Django Unchained

Met DJANGO UNCHAINED wou ik de visie van ‘Birth of a Nation’ op slavernij counteren,” stelt Quentin Tarantino, “D.W. Griffiths film gaf de Ku Klux Klan een nieuw elan en was zo verantwoordelijk voor al het bloed dat door racisme tot de jaren 60 werd vergoten.”

En Tarantino vervolgt: “Eerwaarde Thomas Dixon, auteur van het verfilmde boek 'The Clansman', en filmregisseur Griffith zouden volgens het Nuremberg tribunaal schuldig moeten zijn verklaard aan oorlogsmisdaden omwille van de film”. Een stevig statement van de cineast die zelf fel op de korrel werd genomen door onder andere Spike Lee voor het veelvuldige gebruik van de taboe-term 'nigger' (110 maal volgens tellingen) en het expliciete geweld in dit verhaal van wraak en liefde verpakt als een moderne maar theatrale spaghettiwestern.

Dat de regisseur van Reservoir Dogs, Pulp Fiction en Jackie Brown scherp staat bleek tijdens de promotie-interviews waar hij zich arrogant toonde (“Wat ben ik toch geniaal”), vijandig (“Ik verafschuw John Ford”) en agressief (“Ik speel je spelletje niet mee” klonk het toen een journalist zijn 'liefde voor geweld' aansneed). Het kinderlijk enthousiasme van de continu taterende filmer die tot het staaltje pure visuele cinema Kill Bill vooral met woorden schermde is niet verdwenen (Tarantino is oprecht wanneer hij stelt te zullen stoppen voor hij te 'oud' wordt als filmmaker) maar aangevuld met ernst. Terwijl het plezier verbonden met entertainment er een nadrukkelijke stellingname bijkrijgt. Maar DJANGO UNCHAINED blijft wèl grand cru Tarantino: extreme, uitbundige cinema wars van subtiliteit.

Tarantino's achtste film is een tegelijk rauwe en burleske spaghettiwestern-met-boodschap. Het begint al met een mooie openingsscène. De camera zwiept over een weids, dor landschap en zoomt in op de met zweepslagen bewerkte ruggen van een rij voortstrompelende geketende zwarte slaven. De bloedrode filmtitel verschijnt op het scherm terwijl een song weerklinkt die kenners associëren met Django, de spaghettiwestern van Sergio Corbucci uit 1966: “Once you loved her, now you've lost her forever, Django”. Een close-up toont de ogen van een dodelijk vermoeide slaaf. We zien pijn, lijden en kwetsbaarheid. Realistisch maar niet naturalistisch want de kitscherige kleuren en muziek creëren een verhoogde realiteit.

Niets is nog wat het was bij Tarantino. Hij werkt met andere locaties (het wilde westen), nieuwe acteurs (Jamie Foxx, Leonardo DiCaprio), een nieuw onderwerpen (slavernij) en een nieuw genre (spaghettiwestern). Maar tegelijk bleef alles bij het oude. Vertrouwde acteurs (Christoph Walz, Samuel L. Jackson), herkenbare flitsende dialogen en snoeiharde geweldexplosies. Bovendien balanceert, net zoals bij Inglourious Basterds, het verhaal tussen de algemene geschiedenis (die van de slavernij) en de persoonlijke geschiedenis (verwijzingen naar de western, populaire literatuur en Duitse mythologie). Tussen historische authenticiteit en 'pop' fictie met een eigen emotionele waarheid. Tussen reconstructie en verzinsel.

Het gebeuren speelt zich af medio 19de eeuw, twee jaar voor het uitbreken van de Amerikaanse Burgeroorlog. De Duitse charlatan-dokter en premiejager King Schulz bevrijdt de zwarte slaaf Django uit de handen van slavenhandelaars en verdient samen met hem een aardige duit door op outlaws te jagen. Waarna het duo op een Zuiderse plantage Django's verloofde poogt vrij te kopen. Broomhilda wordt er als slavin geprostitueerd door Calvin Candie, een sadistische plantage-eigenaar die zwarte mannen gebruikt als 'Mandingo'-vuistvechters en ontsnapte slaven laat verscheuren door honden. Hun toneelstukje mislukt en de confrontatie wordt hels.

Zoals gewoonlijk mixt Tarantino populaire en hogere cultuur, geschiedenis en film. King Schulz suggereert een parallel met de Nibelungen, met Candie als Wotan en Broomhilda als Brunhilde, terwijl stilistisch de spaghettiwesterns van de Sergio's Corbucci, Sollima en Leone in beeld komen. DJANGO UNCHAINED is een soort vervolg op Inglourious Basterds, met zwarte slaven i.p.v. Joodse strijders op zoek naar vergelding. Opnieuw rekent fictie af met de geschiedenis. Gebeurtenissen worden herschreven in een poging via cinematografische extremiteit voor loutering te zorgen. Na de nazi's (en de macho's van Death Proof) worden nu de racisten op hun plaats gezet. Burlesk in een scène waar leden van de Ku Klux Klan vooral worstelen met hun masker.

Het is opvallend hoe expliciet Tarantino een standpunt inneemt tegen slavernij en racisme. Zijn film is ethisch ernstig én gebruikt extreem geweld en brutale humor om zijn weerzin uit de drukken. Tarantino's extremisme is een uitdrukking van walging en van woede. Zelf ziet hij geen  wraaktragedie: “Django is een slaaf die moeite heeft om zich te wreken omwille van het kwaad dat hem is aangedaan. Het kan plezier verschaffen om een slaaf de zweep van zijn meester te zien overnemen, het kan zelfs zorgen voor catharsis. Maar vergelding of wraak is niet het belangrijkste. DJANGO UNCHAINED vertelt het verhaal van een man die een tocht onderneemt om mens te worden, uit te groeien tot een held, zijn geliefde te redden en zo de confrontatie met de duivel aan te gaan”. Toch is het wraakmotief cruciaal. Zoals bij Corbucci is Django's persoonlijke pijn en woede verbonden met een subversieve kijk op de samenleving. Django was radicaal anti-kapitalistisch en ook in DJANGO UNCHAINED zit heel wat haat tegen een onderdrukkend en racistisch systeem. Die afkeer proef je aan de wijze waarop de wrekers zich wentelen in extreem geweld dat het sadistische, willekeurige geweld van politiek-economische heersers weerspiegelt.

Dat geweld shockeerde critici, samen met Tarantino's provocerende knipoog tijdens de eindgeneriek (“no animals were harmed while making this film”). Veel heeft te maken met de aanpak van de cineast. Zo gebruikt hij historisch accurate details (het gebruik van 'nigger' valt daaronder) maar neemt hij ook een filmisch loopje met de realiteit (Mandingo fighting heeft nooit bestaan). In die kloof tussen fictie en realiteit stelt Tarantino zich bloot aan kritiek. Vooral omdat hij het filmisch herschrijven van de geschiedenis linkt aan wraak en geweld. De sleutel ligt in een uitspraak van Candie: “Surrounded by black faces, day in, day out, I had one question: Why don't they kill us?” De oefening van Tarantino is duidelijk. Wat als ze het wel doen, wat als de slaven zich met geweld keren tegen hun 'meesters'? Critici stellen dat de slaven in de werkelijkheid geen wraak hebben genomen, wat eervol is en die eerbaarheid zou Tarantino niet respecteren.

Nu klopt dat niet helemaal. Er zijn wel opstanden geweest, geleid door legendarische figuren zoals Nate Turner en John Brown. En zachtzinnig ging het daarbij niet aan toe. Maar zoals Tarantino aangeeft, “Django is geen Spartacus”, het gaat hier niet om een leider die vecht voor algemene rechten of zwarten die zelf de macht in handen nemen. Tarantino gelooft in de kracht van cinema en vertelt daarom op een groteske, opera-achtige wijze fictieverhalen boordevol filmreferenties. Nog altijd met een spervuur van dialogen (spaghettiwesternhelden waren minder spraakzaam) maar met alsmaar krachtigere beelden. Ook dat geeft aan dat de eeuwige puber stilaan volwassen wordt. 

Tarantino's ernst impliceert dat achter zijn burleske humor en de genreconventies een serieus en verontrustend verhaal over geweld, liefde en wraak schuilgaat. Maar het rookgordijn, de vorm, gaat natuurlijk een eigen leven leiden. Geweld is zoals bij Corbucci een middel om kritiek te uiten en af te rekenen met racisme. Het is gewild extreem. “Ik wil niet dat het makkelijk te verteren is,” stelt Tarantino, “ik wil dat het een grote, enorme rots is, een enorme pil om te slikken en dat de kijkers dat zonder water moeten doen”. Het geweld is duidelijk gruwelijk en afschuwelijk, wekt walging op. Alleen is het in zijn stripkarakter ook een vorm van vergelding, wraak. Een vorm van loutering. Van de antikapitalistische en anti-Amerikaanse spaghettiwesterns van Sergio Corbucci en Sergio Sollima is geweten dat ze in de sixties in derdewereldlanden tot joelend enthousiaste bioscoopgangers leidden. Tarantino beoogt eenzelfde effect met de finale shoot-out en de afrekening met Oncle Tom Stephen.

De hoera-sfeer wordt wèl getemperd door het feit dat Django een prijs betaalt voor zijn actie. Zijn focus op het einddoel vernietigt elke solidariteit met lotgenoten en leidt tot het verlies van Schultz, de professional die zich laat meeslepen door walging en woede. Die gekke Duitser is een autodestructieve outsider die het kwaad elimineert. Tarantino's geloof in cinema is zo groot dat hij hoopt, droomt, dat film hetzelfde kan doen: de wereld redden. Met een medicijn dat even moeilijk te verteren is als de ziekte.

Geschreven door IVO DE KOCK

Django Unchained

16/01/2013
Regisseur: 
Genre: 
Productiejaar: 
2012
Distributeur: 
Sony

Media: 

Trailer: 

DNVheC09iZI

onomatopee