Documentaire: 'Forgotten scares: an in‐depth look at Flemish horror cinema'

Horrorfilm in België? Onzin! "Wat is het verschil tussen een Waal en een Vlaming?" vroeg de Franse komiek Pierre Desproges. "Dat kun je heel eenvoudig te weten komen. Je brengt een Belg aan de kook. Als hij in opstand komt of ermee dreigt de Liga voor Mensenrechten op te trommelen, is het een Waal. Als hij het laat gebeuren terwijl hij uitbrengt: “Oei, ’t is heet!”, dan gaat het om een Vlaming." Voor horrorfilm geldt hetzelfde: terwijl de Waal zijn voeten liever niet natmaakt (met Fabrice Du Welz als uitzondering), zal de Vlaming onbevreesd pootjebaden in de toverketel ...

Het succes van Jonas Govaerts’ sympathieke Welp (2014) was voor Steve De Roover de aanzet om zich te verdiepen in een historisch onderzoeksproject van lange adem. Hij spoorde zeldzame fragmenten op van Vlaamse horrorfilms die bij het brede publiek grotendeels onbekend zijn. Aan de hand daarvan stelde hij een overzicht samen van een filmfenomeen van de jaren zeventig tot nu, waarvan haast niemand het bestaan vermoedde. Dankzij FORGOTTEN SCARES krijgen die vergeten, soms zelfs onafgewerkte films een tweede leven, met archiefbeelden erbovenop. De Roover neemt de humoristische documentaires van Mark Hartley als voorbeeld: Not Quite Hollywood: The Wild, Untold Story of Ozploitation! (over Australische genrefilms), Machete Maidens Unleashed! (over Filipijnse B- en Z-films) en Electric Boogaloo: The Wild, Untold Story of Cannon Films (over de opkomst en ondergang van producers Menahem Golan en Yoram Globus), waaraan we nog het recente Garuda Power: The Spirit Within kunnen toevoegen, over de Indonesische actiefilm. De documentaire laat onder anderen Harry Kümel, Guy Lee Thys, Eric Feremans, Rob Van Eyck, Jacques Verbist en Jan Verheyen aan het woord.

Een overzicht van de films die in FORGOTTEN SCARES uitgebreid aan bod komen:

  •  Daughters of Darkness (1971, Harry Kümel): Dit geraffineerde meesterwerk en de hoeksteen van het Belgische fantastische genre werd geïnspireerd door de moorden van gravin Báthory, die graag een bad nam in het bloed van jonge maagden. Deze erotische vampierenfilm was lang het enige grote ‘mainstream’-succes van de Vlaamse horrorfilm in het buitenland. Daughters of Darkness werd gedraaid voor een habbekrats (750 000 Belgische frank en 50 000 dollar via de Amerikaanse taxshelter) en was een bewijs van de onmiskenbare ambitie en het stilistische talent van Harry Kümel, ‘onze Orson Welles’. Zoals een van de sprekers stelt: "Harry Kümel is in het verkeerde land geboren. Als hij in de VS was geboren, was hij de nieuwe Hitchcock geworden!" Het is inderdaad jammer en zelfs schandalig dat deze pionier, die in het buitenland nog altijd als een onvervalste auteur geldt, in eigen land volledig vergeten is. De 77-jarige Kümel maakt geen films meer, maar doceert scenarioschrijven aan de ULB. Daughters of Darkness blijft zeer populair bij filmliefhebbers, maar is in België nauwelijks op dvd te verkrijgen.

Afbeeldingsresultaat voor Daughters of Darkness Harry KümelDaughters of Darkness

  • Kümels volgende werk was Malpertuis (ook uit 1971), een verfilming van de gothic novel van Jean Ray. Hoewel de film gebukt gaat onder scenarioproblemen en een onhandige montage kende hij veel succes, mede dankzij enkele gewichtige sterren: Orson Welles himself, Michel Bouquet, Jean-Pierre Cassel en Johnny Hallyday. Ondanks zijn cultstatus wordt Malpertuis nooit op televisie vertoond. Kümel gaat tekeer tegen een bepaalde filmpers: hij klaagt aan dat zijn films vergeten zijn omdat die bewuste pers voorhoudt dat genrefilms minderwaardig zijn aan de psychologische en sociale drama’s waarin België grossiert. De geschiedenis heeft nochtans uitgewezen dat het publiek een hekel heeft aan dergelijke films en dat genrefilms wél in ons geheugen gegrift staan. Met hun onverbeterlijke hokjesgeest hebben die journalisten de nationale fantastische film een slechte dienst bewezen. We betreuren het wel dat in FORGOTTEN SCARES niet wordt ingegaan op Harry Kümels carrière na deze twee klappers uit 1971. Het zou boeiend zijn geweest ook aandacht te besteden aan het vervolg, dat weliswaar veel minder roemrijk was: een handvol films, een paar afleveringen van de Franse televisiereeks Série Rose, maar ook interessante werken als het uitstekende De komst van Joachim Stiller (1976).

Daarna komt een aantal Belgische aberraties, alleen bekend bij filmliefhebbers voor wie kwaliteit niet meteen een prioriteit is ...

  • The Antwerp Killer (1983, Luc Veldeman) is een geval apart: de directeur van het festival van Knokke noemt het "de 65 langste minuten van je leven!" De film is onwaarschijnlijk onbenullig en van een bijna absoluut amateurisme – althans volgens de enkelingen die hem gezien hebben. Het betreft een werkstuk van een ‘regisseur’ van achttien, die erin slaagde zijn omgeving (producenten, distributeurs, acteurs) te misleiden over de kwaliteit van zijn product. Wat zich aandient als een slasher in de trant van Friday the 13th is in werkelijkheid een film van minder dan een uur, gedraaid in een kantoortje met vier amateuracteurs. The Antwerp Killer, ook opmerkelijk door het illegale gebruik van het muzikale thema uit John Carpenters Halloween, was zo slecht dat er maar één 16mm-kopie van bestond. Die werd prompt in beslag genomen (en waarschijnlijk ook vernietigd) door de vader van de regisseur, want die kon het niet hebben dat het verbijsterde publiek openlijk in lachen uitbarstte. Luc Veldeman zette de film eigenhandig over op video en leurde met de cassettes in lokale videozaken en van deur tot deur. Als je in het bezit bent van een exemplaar, weet dan dat het gaat om een uiterst zeldzaam collector’s item ... dat evenwel van nul en generlei waarde is. Luc Veldeman draaide nooit een tweede film.
     
  • In de jaren tachtig en negentig had je in Vlaanderen een stuk of wat exploitation-horrorfilms die met weinig geld tot stand gekomen zijn. Daarin werden ideeën en talent vaak vervangen door gore, bloot en goedkoop geweld, gekopieerd van genres die elders meer populariteit genoten. In willekeurige volgorde noemen we hier: de armeluis-giallo De potloodmoorden (1982, Guy Lee Thys), het postapocalyptische The Afterman (een geïmproviseerde film met necrofiliescènes) en De aardwolf (1985), beide geregisseerd door Rob Van Eyck. In De aardwolf (met in de hoofdrol Kurt van Eeghem en muziek van The Scabs, nvdr) wordt de nazi-iconografie gebruikt om op heftige en weinig geraffineerde wijze het establishment te hekelen van een land dat veel weg heeft van het onze. Knusjes gezeten in de fraaie salon van zijn weelderige huis herhaalt regisseur Rob Van Eyck voor wie het horen wil: "Ik ben anarchist, ik ben tegen de macht en de gevestigde orde!". Lucker the Necrophagous (1986, van de onvermoeibare Johan Vandewoestijne, ook regisseur van Todeloo (2014] en Laundry Man (2016) en producent van Rabid Grannies) is een bloederige slasher over een necrofiele seriemoordenaar. De film krijgt geen steun van de commissie en al evenmin een vergunning voor België. De distributeur vond hem te gewelddadig en zag af van de release. Maniac Nurses (1990, geregisseerd door pornograaf Léon Paul De Bruyn onder het pseudoniem Harry M. Love) is opgevat als eerbetoon aan de sexploitation van de jaren zeventig, met (kort samengevat) rondborstige verpleegsters, grote proppenschieters en veel bloed. De film werd zonder scenario gedraaid in Hongarije, met de openlijke bedoeling om naaktcastings te organiseren met plaatselijke schoonheden. State of Mind (1992, Reginald Adamson, geproduceerd door Vandewoestijne) is een gewelddadige draak van een film, met een reeks vergane gloriën zoals Fred Williamson en Paul Naschy (de ‘Spaanse weerwolf’) die een ommetje maken naar België. Alias (2002, Jan Verheyen) kwam met meer middelen en vakmanschap tot stand. Deze thriller is een eerbetoon aan Dario Argento, maar dan zonder diens brio en met hoofdzakelijk acteurs uit televiereeksen. Hij is technisch verzorgd, maar op narratief vlak weinig opmerkelijk. Toen de film flopte, kwam Jan Verheyen tot de sombere conclusie dat er in de Vlaamse bioscopen geen plaats was voor horrorfilms van eigen bodem. Vanwege de taalbarrière zouden ze stelselmatig door het publiek worden genegeerd, omdat het gesproken Nederlands nu eenmaal niet geschikt is voor het genre …

Afbeeldingsresultaat voor De aardwolf (1985)De aardwolf

Nochtans kreeg Verheyen ongelijk van een handvol onverzettelijken:

  • Rabid Grannies (1988, regie Emmanuel Kervyn, productie Johan Vandewoestijne) werd met het oog op een internationale release gedubd in onwaarschijnlijk slecht Engels. Door die voortdurende vocale verschuiving krijgt hij nog een bijkomende absurde dimensie. Deze cultfilm is van de hand van de acteur en karateka Emmanuel Kervyn, die drie jaar later op de affiche zou prijken van Kickboxer 2 – Belgische kickboksers stonden toen hoog aangeschreven in Hollywood. Rabid Grannies is een krankzinnige zwarte komedie in de lijn van klassieke films als Evil Dead en Bad Taste. Een reeks gegadigden van een vette familie-erfenis belanden in de klauwen van twee oma’s bezeten door een kwaadaardig amulet, die prompt veranderen in monsterlijke vampieren met een voorliefde voor vers vlees. Kervyn werd niet de nieuwe Sam Raimi of Peter Jackson, maar zijn enige film als regisseur slaagt wel waar heel wat Belgische films op hun bek gaan. Want Rabid Grannies is (soms ongewild) grappig, respecteert de regels van het genre, zit vrij goed in elkaar en 25 jaar later mag de uitstekende maquillage er nog altijd zijn! Komedie en gore gaan mooi samen in deze cultfilm, die qua ritme en efficiëntie niet hoeft onder te doen voor zijn Amerikaanse tegenhangers. De film is aangekocht en gedistribueerd door Troma, en werd in 1988 zelfs voorgesteld op het festival van Cannes. Alleen jammer dat Steve De Roover in zijn documentaire geen navraag deed naar de plotselinge verdwijning van Emmanuel Kervyn, die het filmmedium de rug toekeerde en in de VS in rook opging.
     
  • Linkeroever (2008, Pieter Van Hees) is zonder meer een miskend meesterwerk van de fantastische film. Hij roept de geest op van de huivercinema die Roman Polanski zo na aan het hart ligt, denk maar aan Rosemary’s Baby en Le locataire, maar net zo goed aan The Wicker Man. Een aandoenlijke Eline Kuppens en een schrikwekkende Matthias Schoenaerts spelen de hoofdrollen in een sfeervol verhaal over een satanische sekte en voorvaderlijke druïden. Een en ander speelt zich af in een gebouw op de Antwerpse linkeroever, ook bekend als de gevaarlijkste plek van het land. Het even angstaanjagende als schokkende Linkeroever zit boordevol onvergetelijke beelden en is een bewijs van het talent van een virtuoos cineast, die in de documentaire trouwens heel bescheiden uit de hoek komt. Veeleer dan een slap aftreksel te brouwen van Amerikaanse voorbeelden was Pieter Van Hees zo slim om zich te laten inspireren door de rijke Vlaamse folklore.
     
  • Welp (2014, Jonas Gevaerts) is lang geen grote film, maar wel een sympathieke en traditionele slasher-in-het-bos. De film is goed gemaakt en kon zelfs rekenen op de steun van het Vlaams Audiovisueel Fonds, hoewel de jonge regisseur zich afvroeg of België wel een nieuwe horrorfilm verdiende. Welp is bovendien een Belgisch verhaal en werd verkocht aan zowat de hele wereld (Verenigde Staten, Verenigd Koninkrijk, Italië), maar is niet uitgebracht in de Franstalige bioscopen. Zoals Alléluia van Fabrice Du Welz evenmin in Vlaanderen te zien was, een absurde situatie! Ondanks zijn statuut als nieuwe vertegenwoordiger van de hoogstaande Belgische horror trok Welp maar 85 000 toeschouwers. Daarnaast werd hij vertoond op een aantal festivals en is er een handvol dvd’s verkocht. Niet echt om over te pochen. De oorzaak? Het Vlaamse Nederlands zou (wederom volgens Jan Verheyen) een ernstige hinderpaal vormen voor commercialisering op grote schaal. Govaerts liet zich niet ontmoedigen en bereidt intussen de opnamen voor van Heads Will Roll, opnieuw een horrorfilm.

207894_352854591464494_87165031_nWelp

FORGOTTEN SCARES is interessant en bevat tientallen komische anekdotes van cineasten/producenten/scenaristen/acteurs uit de lowbudgethorrorfilm. Toch betreuren we het ietwat oppervlakkige karakter van het project, want er worden in totaal maar vijf goede Vlaamse horrorfilms genoemd, een peulenschil. Daardoor moet de regisseur te veel tijd besteden aan niet bijster interessante regisseurs als Johan Vandewoestijne, terwijl Harry Kümel maar kort zijn opwachting maakt. Met zijn al bij al negatieve balans stuit de documentaire op een grens. Ondanks de inspanningen van (al dan niet) getalenteerde jonge cineasten die iets hebben met het genre – of simpelweg hun kans schoon zien – hinkt België op dit vlak achterop en onze instellingen blijven het genre ook als minderwaardig behandelen. Het moge duidelijk zijn dat deze situatie niet zal veranderen door toedoen van matig getalenteerde, louche en gewiekste personages zoals Johan Vandewoestijne (een gedreven producent maar een pover regisseur) of Léon Paul De Bruyn (regisseur for hire van bloederige, haast amateuristische pornofilms waaruit geen greintje talent blijkt). De Vlaamse genrefilm blijft dus een zeldzaamheid, die grotendeels in het vakje exploitation thuishoort. Pogingen om ‘echte’, dat wil zeggen serieuze en hoogstaande, fantastische films te draaien vormen vooralsnog zijn uitzonderlijk.

Vandewoestijne en Rob Van Eyck protesteren verontwaardigd tegen de neerbuigende houding van de instellingen die productiesteun verstrekken. Maar door de onbenullige en smerige exploitation-films aan elkaar te rijgen – producties die zonder scenario op drie dagen tijd worden ingeblikt voor snelle winst op de videomarkt – vergeten ze dat ze de zaak die ze beweren te verdedigen niet vooruithelpen, maar haar veeleer schade toebrengen. Bepaald een paradox! Deze heren zouden moeten beseffen dat kwaliteit op filmvlak geen overbodig criterium is. België heeft behoefte aan auteurs als Harry Kümel, maar kan het gerust stellen zonder een Vandewoestijne, hoe telegeniek hij ook moge zijn. We geven nog mee dat geen enkele vrouwelijke cineast wordt vermeld, om de eenvoudige reden dat er geen zijn. Een bewijs te over van het feit dat horror op zijn Belgisch een obscure en marginale kunstvorm blijft, meer forgotten dan scary ...

Grégory Cavinato schreef dit Franstalige artikel voor Cinergie. De vertaling kadert in de samenwerking tussen Filmmagie en het Brusselse, Franstalige Cinergie. Maandelijks wisselen deze twee filmkritische media een artikel uit om te vertalen voor eigen publicatie. Andere artikels - tot nu toe waren dit enkel interviews - die kaderen binnen dit opzet zijn onder meer die met productiehuis Dérives, Claude François en productiehuis Cobra Films. Alle artikels staan online in de rubriek Achtergrond.
 
Verschillende van de bovenvermelde films zijn op dvd te koop op deze website.

Vertaling: Gorik de Henau

Geschreven door GRéGORY CAVINATO

Documentaire: 'Forgotten scares: an in‐depth look at Flemish horror cinema'

Regisseur: 
Scenario: 
Muziek: 
Genre: 
Productiejaar: 
2017

Media: