Deerskin

De Franse parttime filmmaker en muzikant Quentin Dupieux is een fulltime absurdist met naast de culthit 'Rubber' ook nog knotsgekke films als 'Réalité', 'Wrong' en 'Au poste!' op zijn naam. DEERSKIN (originele titel: 'Le daim') is zijn beste film tot nu toe: een heerlijke en bloederige, zwarte komedie met Jean Dujardin en Adèle Haenel.

“Een goed artiest is en blijft een kind, maar de meeste regisseurs ruilen dat kind in voor een verzonnen, volwassen versie ervan.” zei de Franse filmmaker en muzikant (onder de naam Mr. Oizo) Quentin Dupieux (°1974) toen hij in 2012 zijn Amerikaanse politiekomedie Wrong (2012) voorstelde tijdens het Filmfestival van Deauville. En ook: “Alle films inspireren me, ook slechte films. Vooral slechte films eigenlijk.” Het is een filosofie die de absurdist, die zich op de kaart zette met Rubber (2010), een surrealistische horrorkomedie over een moorddadige autoband, altijd trouw  blijft. Getuige Steak (2007), Wrong Cops (2013), Réalité (2014), Au Poste! (2018) en nu dus Le daim, op dvd uitgebracht als DEERSKIN.

DEERSKIN opent met close-ups van een verward ogende Jean Dujardin. Even doet de muziek denken  aan Janet Leigh en Psycho, maar wanneer Georges zijn jas door het toilet tracht te spoelen (en daarin faalt), blijkt dat we ons wel degelijk in het absurde universum van Quentin Dupieux bevinden. Al helemaal wanneer een man-op-de-vlucht een waanzinnig hoog bedrag betaalt voor een hertenleren jas. Megacool in zijn ogen, voor de neutrale kijker een veel te kleine potsierlijke hippiejas. Als extra krijgt Georges van de verkoper een analoge camcorder, voor hem een vreemd maar fascinerend object.

Even later strandt Georges in het enige hotel van een klein dorp. Zonder geld, want zijn vrouw blokkeerde de gezamenlijke bankrekening en schrijft hem aan de telefoon letterlijk af: “Je bestaat niet meer.” Tijd dus voor een nieuwe identiteit, met dank aan de hertenleren jas die zijn imaginaire vriend wordt. Een vriend met wie hij kan converseren en met wie hij de mening deelt dat de jas eigenlijk de enige jas op aarde zou mogen zijn. Naargelang Georges meer hertenleren kledingstukken en accessoires aan zijn outfit toevoegt, groeit ook zijn toewijding aan de missie om de alleenheerschappij van de jas te realiseren. “De stijl van een zieke”, zo omschrijft Georges zijn look en die ziekelijke visie neemt hij akelig letterlijk.

Mede dankzij barvrouw Denise, een zelfverklaard monteur (ze heeft Pulp Fiction als experiment chronologisch gemonteerd, een flop, geeft ze toe) die naïef lijkt mee te stappen in Georges' verhaal dat hij een filmmaker is die aan een nieuw project werkt. Ook al is hij duidelijk een leek die kennis puurt uit een gestolen boek en oogt zijn beeldmateriaal een zootje. Zijn amateuristische film transformeert langzaam tot een snuff-film. Mensen komen bloederig aan hun eind terwijl de camera draait, maar ook voor Georges dreigt het noodlot. We zitten immers in een surrealistisch universum, waarin het lot van een absurde protagonist enkel tragisch kan zijn.

Hoe hilarisch DEERSKIN ook is, Dupieux’ film bevat een ernstige laag. Zo kan men het verhaal zien als illustratie van hoe vervreemding en depressie kunnen leiden tot waanzin en geweld. Waarbij DEERSKIN een documentaire wordt over een gek. Ook is er een parallel tussen het ego van Georges en dat van een filmregisseur die tot het uiterste wil gaan om zijn fantasie tot leven te wekken, die schoonheid en waarheid denkt te zien waar anderen enkel stijlloze onzin ontwaren. Om maar te zwijgen van het reële verlangen om een nieuw leven op te bouwen, desnoods imaginair, weg van de dagelijkse sleur. Dupieux en zijn hoofdpersonage geloven in de slogan van de mei '68-revolutie: ‘Sous les pavés, la plage’, ‘onder de kasseien, het strand’. Ze gebruiken respectievelijk de camera en een leren jasje als breekijzer om de straatstenen open te breken en hun vrijheid te vinden.

DEERSKIN blijft evenwel een knotsgekke gruwelkomedie, haast even verontrustend als absurd. Tegelijk extreem gewelddadig en pijnlijk tragisch. Zowel een portret van asociale geesten als een kroniek van verveling en de illustratie van hoe destructief narcisme kan zijn. De droomwereld van Dupieux blijkt immers een nachtmerrie. Achter zijn zwarte humor schuilen pijn, onbegrip en woede. Dupieux schetst de wereld als een grap omdat hij er in feite niet om kan lachen. De filmmaker als joker dus.

Dupieux laat niet na om te benadrukken dat film een kunst blijft, hoezeer ze ook verbonden is met een industrie gevoed met geld en waarin alles draait rond cijfers. In interviews stelt de cineast dat hij een controlefreak is (DoP, scenarist, monteur én regisseur), omdat het hem verbindt met zijn roots als videoamateurfilmer, toen hij ook al met kinderlijk plezier films maakte. DEERSKIN ademt die liefde voor artisanale cinema uit.

Daar waar zwarte humor in cinema nogal eens durft leiden tot cynisme en afstandelijkheid, is er bij Dupieux enkel sprake van oprechtheid en betrokkenheid. Zijn personages hebben net als de auto, de jas en de camera een verleden en een waarde. Ze zijn fragiel dankzij de empathie van de filmmaker, maar tegelijk ook waanzinnig. Sterk geholpen door briljante vertolkingen van Jean Dujardin en Adèle Haenel, diept rasabsurdist Dupieux ditmaal zijn knotsgekke vertrekidee uit. Het maakt van zijn zevende speelfilm ook zijn beste. DEERSKIN is een surrealistische parel.

FILM: **** / geen extra's

Geschreven door IVO DE KOCK

Deerskin

Regisseur: 
Muziek: 
Distributeur: 
Cherry Pickers

Media: 

onomatopee