Cold War

Gespeeld, gedanst of gezongen begeleidt muziek in Paweł Pawlikowski’s nieuwste opus de meest dramatische momenten uit het leven van de hoofdpersonages tijdens de Koude Oorlog. De lyrische openingsklanken van COLD WAR geven meteen de toon aan. Met zijn typisch Poolse, melancholieke zangstijl en gevarieerde folkinstrumentarium is dit een film over hoe het muzikale erfgoed de ziel van een cultuur uitdrukt.

Gedraaid in helder zwart-wit met doordachte beeldcomposities draagt COLD WAR de signatuur van de maker van Ida. Als dynamische kroniek van de periode 1949-1964 heeft de film echter weinig gemeen met het verstilde, meditatieve Ida. In COLD WAR blikken de personages niet terug op hun (oorlogs)verleden, maar proberen ze onrustig en compulsief de politieke en culturele agitaties van hun eigen tijd te volgen. De Koude Oorlog waarin ze leven, bepaalt niet alleen hun handelen, maar weerpiegelt zich ook in hun relaties. Met zijn camera volgt Pawlikowski het verschillende levensritme van Oost- en West-Europa in die periode en denkt hij na over wat politieke verdeling met een mens doet.

In het schitterende eerste deel van de film rijdt een artiestencollectief langs de verlaten kerken en de kale bossen van het naoorlogse, nat besneeuwde Mazovië in het noordoosten van Polen. In de sneeuwbrij van de dorpsstraten en de woonerven registreert een klein team musicologen met de bandrecorder de in de regio nog levendige volksmuziek en danstraditie. Bedoeling is om het verzamelde materiaal nadien te transcriberen en te arrangeren voor een folkloristische dans- en muziekvoorstelling met traditionele instrumenten. De actie kadert in het decreet van 1948, waarbij de communistische overheid dit volksrepertoire en zijn thema’s van werk en verbondenheid met het land wil gebruiken voor propagandadoeleinden. De oogst van de muzieketnografen is kwalitatief hoogstaand, geschikt voor theatervoorstellingen met ballet en koor in handgemaakte, geborduurde kostuums. Gaandeweg wordt het collectief echter door de overheid gelijmd en geïntimideerd. Accordeon, draailier en plankciter kunnen vrij bespeeld worden, op voorwaarde dat er niet gezongen wordt in het verboden Lemko-dialect en er ook ruimte is voor een officiële Stalincantate.

De herontdekte volksballades gaan onder meer over twee harten die elkaar niet met rust laten of over twee door het water gescheiden geliefden die hun paarden leren zwemmen om elkaar te ontmoeten. Pawlikowski geeft deze liedjes in het verdere politieke verloop van COLD WAR een symbolische betekenis. Want tijdens de auditie in Mazovië leert de muzikant-arrangeur Wiktor de jonge, nog onervaren zangeres Zula kennen. Hun ontmoeting is het begin van een passionele liefde, in de jaren 50 en 60 geteisterd door de strubbelingen van de Koude Oorlog. “Het is een metafoor”, zegt de Franse vertaalster van het Poolse lied ‘Twee harten, vier ogen’ aan Zula, die in Parijs een Franstalige versie van de folksong opneemt. “De tijd doet er niet toe als je van elkaar houdt.” Geldt dat ook voor de onmogelijke tijd van de Koude Oorlog, vraagt de cineast zich af.

Klanken over het IJzeren Gordijn

In COLD WAR is het migratiegedrag van de geliefden al even grillig als hun liefdesleven. Eerst loopt Wictor over en later verhuist ook Zula van Oost naar West en terug. Pawlikowski filmt hun woelige relatie als een weerspiegeling van het gespleten tijdsklimaat, maar ook als een gevolg van de psychologische barrières en temperamentsverschillen die hen scheiden. In de loop van hun leven hebben Zula en Wiktor uiteenlopende ideologische contacten en relaties. Met enige vertraging realiseren ze zich dat ze immens dicht bij elkaar staan, ondanks de hen omringende opgedeelde wereld. Pawlikowski trekt de metafoor door tot in de prachtige slotscène. Wiktor en Zula zitten op een bank aan het kruispunt in het Poolse landschap waar de film startte. Ze steken samen de weg over omdat het uitzicht vanaf de overkant mooier is. De wereld bekeken vanuit twee kanten, zo was hun leven.

Hoe zeer de relatie van Wiktor en Zula ook geschaad wordt door de tweedeling van de wereld, de link in hun liefdesgeschiedenis blijft de muziek. Eerst is er de authentieke volksmuziek als uiting van verzet tegen de autoritaire Stalinistische koers. In de tweede fase van hun liefdesleven overheersen jazz en opkomende rock-’n-roll in het Parijse nachtclubleven. Als huispianist ‘freejazzt’ Wiktor er de vroegere accordeondeuntjes uit het Poolse erfgoed aan de piano, afgewisseld met de westerse muziek van George Gershwin, Cole Porter, Ella Fitzgerald en Billie Holiday. Met het mooie jazzarrangement van het Poolse ‘Dwa serduszka, cztery oczy’ (‘Twee harten, vier ogen’) maakt Pawlikowski subtiel de verbinding tussen het Poolse en Franse deel. Later zal Zula met haar Franse versie ‘Deux coeurs’ het muzikale vacuüm tussen Oost en West pogen te overbruggen.

Via deze muziek graaft Pawlikowski ook diep in het geteisterde gemoed van de migrant. Wiktor was in zijn vaderland ooit een bekende kritisch kunstenaar, maar is in Parijs een vlot meegaand artiest geworden, gedoemd om op te treden in een nachttent of om partituren voor horrorfilms te schrijven. De onderhuidse spanningen culmineren in Zula’s uitbarsting op de tonen van Bill Haleys ‘Rock Around the Clock’. In deze krachtige scène swingt ze op tafel de frustraties over haar liefdesleven en haar door het IJzeren Gordijn geremde zangcarrière uit haar lijf. Wat onuitgesproken blijft in hun relatie laat Pawlikowski naar boven drijven in de muziek.

Tijdsbeeld tussen Oost en West

In de knappe elliptische vertelstijl van zijn tijdskroniek roept Pawlikowski de breuklijn van de Koude Oorlog op en reconstrueert hij markante verschuivingen in de naoorlogse tijdsgeest. Wiktor passeert de bewaakte grensovergang in Berlijn nog voor de Muur opgetrokken wordt. Als kunstenaar in ballingschap vervoegt hij de Poolse kringen in Parijs. Hij maakt van de niet-gebonden politieke koers van het communistische Joegoslavië gebruik om Zula opnieuw te ontmoeten tijdens haar theatertournee in Split. De versoepeling tijdens het Poolse regime onder Władysław Gomułka belet echter niet dat Wiktor bij zijn terugkeer naar de Poolse Volksrepubliek in 1959 in een dissidentenkamp belandt, waar zijn rechterhand blijvend verminkt raakt. Van haar kant maakt Zula gebruik van de liberalisering van het regime na 1956 om met een Siciliaan te huwen. Met haar dubbele nationaliteit kan ze vrij tussen Oost en West navigeren, zodat ze Wictor ongehinderd kan opzoeken in Parijs. Haar vlecht uit de Poolse periode heeft ze dan al bewust vervangen door een modern westers opsteekkapsel of de pixie cut van de sixties. “Niet te veel make-up”, maant Wiktor haar in Parijs aan om haar Slavische look te bewaren. In die jaren had wonen in Oost of West immers een onmiskenbaar effect op je mentaliteit en je uiterlijk!

Pawlikowski filmt met een scherpe cultuurhistorische bril. Met de zwart-witstijl van COLD WAR brengt hij de films uit de periode 1949-1964 in herinnering, van postoorlogsfilm tot new wave. Ook de uitstraling van de twee hoofdvertolkers Joanna Kulig en Tomasz Kot past volledig in de look van die tijd. In het eerste deel van COLD WAR is de filmdocumentarist in Pawlikowski sterk aanwezig. De kroniek van de communistische machtsovername wordt benaderd vanuit de muzikale bekommernissen van het bekende folkcollectief Mazowsza. Dit werd in de late jaren 40 gesticht door de muzikanten Tadeusz Sygietynski en Mira Ziminska. Al ten tijde van de Koude Oorlog trad het ver buiten de Poolse landsgrenzen op. Nauwgezet reconstrueert de cineast hun opzoekingswerk op het Poolse platteland en de manipulaties van de communistische overheid om dit repertorium van Poolse volksmuziek naar zich toe te halen. Behendig rijgt Pawlikowski het semibiografische verhaal van zijn ouders Wiktor en Zula in dit documentaire kader. Als filmfresco en tijdskroniek heeft COLD WAR een bijzonder gebalde vertelstijl. Er zijn geen scènes of personages te veel. Elke scène en ieder personage hebben hun betekenis in het verhaal. De muziek en de fotografie dragen mee het dramatisch karakter van de film, wat het effect van het tijdsfresco completeert. Met zijn beelden van het rurale leven en zijn thema van communisme versus kapitalisme lijkt COLD WAR een Poolse Novecento. Pawlikowski’s oogverblindende beelden, cameravoering en belichting versterken deze vergelijking. Met dit opmerkelijk zuinige verschil: Pawlikowski doet in een tijdsduur van amper 89 minuten waarvoor Bertolucci er meer dan 300 nodig had.

Vertoningen: Cinenews.be. Meer reviews vind je maandelijks in print, te bestellen via info@filmmagie.be, te koop bij een van de verkooppunten of maandelijks in je bus met een abonnement.

Geschreven door DIRK MICHIELS

Cold War

31/10/2018
Regisseur: 
Genre: 
Productiejaar: 
2018
Distributeur: 
Cinéart

Media: 

onomatopee