Camille Claudel, 1915

De Franse filmer en cultuurfilosoof Bruno Dumont, maker van krachtdadige films met een mystieke dimensie zoals 'La vie de Jésus', 'L'Humanité', ‘Hadewijch’ en ‘Hors Satan', deed voor het eerst een beroep op een bekend gezicht: Juliette Binoche. Het was trouwens de actrice zelf die per se met hem wou werken. En Dumont? Hij zag in haar Camille, de zus van schrijver Paul Claudel.

De koude winter van 1915. Een vrouw van op de rug gezien. De wereld, haar familie en haar grote liefde hebben haar de rug toegekeerd. In de scène die erop volgt, waarin zusters de bewoners van het gesticht voor geesteszieken in een teil warm water wassen, wordt haar zuiverings- dan wel louteringsproces voorspeld. Zij, verblijvend in een tehuis voor zwakzinnigen, is Camille Claudel, ooit een getalenteerde beeldhouwster en jarenlang het lief van de befaamde beeldhouwer Auguste Rodin. Toen Rodin een huwelijk met haar afwees, sloeg ze in haar atelier alles kort en klein en werd door haar familie geïnterneerd. Dat is de voorgeschiedenis. Rust vindt Camille zittend op een bankje in de tuin waar een stevige maar kale boom heerst over de groentetuin, in de schaduw van de nabij gelegen heuvels rond Avignon.

 

Met het oog op CAMILLE CLAUDEL 1915, waarvoor hij behalve de briefwisseling tussen broer en zus Claudel ook de medische dossiers raadpleegde, roept Bruno Dumont in een sobere, bijna ascetische filmtaal een uniek universum op. Camille, ze mag dan al een artieste zijn (geweest), is vleugellam gemaakt. Aan iets creëren komt ze al lang niet meer toe. Ze doet op een bepaald moment in de film nog wel een krampachtige poging maar haar creativiteit is gefnuikt, afgeknot. Het enige dat ze nog wil is bij haar familie zijn, bij haar moeder. Maar uitgerekend van hen krijgt zij amper een teken van leven. Of het moest via haar broer zijn, de schrijver die af en toe even langs komt.

 

Dumont ontrafelt, legt haar zielenleed bloot, dat constant van haar is af te lezen. Hij exploreert de leegte, haar afwezig zijn, de opgedroogde inspiratie, het gemis en het vervreemd zijn van de wereld, van haar kunst, verstoken vooral ook van enige liefde en warmte. Juliette Binoche zet met haar lijkwit, vermoeide gezicht een gekwelde vrouw neer, een gekortwiekte artieste, tot in het diepst van haar binnenste gekwetst en doodziek van la maladie d’amour. Maar het vuur brandt nog, smeult des te meer in haar binnenste. Die intensiteit, die extreme emoties sturen, stuwen Camille. Letterlijk loopt ze verloren tussen de echte zwakzinnige patiënten, van de kapel naar de tuin, van de keuken naar haar kamertje. De leegte zit in elk beeld gebeiteld.

 

CAMILLE CLAUDEL 1915 vertelt een korte episode – drie dagen - uit het leven van Camille Claudel (1864-1943), van de dag dat ze verneemt dat haar vier jaar jongere broer haar wenst zien – ze leeft op, haar geluk kan niet op - tot en met diens blitzbezoek. Want het is niets meer dan een beleefdheidsbezoek. Koud hoe de man Camille ontvangt die zich wanhopig of net hoopvol tegen hem stort. De hier geportretteerde schrijver lijkt een benepen, wat zielloze en in zichzelf gekeerde figuur. Zijn religiositeit, zijn godsbeeld, zijn geloof in god beperkt zich tot een zichzelf opgelegde, lauwe, attitude van lethargie. Terwijl Camille haar gebeden richt tot de Moeder Maagd God. Paul weigert haar mee naar huis te nemen, tegen de diagnose van de artsen van het tehuis in. Voor hem is Camille ten prooi aan hoogmoed, angst, grootheids- en achtervolgingswaan … En misschien maar goed ook zo. Camille wandelt naar buiten en geniet op het bankje in de tuin van de eerste prille zonnestralen. Een gelukzalige glimlach ligt bestorven op haar gelaat.

 

CAMILLE CLAUDEL 1915 is weergaloze cinema waar alleen Bruno Dumont toe in staat is. En waarin elk beeld, elke sequentie pure noodzaak is en zijn unieke plaats heeft.

Geschreven door FREDDY SARTOR

Camille Claudel, 1915

22/01/2014
Regisseur: 
Genre: 
Productiejaar: 
2012
Distributeur: 
Remain In Light

Media: 

Trailer: 

aEg7NjzwDO0

onomatopee