Claude François' caleidoscoop van Belgische kunst

Claude François is een emblematische figuur geworden op het vlak van de kunstdocumentaire met 'Le palais des merveilles' in 1981, 'Charles et Félicien' in 1994 en 'Le désordre alphabétique' in 2012. Nu heeft hij zich in een mooi avontuur gestort, een beetje gek maar vooral bijzonder poëtisch, met 'Le pavillon des douze'.

Dat paviljoen is een knusse (en fictieve) plek met twaalf schilderijen uit verschillende musea van de Federatie Wallonië-Brussel. De bedoeling is niet om een geschiedenis van de Belgische kunst te schetsen, maar wel om een verzameling werken uit verschillende tijdperken en met verschillende stijlen vanuit een persoonlijke en originele invalshoek te benaderen. Claude François stond niet alleen: hij heeft zich omringd met een aantal Franstalige Belgische dichters die bij ieder werk commentaar leveren. Zo reikt hij een caleidoscoop van stemmen en beelden aan waarin de toeschouwer stiekem een plaatsje vindt …

CINERGIE: In deze film behandel je niet één centraal thema, maar verschillende onderwerpen. Hoe heb je die gekozen?

CLAUDE FRANÇOIS: Ik heb vooral mijn gevoel gevolgd. Ik vond het leuk om naar musea te gaan, schilderijen te bekijken en werken uit verschillende tijdperken en met verschillende stijlen eruit te pikken. De enige beperking was dat ze uit musea van Wallonië-Brussel moesten komen. Gewoonlijk loopt er een rode draad door films over kunst: een kunstenaar, een werk, een stroming of een bepaald thema. Maar hier heb ik heel uiteenlopende schilderijen bij elkaar gebracht in een soort persoonlijk museum dat ik Pavillon des douze heb gedoopt.

De droom van een verzamelaar?

C. FRANÇOIS: Het is veel minder problematisch dan een verzamelaarsdroom, omdat ik me geen zorgen hoef te maken over bewaring of onderhoud van de werken. Eigenlijk ligt een dergelijk museum binnen het bereik van Jan en alleman. Ik ben cineast, dus ik verzamel ze in een film.

Hoe ben je te werk gegaan bij de selectie?

C. FRANÇOIS: Ik heb veel geluk gehad, want er zijn musea die ik amper of helemaal niet kende. Daar zijn de conservators of conservatrices even mijn persoonlijke gids geweest en zo heb ik schilders ontdekt die ik helemaal niet kende. Ik had vooraf al allerlei ideeën in mijn hoofd, ik had me voorgenomen om bepaalde schilders kiezen en andere niet. In Charleroi wilde ik bijvoorbeeld iemand kiezen zoals Paulus, die de Borinage heeft geschilderd, maar de conservatrice heeft me een andere kunstenares getoond, Gilberte Dumont. In Bergen ging het op dezelfde manier: daar heeft de conservator me twee doeken laten zien die ik niet kende, twee heel verschillende schilderijen, en ik heb een anoniem werk uit de 16de eeuw gekozen. In Luik heb ik terwijl ik door de zalen wandelde mijn keuze laten vallen op Le terril van Cécile Douard. Het doek De dochters van de schilder Schlobach van Théo van Rysselberghe had ik al lang geleden leren kennen, tijdens de montage van een vorige film, Charles et Félicien, over Baudelaire en Rops. Het doek hing in La Boverie in Luik en het heeft me sindsdien niet meer losgelaten.

Het schilderij van Léon Frédéric had ik ook al een hele poos geleden ontdekt. Ik vond het heel vreemd en ik had al een kortfilm gemaakt over zijn triptiek De krijtverkopers, een heel realistisch werk in vergelijking met dit hier. Ik heb een beetje een zwak voor die schilder. Hij heeft ook uitzinnige symbolistische doeken geschilderd. Maar ik had niet de minste historische intentie. Ik heb die doeken voor het plezier gefilmd en het was ook een manier om ze nog aandachtiger te observeren en ook de toeschouwers de gelegenheid te bieden ze anders, vanuit een bijzondere visuele benadering te bekijken.

Een andere bijzondere eigenschap van de film is dat je dichters hebt uitgenodigd om over elk schilderij te schrijven.

C. FRANÇOIS: Ik ben al heel lang bevriend met Pierre Puttemans. Hij heeft als eerste voorgesteld om een originele tekst te schrijven. Hij heeft me ook met klem Claude Bauwens aanbevolen; van hem had ik maar één bundel gelezen, die lang geleden bij de Daily-Bul was uitgegeven. Van Guy Coffette had ik al verschillende dichtbundels, essays en romans gelezen en juist daarom wilde ik hem erbij hebben. André Stas gaf me de tip om Eric Dejaeger aan te spreken voor zijn tekeningen, terwijl de dichteres en romanschrijfster Corinne Hoex mijn aandacht vestigde op Jack Keguenne. En vanzelfsprekend heb ik ook dichters ontdekt die ik niet kende. Ik wilde dus hedendaagse, Franstalige Belgische dichters. Ik heb hun eerst gevraagd of mijn avontuur hen wat leek. Voor elk schilderij had ik een gedetailleerd en getimed storyboard opgesteld dat ik hun heb voorgelegd; toen heb ik gevraagd voor welk werk ze het liefst een commentaar zouden schrijven. Het gaat vlotter om over een schilderij te schrijven dan te schrijven vanuit een storyboard, op basis van een visuele vertelling, dat ligt echt moeilijker. En een andere beperking was de timing van elke opname, de duur van de scène voor elk schilderij, hoewel ik daar toch soepel in geweest ben.

Heb je de schilderijen gefilmd voor je de dichters vroeg om over de beelden te schrijven?

C. FRANÇOIS: Nee, ik heb hun eerst het storyboard opgestuurd en ze hebben uitsluitend op basis daarvan geschreven. Ik had aan de musea een foto van elk gevraagd, en op basis van dat beeld heb ik een nauwkeurig storyboard opgesteld. Elk schilderij kreeg dan technisch een bijzondere visuele behandeling waarvoor het met een digitaal toestel (het sterkste, met 100 miljoen pixels) in segmenten moest worden gefotografeerd, in twaalf tot dertig opnamen, die vervolgens werden samengebracht om een beeld met bijzonder hoge resolutie te krijgen (gemiddeld 250 miljoen pixels, tot zelfs 464 miljoen pixels voor een litho van Rops). Op die manier konden ze volgens het plan in de storyboards met computergrafiek worden bewerkt. Dat was allemaal mogelijk dankzij fotograaf Jean-Pierre Van Der Elst, die elke hindernis wist te nemen, o.a. in de musea waar het niet mogelijk was de doeken te verplaatsen om een betere lichtinval te krijgen, en ook dankzij de langdurige en conscientieuze arbeid van de getalenteerde computergrafici Ronald Zeegers en Benoît Gréant. Ik wilde vooral niet dat de toeschouwers computergrafische effecten zouden opmerken, en daarom heb ik de computergrafiek gebruikt zoals een camera.

Ik heb ook veel geluk gehad met de geluidsband. Ik had een Franse film over dada gezien, waar ik erg van onder de indruk was. Toen ik hoorde dat die gemaakt was door een Portugese, Margarida Guia, was ik teleurgesteld, tot ik van Susana Rossberg hoorde dat ze een vriendin van haar was en dat ze in Sint-Gillis woonde!

Hoe heb je de stemmen voor het lezen van de gedichten gekozen?

C. FRANÇOIS: Ik heb een stemtest georganiseerd waarbij ik vooral gelet heb op het timbre. Margarida Guia heeft een bijzondere stem, niet echt een prettige commentaarstem, maar ze wekt wel de aandacht. Precies daarom heb ik haar gevraagd de eerste tekst van de film te vertolken. Verder is er Alexandre Von Sivers met zijn metalige, ietwat bitse stem, de zangeres Marie-Laure Béraud en Philippe Résimont met zijn vollere stem. Vier heel verschillende stemkleuren dus. Margarida Guia heeft erop aangedrongen dat ik zelf de film zou inleiden en afronden en dat ik ook de technische informatie over de schilderijen zou lezen. Iets helemaal anders is dat ik de buitengewone collagekunstenaar André Stas heb gevraagd om een visuele kanttekening in te lassen telkens als een schilderij volledig was voorgesteld. Kwestie van een lichtvoetige en soms grappige manier te vinden om van het ene naar het andere werk over te stappen. Zo heeft hij vrijuit visuele kanttekeningen gecreëerd zoals papegaaien, of een haan, die ik op dezelfde manier als de schilderijen heb bewerkt. Ik vond het wel grappig dat uit een schilderij een ander werk ontstond, eigenlijk een werk dat, behalve in een film, niet bestaat.

BEELD: Claude François

Deze publicatie maakt deel uit van een samenwerking tussen Filmmagie en Cinergie, waarbij we maandelijks artikels over Belgische cinema uitwisselen. Dit project wordt ondersteund door de ministeries van Cultuur in de Vlaamse en Franse Gemeenschap.

 

Geschreven door DIMITRA BOURAS

Claude François' caleidoscoop van Belgische kunst

Media: 

onomatopee