan ook vol met venijnige humor die behalve zelfkritisch ook verklarend werkt. Zo flirt de knappe gladjanus Jared Vennett regelmatig met de vierde wand om de kijker een blik in het dubieuze leventje op Wall Street te gunnen. Of laat McKay moeilijke economische termen uitleggen door de halfnaakte, champagnedrinkende Margot Robbie, Jordan Belforts vrouw in The Wolf of Wall Street (2013).

Dankzij dat metalaagje toont McKay zich een sympathieke economieleerkracht die zijn best doet om doodsaaie materie toch aantrekkelijk en inzichtelijk te brengen. In die evenwichtsoefening tussen aantrekkelijkheid en inzicht schuilt de grote kracht van THE BIG SHORT. Daar waar Scorseses flitsende The Wolf of Wall Street zich verliest in eenzijdige verheerlijking van de kapitalistische droom en J.C. Chandors onderschatte Margin Call (2011) net iets te bleek uit de hoek komt in zijn poging om de verbrokkeling van onze economie te tonen, trekt THE BIG SHORT resoluut de kritische en moraliserende kaart. McKay is daarvoor de uitgelezen persoon. Zijn gevoel voor overdrijving en stereotypering, onontbeerlijk voor comedy, maakt dat hij drie verhaallijnen en bijbehorende personages door elkaar kan weven om het neergangsverhaal zo geschakeerd en toch zo eenvoudig mogelijk te vertellen.

Het verhaal van THE BIG SHORT is immers groter dan dat van zijn personages. Door het in elkaar vlechten van de exploten van de asociale dokter turned beursgoeroe Michael Burry (Christian Bale) die als eerste de hypotheekmarkt kortsluit, de cynische Mark Baum (Steve Carell) die het verziekte systeem van binnenuit wil opblazen en het rijzende investeerdersduo Geller en Shipley (John Magaro en Finn Wittrock), krijg je een overzichtelijk beeld. Tussen de plotlijnen door voel je immers hoe het systeem afbrokkelt en de geldmachine aan het sputteren slaat, een gevoel dat de scherpe montage naar het einde toe versterkt.

THE BIG SHORT wordt daardoor een bijzonder doeltreffend drama dat je met een misselijk gevoel achterlaat, alsof je na een schipbreuk in een reddingssloep zit met dezelfde incapabele kapitein aan het roer. Alleen steengoede cinema laat je zo stuurloos achter na meer dan twee uur spanning én ontspanning.

Geschreven door JOHANNES DE BREUKER

The Big Short

20/01/2016
Regisseur: 
Productiejaar: 
2015
Distributeur: 
Sony Pictures

Media: